Categorieën
Fictie

La Tempesta

La Tempesta
28.10.2018
8.00 uur
Alles lijkt rustig, Boccadasse ligt er vreedzaam bij in de ochtendzon. Dit vissershaventje, in het oosten van Genua, met zijn op elkaar gestapelde pastelkleurige huisjes, heeft een idyllisch aanzicht. De kleurige huisjes omsluiten een kleine baai in de Ligurische zee waarin vissersboten liggen.
Maar vanochtend is er toch iets anders. De vissers zijn bezig hun boten het land op te trekken. Ook komen mannen aanlopen met schotten die ze voor de deuren van de huizen plaatsen. Hoogwater is voorspeld. Una mareggiata. Maar niemand weet hoe heftig het zal worden…
Ik woon nu alweer vijf jaar in een lieflijk pastelgeel huisje in Boccadasse van vier verdiepingen. Mijn appartement ligt op de eerste verdieping, te bereiken met een trap. Onder mijn appartement, op de begane grond, bevindt zich een opslagruimte waarin een houten vissersboot staat. Mijn appartement heeft maar één ingang, die via de trap, terwijl de huizen boven nog een uitgang aan de achterkant hebben.
Het uitzicht vanuit mijn huisje is kortweg schitterend, links het haventje en rechts vol uitzicht op zee! Die begint al zeven meter vanaf mijn voordeur. De huizen worden beschermd door zware rotsblokken in zee en een muurtje. Bij harde wind klotsen de golven over het muurtje heen en kan ik de spetters binnen op de eerste verdieping voelen.
Maar nu heeft het uitzicht iets dreigends. Wolken beginnen zich op te stapelen. Het zal ook gaan regenen. De wind trekt aan. Steeds meer beginnen de vissers hectisch op en neer te lopen, hun boten zover mogelijk het land op te trekken en losse delen vast te zetten.
Een plaatselijke flinke storm zal aan de oostkant van de Ligurische kust aan land komen, zo is voorspeld. En de vissers zien de storm aankomen en treffen voorbereidingen. “Dit wordt een grote” zeggen ze tegen elkaar. Ook tegen mij “sluit je ramen en luiken en blijf binnen!”.

20.00 uur
Het begint harder te waaien en donkere, onheilspellende wolken hangen boven het haventje. De vissers hebben gelijk, zwaar weer op komst. Op aanraden van een paar vissers zet ik een paar flessen drinkwater neer op tafel, voor het geval dát… Ik begin toch wel een beetje zenuwachtig te worden. Maar de vissers stellen me gerust “als je de ramen en luiken dicht houdt ben je oké. Het is niet de eerste storm hier”.

24.00 uur
Ik zit in mijn huisje met de ramen en luiken dicht. Ik hoor de storm aanzwellen. De wind piept door de luiken en rukt er aan. Het lawaai wordt steeds heviger. Het begint ook heel hard te regenen; ik hoor de golven voor mijn deur opzwellen en met enorme klappen kapotslaan op het muurtje voor mijn huis.
Ik denk even aan de boten die langs het muurtje zijn gezet; die zijn onmogelijk bestand tegen deze natuurkrachten. Het lawaai was oorverdovend.
Opeens een enorme knal tegen de luiken. Iets heel zwaars moet er tegenaan zijn gegooid door de wind of de golven. Daarna meer knallen; er vliegt van alles rond buiten. Het geluid van de wind is vreselijk. Ik vind het niet meer spannend maar ronduit beangstigend. “Het is niet de eerste storm hier” herhaal ik als mantra. Ik loop naar de hoek van mijn keuken, het verst van het raam verwijderd en ga bibberend op een keukenstoel zitten.
Dan zie ik opeens water onder de voordeur op de begane grond komen. Het gaat allemaal heel snel. Binnen de kortste keren staat het water halverwege de trap. Paniek maakt zich van mij meester. Ik bedenk me dat ik als een rat in de val zit, de enige uitweg uit mijn appartement is die trap!
Ondertussen zwelt het kabaal alleen maar aan. Buiten hoor ik van alles rondvliegen en vervolgens hard tegen de muren slaan. Pure paniek! Het water blijft stijgen op de trap en bereikt nu de vloer van de eerste verdieping. “Ik had naar een hogere plek op het land moeten gaan, naar vrienden die hogerop wonen. Maar dat is nu te laat….”.
Ik blijf op de stoel zitten, uren lang, terwijl zich buiten de hel afspeelt. Ik druk mijn handen tegen mijn oren om het afschuwelijke kabaal niet te horen, om me af te sluiten van dit vreselijke natuurgeweld. Er gaat vanalles door mijn hoofd; wat als het water blijft stijgen? Ga ik hier levend uit komen?

9.00 uur
Dan zie ik na een poos dat het water niet meer verder stijgt, het lawaai lijkt iets minder te worden. Door de luiken heen zie ik wat licht naar binnen komen. Daglicht!
Het is buiten stil geworden. Geen gepiep meer van die vreselijke wind door de luiken en ook het geluid van de golven is bedaard. Ik hoor mensen die naar buiten komen. Ik raap al mijn moed bij elkaar en loop naar het raam. Ik doe het open, en vervolgens ook de luiken. Terwijl ik deze open breekt er een pin af en valt het luik naar beneden.
“Hé Sigrid, ben je oké”? hoor ik een visser roepen. “Ja” wil ik terugroepen maar het enige dat eruit komt is een schril piepstemmetje. Ik steek mijn trillende duim op naar de visser. Hij is bezig de schade op te nemen. Die is enorm. Het muurtje is grotendeels weggeslagen. De houten boten die ernaast stonden zijn door de golven tegen de huizen gesmeten. Het is een vreselijk gezicht.
Het muurtje voor mijn huis it voor het grootste deel weggeslagen. Ik kijk het haventje in, bang voor wat ik allemaal te zien zal krijgen. Het is vreselijk, het lijkt wel een oorlogsgebied. In muren zijn gaten geslagen, huizen zitten onder de modder, luiken zijn van de ramen weggeslagen.
Ik kan mijn deur niet uit want nu het water is weggetrokken ligt er allemaal modder achter de voordeur. Tegen de voorkant van het huis, dus ook tegen mijn voordeur, liggen boten die door golven zijn opgetild en tegen de huizen zijn gesmeten. In paniek roep ik naar de vissers “hoe kom ik uit mijn huis”?
Uiteindelijk heeft de brandweer me uit mijn raam geholpen.