Categorieën
Fictie

Miljoenen luchtbellen

Miljoenen luchtbellen.

Een gezonde mens heeft duizenden wensen ; geluk, schoonheid, vrienden, geld, massa’s speelgoed, snoep en ga zo maar door. Een ziek kind heeft er maar één, geen pijn. Dit is een verhaal dat niet zou moeten geschreven worden. Het verhaal van Bo, een prachtige, talentvolle meid, geliefd bij haar ouders, haar vrienden, haar medeleden van de jeugdbeweging. Bo leefde voluit elke dag. Ze stond op met de glimlach van de zon in haar ogen. Ze danste de trappen af en dook met volle overgave in haar kopje ontbijtgranen. Iedereen hield van Bo. En toen gebeurde er iets, iets dat haar leven maar ook dat leven van alle mensen in haar omgeving voorgoed veranderde. De toekomst zag er eerst zo stralend uit. Tot op die ene dag, dat ene moment dat alles veranderde. Dit is het verhaal van Bo.

Daar stond ze op de speelplaats omringd door haar vrienden, op veilige afstand weliswaar want er woedde één of andere pandemie in het land. Leuk was anders. De zo knuffelachtige en knuffelde Bo moest haar vrienden met een zekere terughoudendheid begroeten. De pandemie was zeer besmettelijk, zoals een verkoudheid maar dan alleen gevaarlijker. De zonnestralen schitterden in haar bruinblonde krullen. Ze lijkt wel een prinses, had mama gedacht, toen ze haar deze morgen op school afzette.
‘We moeten een goed plan hebben,’ fluisterde Michelle, haar beste vriendin.
‘Het wordt het coolste schoolfeest ever.’
‘We hangen de school vol slingers en ballonnen.’
Bo keek dromerig naar haar vrienden.
‘Ballonnen, is dat niet wat kinderachtig?’
‘Michelle, jij vindt alles kinderachtig,’ merkte Maxim op.
‘Dit is ons laatste jaar in deze school, het moet een knalafsluiter worden.’
‘Zeg jij iets, Bo, jij hebt altijd van die schitterende ideeën,’
Maxim kneep haar even zachtjes in de arm. Daar werd ze helemaal warm van. Maxim, dat was een coole gast. Ze zouden later trouwen en samen voor dokter gaan studeren. Dat wist ze nu al zeker. Maxim knipoogde naar haar.
‘Laten we ons verkleden, een verkleedfeest, ik word Bond, James Bond’
Iedereen proestte het uit. Hoda wist niet eens wie James Bond was. Maar ze lachte vrolijk mee.
‘Hoe ga jij je verkleden, Hoda?’ vroeg Michelle, nieuwsgierig als altijd. Stiekem keek ze naar Eli die achter Hoda stond. Als ze hem zag, kreeg ze kriebels in haar buik en gloeiden haar wangen. Eli kon echter alleen naar Bo kijken. Dat pikte soms een beetje.
Hoda wist niet goed wat ze moest zeggen.
Toen kwam de directeur op de speelplaats. Hij ging iets belangrijk vertellen. De directeur was in feite een strenge mevrouw met een stem als een krijsende papegaai. Ze zag er niet lief uit.
‘Jongens en meisjes,’ krijste ze, ‘ dit is het laatste semester van het schooljaar en binnenkort hebben we het afscheidsfeest van onze laatstejaars, de flinke jongens en meisjes die vanaf volgend jaar naar een nieuwe school zullen gaan. Ter ere van hen krijgen jullie nu allemaal een ballon. Die zullen we op het zelfde moment, dus allemaal tegelijk loslaten,…’
‘Ballonnen, pfff,’ zuchtte Michelle.
De ballonnen, allemaal van een andere kleur werden uitgedeeld. Nu werd het spannend. De krijsvrouw, beter gezegd de directeur, zou een teken geven en dan zouden ze de koordjes mogen loslaten. Maxim beet op zijn onderlip. Het ging gebeuren. Hoda trilde een beetje. En Bo, Bo voelde een enorme steek in haar hoofd. Er hapte naar adem. Ze viel met een smak op de koude tegels van de speelplaats terwijl de ballonnen hun vrijheid kregen en flirterig naar de hemel zweefden.

Doodsbleek lag Bo tussen de nog wittere ziekenhuislakens. Een geleerde dokter met een hoop onwetende assistenten in zijn kielzog boog zich over haar en scheen met een scherp lichtje in haar ogen. Mama hield zich sterk maar Bo zag aan haar rode ogen dat ze gehuild had. De dokter kneep Bo in de wang en draaide zich naar haar ouders, net of ze al niet meer bestond.
‘Op de Mri hebben we geconstateerd dat dit meisje een glioblastoma multiforme heeft ,we vrezen dat ze een slechte prognose van minder dan 1 jaar heeft.. De prognose van patiënten is bijna altijd ongunstig.. Naast de tumorgraad, zijn de conditie van de patiënt en de leeftijd belangrijke prognostische factoren. De overlevingskans bij hersentumoren is vooral zo klein, doordat de tumoren vaak pas in een laat stadium worden ontdekt en de gezwellen vaak moeilijk te behandelen zijn’
Bo staarde naar zijn witte jas, zijn glanzende handschoenen. Wat zei hij in Godsnaam? Veel vreemde woorden en moeilijke termen waarmee hij haar ouders overspoelde en waar zij niets van begreep. Dokters waren er toch om je te genezen, om je te helpen en om alles uit te leggen. Deze grijze man maakte haar gewoon bang. En hij deed mama huilen. Ze vroeg zich af wie dat meisje dan wel was. Er gebeurde veel in het ziekenhuis dat ze niet begreep, akelige onderzoeken, in een buis geschoven worden met een koptelefoon op je hoofd die toch niet hielp tegen dat lastig lawaai, prikkende naalden, verpleegsters die haar zeiden dat het geen pijn ging doen en die dan naalden in haar staken. Eén van de assistenten keek haar vol medelijden aan. Toen ze alleen op haar kamertje was, kwam hij terug binnen.
‘Hallo, ik ben dokter Sven, ik zie dat je bang bent. Dat moet je niet zijn. We gaan goed voor je zorgen.’
‘Waarom huilt mama dan zo?’
De assistent slikte iets weg. Vlug verdween hij uit de kamer. Bo keek naar de gesloten gordijnen. Ze wilde de zon zien. Maar waarom deed het licht haar zo pijn. Ze wilde terug naar Maxim en Michelle. Ze zou vertellen aan Maxim dat ze geen dokter wilde worden. Ze wilde mensen geen pijn doen.

Enkele weken later mocht ze bezoek ontvangen. Maxim zat op haar bed, Michelle en Hoda stonden bevend bij de kleine tafel in de kamer. Bo had hoofdpijn. Soms zag ze precies twee Hoda’s en Michelle vier keer. Maar dat kon helemaal niet. De dokter had haar verteld dat er iets in haar hoofd zat dat er niet hoorde. Ze konden haar hoofd niet opereren. Daar was ze blij voor want dat leek haar heel gevaarlijk. Nu kreeg ze via een adertje in haar arm vieze zakken. Ze moest ze steeds overgeven. Soms kreeg ze een ander klein zakje dat haar heel slaperig maakte. Dan droomde ze over regenbogen, ballonnen, Maxim, mama en blaasbellen.
‘ We hebben een idee; we krijgen van de directeur allemaal een bellenblaas. Dan gaan we bellen blazen in honderden kleuren en naar de hemel blazen, voor jou,’ snikte Maxim terwijl hij haar klamme hand vasthield.
‘Zo mooi,’ fluisterde Bo,’ en zo lief.’
Mama had haar uitgelegd dat ze binnenkort naar de hemel zou gaan. Dat was een plaats waar je altijd gelukkig was en nooit meer pijn zou hebben. Bo wilde niet gaan. Hier voelde ze zich ook gelukkig, bij mama en papa en haar vrienden.
‘Max,’ prevelde ze moeilijk.
‘Ja,’
‘Word jij maar dokter, maar dan geen gewone dokter, een lieve dokter, die alles aan iedereen uitlegt en iedereen geneest.’
De kinderen begonnen te huilen. Bo zag de tranen die van Maxims gezicht druppelden. Door het gordijn piepte een late zonnestraal die zijn verspilde tranen deed schitteren in alle kleuren van de regenboog.
‘Je moet niet huilen, ik ga niet weg, ik ben gewoon aan de andere kant van de deur. Ik kan elk ogenblik terug binnenkomen.’
Bo viel in een diepe slaap. Ze wist niet eens dat haar vrienden twijfelend de kamer verlieten. Bo droomde van oma en toen was de pijn weg. Ze zag de regenboog en zag de miljoenen bellen die schitterden als parels.

De directeur zag er ongelukkig uit. Je kon zelfs achter het mondmasker de sporen van verdriet zien. Bevend hield Maxim het bellenblaasje in zijn handen. Hij moest steeds aan Bo’s woorden denken. Ik ben niet weg, ik ben gewoon achter de deur. Als je deur opent, zie je me weer.
‘Ik zal nu een tekstje voorlezen, jullie mogen ondertussen bellen blazen, ik ben er zeker van dat Bo hierboven zal dansen tussen jullie veel gekleurde bellen en lachen.
De dood is niets
Ik ben maar aan de andere kant
ik ben mijzelf
Jij bent jijzelf
Wat we waren voor mekaar
zijn we nog altijd
spreek tegen mij, zoals vroeger
niet treurig.
Lach om wat ons samen heeft doen lachen
Bid, glimlach
denk aan mij
Het leven is wat altijd geweest is
de draad is niet gebroken
Waarom zou ik uit je gedachten zijn?
Omdat je me niet meer ziet
Neen, jij bent niet ver
Juist aan de andere kant van de weg
Zie je, alles is goed
Dus droog je tranen
en huil niet als je van me houdt

Dit was het verhaal van Bo. In deze wereld zijn er vele Bo’s die het niet verdienen van pijn te hebben of dood te gaan. Met deze pandemie vergeten we dat misschien een beetje. Dit is een verhaal voor al die lieve kinderen en hun familie. Blijf hopen, blijf vechten.