Categorieën
Fictie

Middaguur

Zij was er nooit. Er zijn mensen die zoals ik elke dag in het parkje komen en mensen die je vaak ziet of soms, maar haar heb ik niet eerder gezien. Het is de vierde hittegolf deze zomer, ik vraag me af of er tussen de toppen van die golven nog dalen zaten. Het park is verschroeid maar we blijven er komen alsof het een oase is. Het is een oase. In de asfaltwoestijn van lege parkeerplaatsen en uitgestorven straten zijn het die paar armetierige boompjes waar we verkoeling en ontspanning zoeken.
Wie in deze wijk woont mag elke dag een uur in het park zijn. Op afstand natuurlijk, en met mondkapje. Dat is niet erg, de lucht is smerig dus ook zonder mondkapjesplicht zou je er vrijwillig eentje opzetten. Een uur per dag luchten is al heel wat. Eigenlijk moet iedereen binnenblijven, maar de flats zijn zo klein en zo heet, dat ze een schema hebben gemaakt zodat er voor elke bewoner elke dag een uur park beschikbaar is. Mij hoor je niet klagen.
Rondopen mag niet, dat is te gevaarlijk. Als het je tijd is, meld je je bij de triage, heb je geen symptomen dan krijg je je route en het nummer van je plekje. Altijd hetzelfde nummer, maar toch wordt elke keer hetzelfde verhaal verteld. Hoe je moet lopen en wat je niet mag doen. Ze zijn bang dat je gaat dwalen buiten de lijntjes. Niks meenemen, niks achterlaten. Niet hoesten, niet lachen, niet eten en drinken, niet praten, niet huilen ook. Daar komen problemen van. Bent u op de hoogte van de risico’s? Extra uitleg nodig? Gaat u maar.
Mijn nummer is vlakbij de tweesprong, onder een plataan. Dat klinkt groter dan het is, maar toch, het is een boom en hij geeft schaduw. ’s Middags valt die schaduw op mijn plek dus dat is mooi want mijn uur is van twee tot drie. Tijdens de triage en onderweg is het bloedheet maar als ik mijn handdoekje uitspreid is het net alsof de schaduw met haar koele vingers mijn lichaam streelt. Voordat ik dan ga liggen en mijn ogen dichtdoe, blijf ik nog even staan om het zweet op mijn rug te laten verdampen.
Daarom weet ik wie er om twee uur de nummers naast mij hebben. En verderop bij de bosjes, en op het grasveld waar meestal bijna niemand is vanwege de brandende zon. Ik weet niet hoe ze heten, maar het contact is toch intiem. Je ziet elkaars slecht geschoren oksels, bouwvakkersdecolletés, het lubberende elastiek van een oud en iets te klein bikinibroekje en de gerafelde randen van versleten handdoeken. Het patroon van die handdoeken in het park is een QR-code. Log in en ervaar een middag in het park.
Spoiler-alert. Je verwacht het niet maar het park is waanzinnig. Het park is cool. Het park is hot. Je krijgt een uurtje, meer is het niet, maar je wilt het niet missen.
Die man direct naast mij zag het ook. Hij valt meestal meteen in slaap, snurken is niet verboden, maar dit keer was hij klaarwakker. Ik keek even naar hem, maar ik wilde liever naar haar kijken, schuin aan de overkant, een meter of tien, twaalf verderop. Een plekje zonder schaduw, maar zij zag er ijzig kalm uit, koeler dan ik onder mijn plataan. Op haar huid was ondanks de hitte geen zweet te zien. Ze had een groot badlaken, bijna zo groot als haar plekje, en ze legde het langzaam en zorgvuldig neer, zonder plooien of dubbelgevouwen hoeken. Zo gaaf en glad als haar benen. Haar benen, haar armen, haar hals. Ze had kort haar dus ik kon haar nek goed zien. Haar geconcentreerd voorovergebogen nek. Ik hield mijn adem in.
Ze ging zitten en keek op. Het leek wel of het hele park zuchtte. Ik verslikte me en probeerde mijn hoest in te houden. De toezichthouders zijn altijd in de buurt, hoesters zijn riskant, ook als ze negatief getest zijn. Toen ik weer normaal kon ademen zag ik dat ze me aankeek. Door die pet kon ik haar ogen niet zien. Ik wilde naar haar glimlachen, ook al lukt dat niet echt met een mondkapje op, want ze bleef naar me kijken. En ik naar haar. Ik zakte langzaam door mijn knieën en bleef maar kijken terwijl ik ging zitten. Zij stak haar arm uit om een tube uit haar tas te pakken. Zonnebrandcrème, die had ik niet nodig, ik had mijn schaduw.
Ze wreef de crème over haar armen en overal waar ze bij kon. Schouders, nek, kuiten, voeten, wangen. Ze nam de tijd en deed het heel zorgvuldig, al had ik nog wel een paar plekjes voor haar willen insmeren. Het was stil om ons heen. Ik weet het niet zeker want ik keek alleen naar haar, maar ik denk dat iedereen de show volgde. Het was gewoon het dagelijkse uurtje in het park maar het leek een theater, een podium ter grootte van een badlaken met het allersterkste spotlicht van de wereld gericht op haar.
Toen ze klaar was met de crème keek ze nog steeds naar mij. Het was geen verbeelding, ze keek echt en duwde haar pet een beetje steviger op haar hoofd. Ik knikte en toen draaide ze zich om. Ik denk dat het yoga was. Ze bewoog langzaam en bleef steeds een poosje stilstaan voordat ze weer een arm of been boog, bukte of zich omdraaide. Alle ogen in het park volgden haar maar haar ogen waren onzichtbaar. Soms dacht ik dat ze weer naar mij keek, maar ik was er niet meer zeker van zoals in het begin. Dat stelde me toch teleur. Maar toen ik opzij keek naar mijn buurman en we allebei half lachend onze schouders ophaalden, voelde ik haar blik weer.
Ze keek me aan en boog voorover tot ze haar handen plat op de handdoek kon zetten. Het petje viel maar ze bewoog niet. Pas na een hele tijd kwam ze overeind en er was geen twijfel mogelijk, ze keek naar mij. Ik probeerde te praten, geluidloos achter mijn masker. Alleen met mijn ogen vroeg ik haar: wie ben jij? Hoe heet je? Ik heb je hier nog nooit gezien. Wat ben je mooi. Hou je van me?
Ze raapte haar pet op en gooide hem naar mij. Dat mocht vast niet, al stond het niet in de richtlijnen. Niet praten, zingen, lachen, huilen, dat was duidelijk, maar contact door het overgooien van kledingstukken? Dat was vast ook verboden. Ik kon er niet bij, hij lag te ver buiten mijn plek. Ze wees naar haar pet en naar mij en naar zichzelf. Haar wijd open ogen kon ik nu pas zien. Ik aarzelde of ik het zou wagen, toen de bel ging.
Een snoeiharde zoemer, zoals op school. Het eind van het lesuur, iedereen grijpt zijn tas en stort zich in de massa op weg naar de kantine, de fietsenstalling, het volgende lokaal. Ik bleef staan. Zij moest ook wachten. Overal kwam alles in beweging, precies zoals het hoorde. Niemand kruiste de route van een ander. Ik wilde me niet mee laten drijven op die golf, maar ik moest wel. Doorlopen, vergeet uw persoonlijke eigendommen niet, uw tijd is om, u dient deze plaats te verlaten.
Ik heb haar nooit meer gezien. Ik ga er maar vanuit dat ze niet is opgepakt omdat ze naar me keek. Of omdat ze het hele park verleidde. Misschien heeft ze een zonnesteek opgelopen, het klimaat is echt aan het veranderen. Ik draag tegenwoordig een pet.