Categorieën
Fictie

Klein eindje

Klein eindje

Er is tegenwoordig een gebrek aan verlangen, zegt men. Maar eigenlijk is verlangen niet meer dan ingebeeld plezier. En ook niet minder. Als je het zo bekijkt komt het tekort aan verlangen alleen maar voort uit een gebrek aan verbeeldingskracht.
Dat heeft hij tegen haar gezegd. Zij heeft hem geloofd. Het was een duwtje in de juiste richting, het duwtje dat ze nodig had, hij kent haar, en ze na het middageten zijn ze samen vertrokken. Te voet. Zo valt het de buren minder op dat ze even weg zijn. Het gaat niemand wat aan.
‘Ik zou gedacht hebben dat het warmer was,’ zegt ze, en ze wringt haar handen in elkaar. Ze zijn er bijna.
‘Ja,’ antwoordt hij, ‘vanachter glas zag het er lekker uit. Een sterk zonnetje voor de tijd van het jaar. Maar eenmaal buiten, ’
‘sijpelt de kou in je botten’. Ze bibbert even. Hij legt zijn arm niet om haar schouders.
‘Zullen we eerst koffie drinken? Om op te warmen?’, vraagt hij. Het is lang geleden dat hij zo ondeugend naar haar geknipoogd heeft.
‘Rik, toch,’ zegt ze, ‘we hebben net thuis gehad. Misschien kunnen we een brood kopen. Hebben we meteen voor vanavond. Hier in de buurt moet nog een echte warme bakker zijn.’
‘Laat ons dat nadien doen,’ hakt hij tenslotte de knoop door.

Het valt niemand op dat zij hem lichtjes aanstoot wanneer ze bij hun doel zijn aangekomen. Ze kijken beiden voor zich uit, maar hij antwoordt met een lichte knik en duwt haar zachtjes in de rug.
‘Komaan, Greta, doe maar gewoon alsof je bij de bakker binnengaat,’ zegt hij. ‘Doe het snel, ik houd de buurt wel even in het oog.’
Ze giechelt wanneer ze naar de vergulde deurknop reikt. Binnen, langs de roze pluimen die een ovaal vormen in het zwarte frame van de etalage, beweegt een silhouet. De deur draait open nog voor ze hem heeft aangeraakt.
‘Entrez, come in.’ Eerst is er alleen maar een zoete stem. Dan gaat de deur verder open en valt de warmte als een donsdeken op hun gezicht. Een dame strak in het zwart lacht hen bemoedigend toe en wuift met een snipper papier.
‘Neem jij dat maar aan,’ vezelt Rik in Greta’s oor terwijl hij haar vooruit duwt.
Er kleeft een zwaar parfum aan het papiertje. Greta vindt de geur vreselijk, maar ze klampt zich aan het strookje vast als was het een visum dat hun verblijf hier legitimeert.
Ze trekt hem aan de mouw. ‘Zou dat ze zijn, Ma-da-me P?’, piept ze. Alsof ze de naam van een godin uitspreekt.
‘O, Vlaams,’ zegt de winkeldame. ‘Ik hoorde het wel, hoor, dat accent van jullie! Ik ben ook van jullie streek, maar al langer van hier.’
God, laat het niet waar zijn, iemand van hun streek.
‘Het is de eerste keer dat wij hier komen,’ zegt Greta vlug.
‘Geef maar even jullie jassen aan. De mensen krijgen het hier binnen vlug te warm.’ Onder haar raafzwarte pony zitten levenslustige ogen. Haar leeftijd had het haar al toegestaan, maar ze heeft het meisje nog niet achter zich gelaten.
‘Kijk eerst rustig rond en neem jullie tijd. Daar draait het uiteindelijk om.’ Ze pinkoogt naar Greta. ‘Al onze kamertjes hebben een thema. Als jullie vragen hebben, je weet me te vinden. Ik zie jullie straks.’ Ze draait zich alweer om naar een andere klant.

‘Het is hier druk,’ zegt hij. ‘Ik had gedacht dat we hier alleen zouden zijn.’
Helemaal Rik, denkt altijd dat hij exclusiever is dan de anderen.
Zij schurkt zich tegen de muur en kijkt naar de punten van haar schoenen. Het vertrek is klein, het midden valt moeilijk te mijden. Ze moet denken aan veel te grote dansvloeren van de thés dansants uit haar jeugd, en hoe leeg hun middens waren.
‘Kom, Greta,’ hij port haar in de zij, ‘we kunnen het. Dit doen we samen.’
Ze slaat haar ogen naar hem op. Samen. Ze ademt diep in en kijkt dapper de kamer rond. Lampenkapjes leggen streellicht over de schouwen, overal zijn plasjes pluimen gemorst, een fluwelen gordijn valt soepel naar beneden achter een fauteuil met gedoseerde slijtage op het leder. Op een karmozijnrode sofa luieren mollige kussens als een harem vrouwen. Rekwisieten breien gehaaid een ragfijn web dat je met zachte hand in de gevoeglijke gemoedstoestand trekt. Dit zou de kleedkamer van een respectvolle sauna kunnen zijn. Of een kostuumzaak die smaak noch fantasie heeft gespaard. Het voorspel is betamelijk braaf, moet ze toegeven. Goesting is maakbaar.
‘Het is hier wel gezellig, vind je niet?’, zegt hij.
‘We zijn hier niet voor onze interieurinrichting.’ Zij was altijd al de meest nuchtere van de twee. Maar de rozige kousenbanden op het dressoir ontvoeren haar gedachten.
Rik gniffelt. ‘Ik wil het volgende vertrek wel eens zien.’
Nog steeds met de snipper waaiend draalt Greta achter hem aan onder de stenen boog. Hier moeten ze wel in het midden gaan staan. Tegen alle muren leunen glazen kasten, de koopwaar openlijk uitgestald, badend in het licht.
Greta dwingt zichzelf te kijken. Daarom is ze hier, toch? Glijmiddel en siercondooms, oké, de betere supermarkt verhandelt die ook. Lingeriesetjes, redelijk gangbaar van stijl, dan heeft zij toch iets pittigers aan. En comfortabel bovendien. Marmeren posturen van gestolde Kamasutrapraktijken rondgestrooid als chocoladebeeldjes op een Sinterklaasochtend. Glanzende zweepjes en rijgkoorden op lederen korsetten, haar ogen struikelen erover.
‘Interessant,’ zegt hij.
‘Wat bedoel je?,’ vraagt zij. ‘We zijn hier niet in een museum.’
Rik negeert haar opmerking en wijst plots naar boven. ‘Zie daar nu eens!’
Greta kijkt omhoog. Ze staat in het vizier van een gelid fallussen. Ze hebben luchtige kleurtjes en zijn voorzien van op het eerste gezicht onnuttige ornamenten.
Er is veel belangstelling voor. Een groepje klanten luistert naar de uitleg van een andere winkeldame. Met de ogen dicht kan het net zo goed over elektrische tandenborstels gaan.
‘Ik heb zo’n vermoeden dat we in de juiste afdeling zitten, Greta!’
Ze giechelt weer, en kijkt tersluiks naar de andere klanten.
‘Stel je voor dat je hier op een bekende stoot,’ zegt ze.
‘Tegen het lijf lopen, noemen ze dat,’ grinnikt Rik.

‘O, daar zijn jullie weer!’ De zwarte raaf komt de kamer binnen gedanst. ‘Hebben jullie het een beetje naar jullie zin?’
Nog voor ze kunnen knikken, wijst ze omhoog: ‘Misschien willen jullie wel eens horen hoe die batterij fallussen zich laat temmen. Want daarvoor zijn jullie hier, hé, ik heb het al lang gezien.’
‘Waarom niet,’ zegt Rik zo luchtig mogelijk.
Greta probeert nog een glimp van buiten op te vangen. De vroegere fatsoenlijke wereld verschuilt zich achter een dik fluwelen gordijn.
‘Kom,’ zegt de raaf, ‘zal ik jullie een demo’tje geven?’
Zo onschuldig kan het klinken.
Ze duikt in een schuif onder in de kasten.
‘Het is nieuw voor jullie?’, vraagt ze gedempt naar de bekende weg. Ze verwacht geen antwoord en trekt een doosje open. Even later houdt ze hen een babyblauwe kunstpenis onder de neus.
‘Laat ons dan eens met deze beginnen. Het is niet meteen moeders mooiste.’
Neen, dat is het niet. Zo klein als een zevenmaandertje en schreeuwlelijk. Een uitgestoten smurf. Wil ze hen een eindereeks product aanpraten?
‘Maar ’t is wel een goed exemplaar om mee te beginnen,’ vervolgt ze haar betoog.
‘Schoonheid zit hem ook hier vanbinnen.’ Rik is wat zenuwachtig.
‘Ik heb dezelfde ooit van mijn vriend cadeau gekregen,’ gaat ze onverstoord verder. ‘Kijk, alles hangt er natuurlijk van af of je hem alleen of met twee gebruikt. Deze laat nog een beetje plaats.’
Rik en Greta kijken elkaar niet aan. Maar ze denken hetzelfde. Plaats voor twee hanen in de ren? Zo hadden ze dit nog niet bekeken.
‘En ik heb er zelfs mijn g-spotje mee ontdekt,’ zegt ze.
Dat heet nu rondborstigheid, denkt Greta bij zichzelf.
‘Hier, voel maar eens.’ De juffrouw drukt op het knopje en geeft hen de smurf.
Rik en Greta kijken naar het trillende ding in hun handen.
‘Het werkt op batterijen?’ In alle omstandigheden een praktische man, haar Rik.
De dame knikt. ‘Oplaadbaar.’
‘En hoe lang werken ze?’, wil Greta weten.
De winkeldame kan een schaterlachje niet onderdrukken. ‘Dat hangt ervan af, hoe vaak je het gaat gebruiken.’
Ze gaat weer bij de toonbank staan.
‘En?,’ vraagt Rik.
‘Baat het niet, dan schaadt het niet,’ fluistert Greta en haalt haar schouders op.
‘En een blauwtje kun je er niet mee lopen.’
Ze proesten.
‘Het plezier is al begonnen.’ De winkeljuffrouw is weer bij hen komen staan. ‘En?’
‘We nemen hem. Denken we.’
‘Je zult ervan houden!’ De dame knipoogt en neemt de eeuwige fallus weer over. Van onder tafel vist ze een glimmend kartonnen zakje op. De smurf wordt in rijstpapier gewikkeld en in het zakje gelegd. Er gaat een strik van twee zijden lintjes rond.

Rik en Greta stappen over de drempel alsof ze bij de bakker buitenlopen. Aan hun arm danst een zakje. Ze gaan recht op huis aan. Het brood kopen ze morgen wel. De wereld is een klein stukje gegroeid vandaag.