Categorieën
Fictie

Laatste lesdag

Lucinda stapte het kantoortje van Arthur binnen en wees omhoog.
‘Er liggen nog steeds drie ballen in de dakgoot,’ zei ze.
‘Ik weet het,’ zuchtte Arthur. Met beide handen verschoof hij het toetsenbord op zijn bureau. ‘Ik bel zo naar de brandweer, maar ik maak eerst het diversiteitsplan af.’
‘Dat zei je gisteren ook.’
‘Weet ik, maar dat plan moet vandaag naar het bestuur.’
‘Dat zei je gisteren ook.’
Lucinda liep met een kop koffie in haar hand naar haar lokaal. Die middag begon de herfstvakantie. Ze was moe. En zwanger, maar dat wist nog niemand op school. Deze keer moest het goed gaan; niet te druk maken had de verloskundige gezegd.

Die ochtend wilde niemand opletten bij rekenen, een paar keer verloor Lucinda haar geduld. Ze was blij dat ze na het speelkwartier met aardrijkskunde verder kon gaan. Dat vonden de kinderen leuk.
‘Vandaag gaan we het over bergketens hebben,’ begon ze, ‘sla je boek open op bladzijde 31.’
De kinderen waren stil, alleen het omslaan van bladzijden was hoorbaar.
‘Voordat we beginnen, wil ik even terug naar vorige week,’ zei ze, ‘weet iemand nog wat de hoogste berg op aarde is?’
Overal in de klas staken kinderen hun vinger omhoog. Ook de jongen achterin met vlassig haar. Zijn moeder was enkele weken eerder overleden. De afgelopen tijd was hij muisstil geweest.
‘Zeg jij het maar, Tim.’
De jongen keek om zich heen.
‘De Mount Everest,’ zei hij met stralende ogen. ‘Die berg ga ik beklimmen, samen met mijn vader.’
Lucinda glimlachte.
‘Weet je wel hoe hoog dat is, dat doe je niet in een uurtje?’
Tim ging rechtop zitten.
‘Mijn vader en ik hebben alles uitgezocht, we hebben vier basiskampen nodig.’

Frank opende de deur naast de douchecabines en zocht op de tast naar de lichtschakelaar. Knipperend sloeg de TL-buis aan. Frank en de auditor stapten de ruimte binnen en stonden zwijgend in het flikkerende licht. De auditor hield een groene map onder zijn arm geklemd. Frank dacht aan zijn jonge jaren, het dansen in het licht van een stroboscoop. Een tijd zonder mannen met groene mappen. De TL-buis kwam tot rust, de auditor wees omhoog.
‘Deze verlichting moet vervangen worden. Dit kan niet in een kazerne.’
‘Uiteraard,’ antwoordde Frank, ‘maar er is niets mis met die lamp. Het komt door de kou. We komen vrijwel nooit in deze ruimte.’
‘Dat zei je vorig jaar ook.’
‘Ok, we vervangen hem vandaag nog.’
‘Dat zei je vorig jaar ook.’

Het materiaal lag op planken uitgestald: uniformen, handschoenen, laarzen, helmen, branddekens. Frank legde zijn hand op een zuurstoffles.
‘We hebben alles nagelopen, alles is in orde.’
‘Mooi,’ zei de auditor, ‘hebben jullie daar een rapport van gemaakt?’
‘Uiteraard, dat ligt op mijn bureau.’
‘Dat wil ik straks inzien.’ De auditor maakte een aantekening in zijn map.
De deur werd geopend en een brede brandweerman betrad de ruimte.
‘Dit is Nico,’ zei Frank, ‘een van onze brandmeesters.’
De auditor keek op van zijn map en forceerde een glimlach.
‘We zijn gebeld door de school aan Westeinde,’ zei Nico. ‘Er liggen een paar ballen in de dakgoot en het is rustig vanochtend. Vind je het goed als we er heen gaan?’
De auditor schraapte zijn keel.
‘Rukken jullie uit voor een paar ballen in een dakgoot?’
Hij keek Frank onderzoekend aan.
‘Nee, zo moet je dat niet zien,’ zei deze, ‘we helpen de scholen af en toe. Alleen als we niets te doen hebben. Je kunt het als een oefening zien.’
‘Waar staan dit soort oefeningen geregistreerd?’ vroeg de auditor.
Frank zuchtte en maakte een verontschuldigend gebaar naar Nico.
‘Sorry,’ zei hij, ‘blijf maar op de kazerne, die ballen komen wel een andere keer. ’

Lucinda keek de klas rond.
‘Is er nog iemand die van klimmen houdt?’ vroeg ze.
Een spichtige jongen aan het tafeltje naast de deur stak langzaam zijn hand omhoog. Hij was de enige die niemand naast zich had, misschien zou hij dat jaar blijven zitten.
‘Zo Jordy,’ zei Lucinda, ‘ik wist niet dat jij ook aan bergbeklimmen deed?’
‘Nee juf, ik doe aan mountainbiken,’ zei hij zacht, ‘en ik vind klimmen leuk, maar ik houd nog meer van dalen.’
‘En waar doe je aan mountainbiken?’
‘In het bos, bij de grote heuvel.’
‘Tjonge, dat is stoer tussen al die bomen. Is dat niet gevaarlijk als je naar beneden gaat?’
Jordy schudde zijn hoofd.
‘Het gaat keihard, maar het is niet gevaarlijk. Mijn vader zegt dat je niets moet doen dat je eigenlijk niet durft. Dan kan er niets mis gaan.’

Het was een warme dag voor begin oktober. De manschappen hadden voor de kazerne stoelen neergezet en dronken thee. Frank en de auditor stonden voor een raam op de eerste verdieping.
‘Zitten ze altijd zo voor de kazerne op de stoep?’ vroeg de auditor.
‘Nee, normaal gesproken waren ze nu een school aan het helpen met wat ballen uit de dakgoot te halen, maar daar had jij bezwaar tegen.’
‘Ik had nergens bezwaar tegen.’
‘Nou, ik had niet het idee dat je erg enthousiast was.’
‘Het gaat er mij om dat de regels worden nageleefd, uiteindelijk kan dat levens redden.’
Frank antwoordde niet en opende de deur naar het kantoor.
‘Is deze deur eigenlijk brandwerend?’ vroeg de auditor, met zijn hand langs het fineer glijdend.

In de lerarenkamer stonden de ramen open. Arthur bladerde aan de lange tafel door een krant.
Lucinda kwam binnen en nam een kop koffie. Niet teveel koffie, dacht ze, dat is niet goed. Beneden op het schoolplein waren jongens aan het voetballen. Nu de herfstvakantie was begonnen, maakten ze nog meer herrie dan anders. Lucinda ging tegenover Arthur zitten.
‘Die ballen liggen er nog.’
‘Ik weet het. Ik heb gebeld en ze zouden komen.’
Hij sloeg een bladzijde om, las een stukje uit een artikel en keek toen weer op.
‘Waarom maak je je zo druk om een paar ballen in de dakgoot?’
‘Ik maak me niet druk.’ Lucinda wreef over haar buik en liep naar het raam.
De wedstrijd was afgelopen. Sommige jongens liepen druk gebarend het bruggetje over, andere haalden hun fietsen uit het hok. Twee jongens bleven op het schoolplein achter.
Lucinda draaide zich om naar Arthur. ‘Moet jij niet aan je diversiteitsplan werken?’

‘Wat zullen we doen?’ vroeg Tim. ‘Zullen we penalties nemen?’
Jordy knikte instemmend en keek om zich heen.
‘We hebben geen bal,’ zei hij.
Tim liep naar de zijkant van het gebouw en wees omhoog.

Met bezweet voorhoofd kwam Frank naar buiten.
‘Is ie weg?’ vroeg Nico. Hij was in de schaduw gaan zitten.
‘Gelukkig wel,’ antwoordde Frank. ‘Ik word gek van die vent.’
‘Dat zei je vorig jaar ook.’
Frank schoot in de lach. Hij keek naar twee vrouwelijke collega’s die uit de stallingsruimte kwamen. Het was nog steeds warm. Sommige mannen hadden hun shirt uitgetrokken.
‘Als jullie nog zin hebben, kunnen jullie wat mij betreft even langs die school gaan.’
‘Fijn,’ zei Nico. Hij stond op. ‘Klaar maken,’ riep hij. ‘we gaan rijden!’

De jongens keken zwijgend naar boven.
‘Best hoog,’ merkte Jordy op.
Tim deed een stap naar voren en legde zijn hand op een regenpijp die van beneden tot onder de dakgoot liep.
‘Ligt eraan hoe bang je bent,’ zei hij. ‘Ik klim zo naar boven.’
‘Echt waar?’ vroeg Jordy ongelovig. Hij volgde met zijn ogen de regenpijp omhoog.
Tim keek met een smalende blik opzij. ‘Ik heb het al zo vaak gedaan, dat de lol er een beetje af is. Maar als jij niet durft, dan vergeten we het gewoon, dan ga ik naar huis.’
‘Wie zegt dat ik niet durf?’
‘Maak je niet druk, ik heb al geen zin meer in voetballen. Laten we naar huis gaan.’
Tim maakte aanstalten om te vertrekken, maar bleef staan toen Jordy zijn voet op de onderste bevestigingshaak van de regenpijp zette. Met een paar snelle bewegingen was hij een paar meter omhoog geklommen. De regenpijp kraakte en piepte.

Lucinda liep naar haar lokaal. Ze voelde een pijnscheut in haar buik. Ze had teveel koffie gedronken en zich te druk gemaakt. Snel griste ze haar sleutels van tafel, waarna ze zonder iemand gedag te zeggen naar buiten ging.

‘Je bent er bijna,’ riep Tim, ‘nu alleen nog op de dakgoot klimmen.’
Op dat moment zag Tim dat de rand van de dakgoot verder van de muur aflag dan het van beneden leek. Zich met een hand aan de regenpijp vasthoudend, trachtte Jordy de rand te pakken. Even leek hij zijn evenwicht te verliezen.
‘Voorzichtig!’ riep Tim.
Met zijn arm gebaarde hij Jordy naar beneden te komen. Vanuit zijn ooghoek zag hij een brandweerauto het schoolplein oprijden. Aan de andere kant verscheen juf Lucinda in de deuropening van de school. Nogmaals deed Jordy een poging. Hij zette zich met zijn voeten af tegen de regenpijp en reikte met twee handen tegelijk naar de rand van de dakgoot. Hij greep mis.
Tim voelde een koude rilling over zijn rug lopen. ‘Voorzichtig,’ fluisterde hij.