Categorieën
Fictie

kwestie van perspectief

Het geruis van de zee weerklonk op de achtergrond, terwijl ik in een trance het lichtpuntje observeerde. In mijn angst de duisternis ingetrokken te worden, greep ik met mijn blote handen stevig in de ruwe stenen. De lichtgevende stip manoeuvreerde zich meer en meer in mijn richting. Het leek wel alsof er een stukje van de maan was afgebrokkeld, in de zee zwierf zoekende naar soortgenoten. Aanvankelijk leek het een uitzondering te zijn. Terwijl ik toekeek naar de lichtbundel die de maan had gecreëerd, nam ik een ongewoon verschijnsel waar. In ongeloof staarde ik hoe er uit de bundel zich talloze lichtpuntjes afsplitste. Alsof de hemel zich had omgekeerd en de sterren zich nu in de zee bevonden. Met een gracieuze geografie bewogen ze zich in cirkels om elkaar heen, waarna ze na elke beweging een spoor van licht achterlieten. Vol bewondering bekeek ik het tamelijk magische tafereel. De zwarte zee was vol geschilderd met opgelichte slierten, die een schitterend patroon vormden. Plotseling werd de voorstelling gepauzeerd. Even was het donker. Tot mijn grote verbazing begonnen ze zich één voor één dit keer niet in horizontale, maar in verticale richting te verplaatsen. Een grote windvlaag blies zandkorrels in mijn ogen, nadat ik mijn oogleden weer kon spreidden, realiseerde ik me pas waar ik echt mee te maken had. Overrompeld met angst kneep ik zo hard in de stenen dat het bloed over mijn handen vloeide. Mijn ademhaling had zich zo erg versneld dat men van hyperventilatie had gesproken. Nog nooit had ik zo hard gerend. Eenmaal thuis aangekomen deelde ik mijn waarneming mee aan mijn ouders. Weerkaatsing van het maanlicht, een vis of zeeschuim. Een tal van explicaties, maar geen enkel die voldeed. Het is maar omdat ik toen nog een kind was anders hadden ze me echt wel voor gek verklaard. We weten immers toch allemaal dat spoken niet bestaan?

Jaren gingen voorbij en even leek alles vergeten te zijn. Tot op mijn twaalfde verjaardag. Het had zich inmiddels tot routine ontwikkeld, dat ik na een ruzie tussen mijn ouders, rust bij zee zocht. Starende naar de horizon keek ik toe hoe de zon zich in een maan transformeerde. Het was een gek duo. Ze zagen de wereld op een andere manier, maar nooit zouden ze elkaars perspectief kunnen waarnemen. En toch, hoe verschillend dan ook van aard, konden ze niet zonder elkaar. Als de zon niet meer zou stralen, zou de maan zijn licht verliezen. De zoute zeewind waaide me bijna omver. De wateren waren die avond net zo rumoerig als het klimaat in mijn huis, dus van vrede kon niet gesproken worden. Mijn blik viel op het wisselende water reliëf. Hoge golven, lage golven. In een constant ritme sprongen ze op en neer. Omhoog en omlaag, omhoog en omlaag, omhoog en licht.. Mijn hart schoot naar mijn keel en voordat ik het wist lag ik opgerold achter de rotsen. Verlamd van angst. Ik kon geen spier verrekken. Nadat ik eindelijk genoeg moed had verzameld om over de steen naar het water te kijken, kreeg mijn hart het nog zwaarder te verduren.
What the fuck ?
Dit kon niet echt zijn. Droom ik? Net zoals mijn hart stond de zee stil. Geen golf was meer te zien, slechts de weerkaatsing van de maan in het doodstille water. In ongeloof staarde ik als een stambeeld naar de horizon, waaruit zich een dikke mist langzaam over het water verspreidde. Eén voor één kwamen ze achter de mist vandaan. Zwarte ogen, die mijn lichaam deden beven.

Ik had beter moeten weten dan naar mijn ouders te gaan. Maar ja wat moest ik anders. Zo snel als het licht was ik naar huis gerend. En zo snel als dat probeerde ik mijn verhaal te vertellen. Ik denk dat het de combinatie van paniek, roekeloos ratelen en mijn slechte conditie was, waardoor ze mij de eerste keer zo verward aankeken. Niet dat het me de tweede keer beter afging.
“Waarom liet je ons zo schrikken, ik dacht dat er iets gebeurd was!”
“Er is ook iets gebeurd, dat zeg ik jullie toch !”
“Jongen je bent echt te oud hiervoor en bovendien wij zijn te oud hiervoor. Ga naar boven en kleed je om, Tante Kelsey komt zo nog even langs.”
Verslagen wende ik me tot de trap. Even hoopte ik teruggeroepen te worden, maar natuurlijk gebeurde dat niet. De avond ging voorbij en nog een laatste poging vond plaats. Mijn moeder, die net de vaat sorteerde, keek op toen ik haar benaderde. Hoewel ik wist wat ik wilde zeggen kwam het er op dat moment gewoon niet uit, wat resulteerde in lang ongemakkelijk oogcontact.
Moeder onderbrak de stilte: “Je hoeft je excuses niet aan te bieden, het is eigenlijk mijn schuld.”
Op dat moment had ik geen idee waarover ze sprak, maar je moet weten ik ben nieuwsgierig van aard, dus onderbreken deed ik niet.
“Het is gewoon moeilijk geweest tussen mij en je vader.”
Pardon?
“We zijn beide opgegroeid met gescheiden ouders en we wilde gewoon niet hetzelfde voor jouw. En.. En we hadden het je eerder moeten vertellen toen je vroeg waarom we in aparte kamer sliepen, maar.. Maar we dachten gewoon niet. We dachten gewoon niet dat je er klaar voor zou zijn. Ik was nog zo voorzichtig met Eric en ik had niet gedacht dat je er achter zou komen..”
PARDON?
“Het is ook logisch dat je nu manieren zoekt om er mee te dealen. We hebben het afgelopen jaar ook te weinig aandacht aan je besteed. En..”
PARDON!!?
“Mam, ik zoek geen aandacht. Het is echt gebeurd wat ik jullie vertelde.”
“Liefje toch, het is oké we komen hier wel uit.”
“Mama, het is gebeurd. Het is echt gebeurd.”
“Schat, kom op nou. Je bent geen acht meer, je bent echt te oud voor dit soort verzinsels.”
Van verdriet naar irritatie.
“Het is echt waar, je moet me geloven!”
Luide zucht en rollende ogen.
“Wat wil je dat ik je zeg? Dieren praten en de maan is een tortilla?”

Het zou pas een maand later tot me doordringen wat er die avond was gebeurd. Biologie huiswerk, miezer en koude thee. Lopende op de krakende traptreden nadat moeder me naar beneden had geroepen. Schreeuwen, krijsen, janken. Niets hielp. Ik was onzichtbaar voor hen. Mijn mening? Deed er niet toe. Ik deed er niet toe. Vanaf dat moment had ik twee huizen, maar geen enkel thuis. In mijn nieuwe school ging het ook niet al te best. Dat had niet maar één reden of misschien ook wel.
“Slaapgebrek, komt veel voor op deze leeftijd”, zei de huisarts tegen vader.
“Enig idee waardoor het komt, dokter?”
Dat wist ik wel .
“Dokter, ik ben bang. Ik ben doodsbang. Elke keer als ik mijn ogen sluit zie ik ze voor me staan. Er is niemand die me wil geloven. We moeten de mensen waarschuwen, voordat ze ons komen halen. Ze denken dat ik gek ben. Ik ben niet gek. Vertel me alstublieft dat ik niet gek ben!”
Maar dat zei ik niet.

De dagelijkse karwijen hielden de schijn in stand. In de momenten dat er mensen waren deed het me de gedachte vergeten, maar zodra slechts mijn gedachten me vergezelde, kon ik het niet ontlopen. ’s Avonds hield ik mijn ogen zo lang open, totdat het licht mijn kamer verlichte. Het ontwikkelde zich tot obsessie en werd erger met de tijd. Hoe druk ik mijn dag ook volplande, ik had altijd tijd om erover na te denken. Enkel de associatie bracht alle emotie omhoog.

Adrenaline vloeide door mijn aderen en gedachten op de automatische piloot. Per stap begon mijn hart sneller te kloppen. Bezweet voorhoofd, rillende benen, onrustige vingers. De wind blies langs mijn gezicht. Het gevoel van vrijheid. Niets of niemand kon mij nog stoppen. Wachtende totdat de duisternis mij kwam opzoeken, verschuilde ik me achter de gesteenten. De focus op mijn ademhaling bracht mij rust. Een mix van enthousiasme en angst bracht mijn maag verhoop. Nadat het geluid van klotsende golven was gestagneerd, was het mijn beurt om actie te ondernemen. Ik strekte mijn knieën, keek over de steen en in plaats van weg te rennen ging ik de confrontatie aan. Rennen had ik al genoeg gedaan. Elke meter die hij vooruit zette, zette ik een stap dichterbij, totdat we oog in oog stonden. Zwarte ogen, blauwe ogen. Het wezen manoeuvreerde zich dichter naar te grond toe, waarna ik zijn beweging spiegelde, totdat we recht tegenover elkaar zaten. Hij in het water, ik op het strand. Twee werelden, één moment.
“Wat ben jij?”, vroeg ik.
“Mens”, antwoorde hij.