Categorieën
Fictie

Koude sokken

Het was koud, ijzig koud. Nog nooit was het me opgevallen dat de lucht zo strak en blauw kon zijn. Geen enkele wolk en geen enkel straaltje warmte van de zon. Typisch weer voor een begrafenis zou je kunnen zeggen, al zou het dan ook nog moeten regenen.
Mijn ouders leken er nooit last van te hebben, van de kou.
Het was bijna onmogelijk om stil te blijven staan zonder dat je tenen ter plekke bevroren. Had ik toch maar geluisterd naar papa toen hij zei dat ik die afschuwelijk lelijke, maar dikke, zachte, warme sokken moest aan doen die ik net van Oma had gekregen.
Typisch papa om dat te zeggen, hij weet namelijk altijd perfect wat voor weer het is als hij terugkomt van zijn ochtendwandeling met Torro. Dat hij een leerkracht is kan er ook wel iets mee te maken hebben.
Ze zeggen dat dieren niet zoveel emoties voelen als mensen, dat ze niet rationeel kunnen nadenken, niet even goed beseffen wat er allemaal rondom hen gebeurt. Daar heb ik nu toch mijn twijfels over, of toch in het geval van honden. Sinds het nieuws van vorige week is die ondeugende blik in zijn ogen verdwenen en verscheurt hij geen kussens meer die mama altijd netjes in de zetel schikte als er bezoek kwam.
Mijn ouders gingen vaak samen wandelen, uren bleven ze weg, hoe koud het ook was, want zij vinden het niet meer gênant om met een knalrode muts en 2 paar kerstsokken van Oma op pad te gaan. Ze zijn al lang geen pubers meer die zich daarvoor schamen bij hun vrienden of koppige kleuters die niet naar hun ouders willen luisteren. Ik vroeg me altijd af waar ze het dan over hadden. Over ons? Over elkaar? Misschien zeiden ze wel helemaal niks en was het voor hen gewoon al genoeg om in stilte samen te zijn.
Nee, mijn ouders hadden het nooit koud.
Ons huis was dan ook altijd gevuld met warmte, met liefde, en met haar. Van Torro.
We hebben al van alles geprobeerd om dat probleem op te lossen. Zo hebben we een tijdje geleden een automatische stofzuiger gekocht, Eric.
Iets wat mama altijd tof vond, namen geven aan dingen. De poetsvrouw heeft er al vaak op gevloekt, en als hij door het huis rijdt komt Torro een paar uur niet van zijn mat. Ook papa is er niet zo’n fan van, maar mama vond Eric fantastisch dus houden we hem maar.
Ook onze auto’s hebben een naam. We zijn ooit op die namen gekomen door de letters van de nummerplaten. Die van papa heet Suzy, daar krijg ik nu rijles in. Vooral van papa want die kan veel rustiger blijven en stiekem vind ik dat hij alles beter uitlegt dan mama. Ook dat kan liggen aan het feit dat hij lesgeeft. Hij heeft al wel gezegd dat hij zich veilig voelt als hij meerijdt dus misschien, ondanks mijn onhandigheid, kan ik wel goed autorijden. Mama’s auto heet Xavier. Daarmee reed ze elke dag naar haar werk. Ze is secretaresse, daarom heeft ze een tijdje geleden een elektrische fiets gekocht zodat ze toch wat meer zou bewegen aangezien ze de hele dag aan een bureau zit.
Die fiets heeft nog niet veel kilometers afgelegd.
Van die laatste auto schiet nu niet veel meer over.
Één grote puinhoop, totaal verwoest, verpletterd, vernietigd.
Dat kan ook niet anders als je ermee in een kettingbotsing terechtkomt.
Een paar uur later kregen we te horen dat mama was omgekomen in de crash.
Niet alleen de auto was kapot na het ongeval, maar ook papa’s hart. De 2 harten die ons zoveel liefde en warmte gaven, zoveel veiligheid en troost, zoveel steun en vertrouwen, zijn alle twee stuk. In één seconde is heel ons leven veranderd.
Zaterdag vond ik altijd de leukste dag. Mama ging dan altijd met ons winkelen, we zijn thuis met drie meisjes en we vonden het altijd leuk om zaterdag met mama mee te gaan naar de winkel voor dingen die we eigenlijk niet nodig hadden. Uren bleven we dan weg zonder echt te laten weten hoe laat we thuis gingen zijn tot ergernis van Siemen en papa. Ach ja, die zaten dan weer de hele dag op de voetbal, ieder zijn ding. Vier kinderen is inderdaad druk. Ieder heeft zijn eigen hobby’s en het was dan ook altijd een hele regeling wie dat wie waar naartoe moest brengen. Met twee ging dat nog.
Je hoort mensen wel eens praten, ze vragen hoe het gaat, zeggen dat ze willen helpen als het nodig is, brengen soep en sturen kaartjes. Die kaartjes zien er trouwens allemaal hetzelfde uit en we hebben ze allemaal opgestapeld in de kachel. Als de stapel te groot is geworden en omvalt hebben we besloten om ze allemaal op te branden. Misschien geeft het vuur ons dan wel een beetje van de warmte die we verloren zijn. Papa ging vaak hout kappen in het bos dat van onze hele familie is. Ik heb altijd veel bewondering gehad voor papa, voor hoe hard hij kon werken. De steun van anderen is fijn, maar het verandert niks. Totaal niks. De sfeer in het huis, de lange stiltes aan tafel, de pogingen om er elke dag het beste van te maken die toch mislukken, niks geeft ons de warmte terug van mama en papa.
Sindsdien is het koud. Steenkoud.
Ik zou die kerstsokken kunnen aandoen om het warmer te krijgen aan mijn voeten, maar die gaan mij nooit de warmte kunnen geven die ik kreeg van mijn ouders.