Categorieën
Fictie

Klaproos

Klaproos

‘Weet jij wat er gebeurt met de Sky Miles van dode mensen?’
Slaapdronken las Paul het bericht en grinnikte. Typisch Bonnie. Met regelmaat verdween ze van de radar om dan opeens uit het niets met een onnavolgbare vraag of mededeling op de proppen te komen. Meestal ’s nachts, want ze hield geen rekening met tijdzones. Dat het bij hem midden in de nacht was kwam niet eens in haar op. Voor haar was Amerika het middelpunt van het universum, met New York City als episch centrum.
Hij liep op de tast naar de keuken, zette een pak melk aan zijn lippen en hoorde dat er een tweede sms binnenkwam.
‘Niets! Er gebeurt helemaal niets mee. Zo zonde! Dus ik heb iets bedacht…’
Bonnie had een plan. Een magistraal plan waarvan ze de eerste voorbereidingen een jaar geleden al had getroffen. Als grondstewardess van Delta Airlines had ze ontdekt dat er veel sluimerende accounts bestonden met Miles waar niemand aanspraak op maakte omdat de frequent flyers overleden waren. Met hulp had ze ingebroken in het administratiesysteem en was begonnen met het oversluizen van Miles naar haar eigen account. Systematisch in kleine transacties. Inmiddels had ze zoveel punten verzameld dat het tijd werd om ze te verzilveren. Ze zou in maart drie maanden verlof opnemen om in businessclass de wereld rond te vliegen.
‘Wil je met me mee?’ vroeg ze, met een lachende emoji aan het einde van de zin.
‘Dan moeten we wel nog even trouwen. Op papier.’

Paul had haar zeven jaar geleden leren kennen in Queensland en was als een blok voor haar gevallen. Ze stond met haar rug naar hem toe toen hij het hostel binnenkwam, roerend in een pan met goulash. Warm strijklicht viel op haar magere benen en maakte lange schaduwen op de tegelvloer. Ze nam een hapje uit de pan, verbrandde haar tong en merkte hem pas op toen ze de houten lepel luid vloekend op het aanrecht smeet.
Twee dagen lang drentelden ze schutterig om elkaar heen, eindigden na een avond vol drank zoenend in een stapelbed en tourden de rest van de maand samen langs de oostkust in een roestige Toyota Cressida.
Met de naïviteit van een laatbloeier die zijn eerste grote liefde ervaart leefde Paul wekenlang in de waan dat hij de vrouw van zijn leven had gevonden, maar Bonnie maakte het uit een week voordat hij terug naar Amsterdam zou vliegen. ‘Het is beter zo’ had ze gezegd. ‘Echt beter zo.’

Zijn jetlag ging over in liefdesverdriet en duurde bijna een jaar. Zonder motivatie begon hij aan een opleiding fotografie die hij tot zijn eigen verbazing succesvol afrondde. In de jaren die volgden had hij meerdere relaties maar betrapte zichzelf er iedere keer weer op dat hij in al zijn vriendinnen stukjes Bonnie probeerde terug te halen. Alsof haar krullen en haar lange wimpers de blauwdruk vormden van alles wat hij aantrekkelijk vond in een vrouw. Niemand kon tippen aan zijn beeld van haar, een onmogelijke bias die in stand gehouden werd door het feit dat ze van tijd tot tijd opdook in zijn leven. Soms fysiek, soms digitaal, maar altijd ongevraagd en onaangekondigd.

Opgewonden nam hij plaats in de stoel die er niet alleen comfortabel uitzag, maar dat ook daadwerkelijk was. Hij had nog nooit businessclass gevlogen.
Bonnie zat glunderend naast hem en zoende hem vol op zijn mond.
‘Net een échte huwelijksreis!’
Ze bestelde champagne die geserveerd werd in glazen met een hoge voet en keek hem lachend aan.
‘Proost!’
‘Op ons?’
‘Nee, op de doden.’
Korzelig staarde hij uit het raampje. Waarom moest ze dat juist nu benadrukken, tijdens hun eerste vlucht naar Belize? Het zat hem toch al niet helemaal lekker.
‘Dat mag je niet zeggen…’
‘Waarom niet?’ ze legde haar hand op zijn bovenarm en keek hem schalks aan. ‘We zijn heel duurzaam bezig Paul, we gebruiken dat wat er al is. We doen aan recycling.’
Hij hield zich in en gaf zich over aan het feit dat zijn zwak voor deze vrouw nu eenmaal sterker was dan zijn moraal. Koortsachtig nam hij een besluit. Genieten zou hij, van dag tot dag. Het leven léven, zonder verwachtingen. Hij haalde diep adem, kneep in haar hand en spoelde op een hoogte van 30.000 feet zijn laatste gewetensbezwaren weg met een grote slok Moët & Chandon.

Het voorjaar ging voorbij als in een roes. Ze vlogen van oost naar west, van noord naar zuid. Naar Buenos Aires, enkel om een steak te eten. Naar Patagonië, omdat dat zo fraai klonk; naar Zürich voor de Streetparade. Soms ging Paul alleen op pad, maakte fotoreportages die hij verkocht aan een select clubje vaste opdrachtgevers. Halverwege mei vloog hij naar Costa Rica om te surfen terwijl Bonnie een vrijgezellenfeestje bijwoonde van haar beste vriendin, maar het leeuwendeel van de tijd brachten ze samen door. Met de haast onuitputtelijke bron van Sky Miles als nieuwe valuta huurden ze auto’s, dineerden ze met punten en overnachtten ze met korting in vijfsterrenhotels. Dagenlang brachten ze lethargisch door in bed, met een afstandsbediening en wasabinootjes binnen handbereik. En heel soms seks, als Bonnie dat toeliet.
Hun samenzijn leek te bestaan bij de gratie van het moment en alsof het een stilzwijgend pact betrof, hadden ze het nooit over de toekomst. Bonnie was er waarschijnlijk helemaal niet mee bezig en Paul was te bang voor een reality check. Als kind al had zijn moeder hem geleerd dat je sommige bloemen het beste in de berm kon laten staan, omdat ze uit elkaar vielen zodra je ze wilde plukken. Iedere neiging om de status van hun contact te duiden, drukte hij dan ook genadeloos de kop in. Bonnie was zijn klaproos.

‘Ik wil scheiden.’
Haar bericht verscheen in het holst van de nacht, negen weken na het einde van hun reis.
‘Waarom?’
‘Ik heb iemand ontmoet en ik wil met hem trouwen, écht trouwen bedoel ik.’
Hoewel Paul had geweten dat dit moment op een dag zou komen, trof het nieuws hem recht in zijn hart.
‘En wij dan?’
‘Er is geen ‘wij’ schatje, dat weet je toch?’
Hij voelde zich gebruikt. Met zijn ongebonden bestaan, hun reisverleden en zijn gevoelens voor haar was hij de ideale partner in crime geweest. De triomf van een geheim smaakt nu eenmaal zoeter wanneer je kan proosten en Bonnie kon niet goed alleen zijn. Het ergste was dat haar helemaal niets te verwijten viel, zij was duidelijk geweest vanaf het begin. Hij wist dat hij zijn eigen illusie had geschapen, hoop had gekoesterd op het begin van iets duurzaams en moois en de confrontatie met zijn eigen onnozelheid maakte hem razend.
Jankend zette hij zijn telefoon in vliegtuigmodus, gooide uit pure frustratie twee glazen kapot in de gootsteen en vulde een derde tot de rand met wodka. Na een halve fles zette hij zijn telefoon weer aan en boekte een vlucht.

Zonder vertraging landde het toestel op JFK Airport. Hij had gezegd dat hij haar het frequent flyer pasje hoogstpersoonlijk wilde teruggeven en het papierwerk van de scheiding face to face wilde doornemen. Ze hadden afgesproken op neutraal terrein, in de Skyclub Lounge van Delta Airlines.
Hij had niet geslapen onderweg maar zichzelf moed ingedronken. Met zware benen liep hij naar Terminal 4.
Bonnie zat op hem te wachten in een hoekje met leren fauteuils en planten die te groen oogden. Ze had hem nog niet opgemerkt en roerde verveeld in een glas Martini. Ze zag er zorgeloos en stralend uit, nog steeds gebruind. Haar krullen waren opgestoken en ze droeg het witte jurkje dat hij voor haar had gekocht in Belize. Hij zuchtte diep.

Precies op het afgesproken tijdstip waren ze daar. Drie man sterk. Bonnie had niets in de gaten, nam een slok en zwaaide opgetogen naar hem. Hij probeerde terug te zwaaien maar kon zijn arm niet bewegen.
Als versteend bleef hij midden in de ruimte staan en keek toe hoe de eenheid van de luchthavenpolitie haar langzaam omsingelde. Terwijl zijn oren begonnen te suizen, sloot de langste agent van het stel haar in de boeien. Bonnie vloekte, precies zoals ze die eerste avond in het hostel had gedaan. Onder luid protest werd ze afgevoerd terwijl het Sky Lounge personeel zich persoonlijk bij alle aanwezigen kwam verontschuldigen voor het tumult.
Paul bleef nog lange tijd staan, starend naar de groene planten. Toen liep hij naar de bar, bestelde een wodka en een schaar.
‘Het is echt beter zo’ mompelde hij tenslotte, knipte zijn pasje doormidden en liep over het hoogpolige tapijt de Sky Lounge uit.