Categorieën
Fictie

Minderbedeeld

‘Het is toch zonde,’ krijste Aasgier tegen zijn metgezel.
‘Wat nou?’ was diens repliek.
‘Zonde van het vlees. Ze was een lekker stuk.’
De metgezel stak minachtend zijn snavel in de lucht.
‘Dat was ze zeker, kameraad. Maar eten moeten we allemaal.’
Aasgier was verveeld omdat iemand anders haar eerst had gehad.
‘Tijd voor restjes,’ besloot hij dan wijselijk. Hij zette zijn dalen scherp in, als een pijl naar zijn doel. Onder de schaduw van oplaaiend stof, vergrepen twee aasgieren zich feestelijk aan het kadaver van een jong hert. Ze had geen schijn van kans gemaakt tegen de onverzadigbare honger van Leeuw.

Hert had het einde nooit zien aankomen. Ze was bloedmooi en kinderlijk naïef. Ze was slank en zacht. Haar zoete geur had zijn aandacht getrokken. Op weg naar huis stond ze oog in oog met een donkere schim. Hij had haar iets toegegromd, dierlijk en uitdagend. Alsof ze niet meer was dan een heerlijk stuk vlees. En dat was ze ook. Nog voor ze iets kon uitbrengen, had hij haar bij de keel gegrepen. Hij had haar zonder enige moeite overmeesterd en zijn klauwen in haar dijbeen gedrukt. Hij had zijn dominantie getoond, haar overwonnen en stil gesmoord. Haar kleine lijf sidderde onder zijn imposant voorkomen. Leeuw brulde luidkeels zijn overwinning door de Savanne.

Leeuw was in het holst van de nacht huiswaarts gekeerd. Zijn gemalin snoof luid en haalde haar neus op voor de penetrante geur van ander vlees. Ze draaide haar rug en verbeet de woorden die ze wou zeggen. Hij was zonder haar aan zijn jacht begonnen. Met lichte wroeging, verwelkomde ze hem terug in haar warm nest. Het humeur van Leeuw kon niet meer stuk.
Bij het ochtendkrieken brandde de zon rood aan de horizon. Als een sinister voorteken van het bloed dat zou vergoten worden.

Krokodil wachtte geduldig onder de oppervlakte van het voortkabbelende water. Hij bleef roerloos, beredeneerd en doordacht. Hij had hem al dagen eerder opgemerkt, die grote brok Leeuw. Hij temperde zijn dorst altijd op dezelfde plek aan de rivier. Hij baadde altijd in hetzelfde water. Hij leek onaantastbaar. Maar op het meest onbewaakte moment, had Krokodil zijn kans gegrepen en uitgehaald. Leeuw had geschreeuwd en de krachtmeting aangegaan. Maar de strategische Krokodil had zijn prooi geraakt op een zwakke plek.
Hij had Leeuw meegenomen naar het donkerste deel van zijn rivier. Moegestreden, moest Leeuw uiteindelijk opgeven. Zijn adem was niet oneindig. En de underdog wint altijd.

De zon brandde bloedrood aan de horizon. Het evenwicht in de voedselketen was hersteld.
Hoog in de lucht kibbelden twee Aasgieren om geen duidelijke reden. Het was de schijn van een eindeloze discussie.
‘Het is toch zonde,’ kirde één van hen. ‘Hij was een lekker stuk.’
Vastberaden en als een pijl naar een doel, stoven ze af op de laatste vleselijke restanten.