Categorieën
Fictie

‘Let the ducks out!’

‘Let the ducks out!’

‘Kijk,’ zegt Stef, hij wijst met zijn slome arm naar de vloer.
‘De flesjes rollen allemaal dezelfde kant op. Ik wist wel dat de aarde scheef stond.’ Hij kijkt zo wijs als bij hem maar mogelijk is. Daarna volgt de bevrijdende lach over zijn blotekontengezicht.

Het is vrijdagavond en nog altijd bloedverziekend heet. Nadat we alle vier ons zesde flesje op de grond hebben laten vallen en Johnny het lege kratje wisselt met de volle eronder zegt Emma dat ze een kind wil. Ze laat er een luide boer op volgen.

Johnny die eigenlijk gewoon Jannes heet, maar zich alvast een artiestennaam heeft aangemeten voor het geval dat, al weet hij zelf ook nog niet voor welk geval, peutert de zoveelste sigaret uit het verkreukelde pakje in zijn borstzak, meer verslaafd als hij is aan het opsteken dan aan het daadwerkelijk roken. Twee hooguit drie trekjes lurkt hij aan het teergenot en dan schiet hij de brandende peuk alweer uit het openstaande raam van de caravan.

In deze beschimmelde bouwval, die we nu al weken gebruiken om de verveling door te komen, hangen we meer dan we zitten op de plastic tuinstoelen van de kringloop. De armzalige behuizing staat in de achtertuin van mijn ouders en lijkt zo overgenomen uit de gedateerde zooi van Bassie en Adriaan. Zelfs de kleuren kloppen.

Emma hangt achterste voren, haar magere armen liggen losjes op de verschoten rugleuning. Ze drinkt met gulzige slokken haar bier. Ik zie dat ze lippenstift op heeft. Felrood. Het maakt haar gezicht nog bleker.
‘Ik moet plassen,’ zegt ze en ze staat op.

Emma is een jongensmeisje. Ik heb haar nog nooit in een jurk gezien. Haar vader is de rijkste melkveeboer van de streek. Ze heeft van ons vieren als enige een trekkerrijbewijs.

‘Hoor ik het nou goed,’ zegt Stef. Zijn lodderogen -hij kan het slechtst tegen de drank- krijgen iets van afgrijzen.
‘Zit ze godverdomme in de tuin te pissen!’ Johnny en ik spitsen onze oren. En inderdaad het gekletter is niet van de lucht.

‘Ranzig,’ zegt Stef, als ze terug is.

Moet hij zeggen, denk ik. Ranziger dan Stef bestaat niet. Zijn ouders hebben een varkenshouderij en volgens mijn vader hebben ze gewoon een van die varkens in huis genomen en een naam gegeven.
Over zijn vadsige bovenlichaam draagt hij enkel een fluorescerend geel hesje. Bij de tekst ‘Houd 1,5 meter afstand’ heeft Johnny de 1,5 doorgestreept met een dikke viltstift en er 15 onder gezet.

‘Heerlijk,’ zegt Emma, die de volgende vier flesjes openmaakt met haar aansteker. De doppen schiet ze uit het raam. Met haar duim en middelvinger. Er moeten er inmiddels honderden liggen.
‘Ik heb ruimte gemaakt.’ Ze rekt zich uit en neemt zo’n gulzige slok uit haar flesje dat er druppels bruin vocht uit haar mondhoek lekken.
‘Voor jullie.’ Geen van ons reageert. We weten wat er komen gaat.
‘Ik wil jullie zaad.’ Ze huppelt door de bedompte ruimte en probeert onze aandacht te trekken.

‘Ik heb lui zaad,’ zegt Stef. Hij heeft vanmiddag de zijkanten van zijn bloemkoolhaar weg laten scheren en ziet eruit als een schaap in zomervacht.

‘Écht jongens!’ Hier hikt Emma.
‘Ik heb er lang over nagedacht. Jullie zijn me alle drie even lief. Ik kan gewoon niet kiezen.’ Niks aan de hand, weten we. Dit herhaalt zich zo’n beetje elk weekend.

Johnny steekt maar weer eens een sigaret op en deelt ook aan ons uit. Dat is een teken dat hij zich op zijn gemak voelt.
‘Ik haat kinderen,’ zegt hij.
‘Zeker als ze worden zoals wij.’

Emma heeft kort blond strohaar. Haar gezicht heeft iets van de bumper van een auto die na een ongeluk niet goed is uitgedeukt. Geen van drieën hebben we het ooit met haar gedaan, hadden we elkaar nog niet zo lang geleden opgebiecht. Ze is gewoon een vriend, one of the guys. Al vanaf de basisschool trekken we met elkaar op. In voor- en tegenspoed. Soulmates for ever!

Je wordt gewoon niet geil van haar, verwoordt Stef het nog het beste.

Allemaal nemen we een slok uit ons zevende flesje.
‘Op het moederschap,’ zegt Emma. Er vliegen muggen om haar heen. Ook bij ons. Maar bij haar het meest. Ze is alleen aantrekkelijk voor muggen, denk ik.

We drinken stevig door. Emma heeft de hare als eerste leeg en maakt maar gelijk weer vier nieuwe open. Ze houdt het tempo hoog. Stef begint het alfabet te boeren. Johnny haalt uit een plastic jumbotas een zak borrelnootjes. Het is zijn beurt. Hij scheurt de plastic verpakking zo wild open dat de noten overal heenvliegen. Daarna volgen de chips. Naturel, met ribbeltjes. Emma zet uit haar mobiel een afspeellijst op de bluetoothspeaker. Metallica, ‘Nothing else matters’. Dit is het nieuwe normaal, denk ik.

Maar bij het tiende biertje haalt Emma plots vier flesjes Flügel uit een cooltas.
‘Let the duck out!’ schreeuwt ze en draait meteen de gele dopjes van de rode shotjes.

Wat gebeurt hier nou? Bier, bier en nog eens bier was de formule en dan nu dit! Ik krijg een raar voorgevoel. Zweet prikt in mijn nek. Stef en Johnny moeten toch ook verbaasd zijn.
Maar we zeggen niks en glijden -geheel volgens gebruik- in één teug de rode vloeistof naar binnen.

‘Let the duck out!’ brullen we alle vier. Voor Emma het teken om haar T-shirt uit te trekken. Echt gemakkelijk gaat dat niet, haar shirt blijft halverwege haar hoofd vastzitten. Met man en macht trekken we mee.

‘Oké,’ hijgt ze, terwijl ze met een onhandig gebaar het goedkope stukje textiel in een hoek gooit. Ze draagt een roze bh, waarvan ik vermoed dat ze die voor het eerst aanheeft. Stef fluit tussen zijn tanden. Johnny pakt vier nieuwe flügels uit de tas. Er lopen pareltjes zweet langs zijn slapen.

‘Let the ducks out!’ schreeuwt hij. Emma voegt de daad bij het woord. Stef helpt met de sluiting. Zijn handen trillen.
‘Never opened myself this way,’ zingt Metallica.
‘Tatatata!’ roffelt Johnny op het aftandse campingtafeltje.

‘Vanavond gaat het gebeuren!’ zegt Emma.
‘Jullie moeten me neuken.
Één voor één.
Direct na elkaar.
NEU-KEN!’
Haar iele bovenlichaam draait alle kanten op.
‘Zodat het zaad …,’ ze slaat een volgend flesje achterover en smijt het uit het raam, ‘zich vermengt.’ Haar ogen schieten van Johnny naar Stef, van Stef naar mij, van mij naar Johnny.

‘Godverdomme!’ zegt Stef en klokt de inhoud van zijn flesje bier in één keer naar binnen. Johnny pakt zijn mobiel. Ik zie wat hij van plan is. Juist op het moment dat hij wil klikken, pak ik zijn hand. Ik schud met mijn hoofd.
‘Kijk eens,’ zeg ik en knik naar Emma.
‘Kijk eens goed. Ook jij Stef!’

Wat we zien zijn twee futloze hangborstjes. Leeggelopen feestballonnetjes. Tepels als muggenbeten. Doorgelopen lippenstift rond haar mondhoeken. Alle drie slikken we iets weg.
Maar Emma gaat door. Zo dronken heb ik haar nog nooit gezien. Ze lijkt in trance. Ze danst. Ze flirt. Ze trekt aan haar sigaret. Ze drinkt.

‘Never opened myself this way,’ zingt de band. Zingt Emma. Ik voel opwinding, maar geen geilheid. Stef heeft gelijk.

Na nog een flesje -ze wacht al niet meer op ons, maar pakt alleen voor zichzelf- stapt ze op het wankele tafeltje en plaatst zich wijdbeens voor ons.

‘Godverdomme!’ zegt Stef.

Heupwiegend gooit ze haar sneakers uit. Knoopt ze haar spijkerbroek los. En laat ze de pijpen zakken.
‘Three motherfuckers!’ gilt ze. Ze houdt drie vingers in de lucht. In het Engels klinkt het zoveel beter, denk ik.
‘Yihaa!’ Haar handen zoeken haar kruis. Haar broek zakt verder. We zien twee knokige schaafknieën.

Stef zuigt zijn wangen naar binnen. Ik kijk naar het plafond en zie ontelbare bruingele vochtplekken. Johnny zoekt zijn sigaretten. Ik buk.

Dan is het stil. Zo stil als bij de eerste stralen van de zon na een zware onweersbui. Het enige dat we horen zijn zoemende muggen en de zitmaaier van mijn vader ergens ver weg op het land. Verder niets. Emma staat als bevroren.
Ik heb de bluetooth uitgezet en loop op haar toe. Ik ga vlak voor haar staan.

‘Emma,’ begin ik voorzichtig. Voor ik doorga, kijk ik beurtelings naar Stef en naar Johnny. Beiden knikken me toe, alsof het zo is afgesproken.
‘Het is goed zo.’ Kleine druppels zweet zoeken een weg over haar melkwitte meisjeslichaam. Ze slaat een mug uit haar nek. De poten van het formica tafeltje zakken vervaarlijk scheef door.

‘Jij wilt toch niet die geitentanden van Stef in je familie? Of zijn melkboerenhondenhaar!’ Ik draai me om. Ik knipoog. Wijs naar Johnny.
‘Wat denk je van zíjn o-benen? Bovendien is hij zo kippig als de neten. Wil je dat?’ Stef grimast. Johnny trekt zijn knieën overdreven ver uit elkaar. Ik ga door.
‘En kijk eens naar mijn olifantenoren!’ Johnny slaakt een diepe zucht.
‘Die wil niemand,’ zegt hij.
‘We moeten godverdomme afstand houden,’ hikt Stef.

Emma haar broek ligt inmiddels op haar enkels. De string die ze aanheeft, ook roze, hoort duidelijk bij de bh.