Categorieën
Fictie

Kinderspel

Na het ontbijt spoelt Laurens Hartog de borden van gisteren en eergisteren, en vult de vaatwasser. Al bijna drie maanden woont hij op zichzelf, in een piepklein appartement in Maastricht, en nog steeds gebruikt hij het vochtig toiletpapier. Een kleine triomf want het staat op zijn lijstje met goede voornemens. Volhouden en het bewijs is geleverd: zijn moeder is een hysterische burgertrut. ‘Een belletje en ik kom bij je poetsen. De kabouters doen het niet, daar kom je wel achter.’ Het ‘verwend joch’ slikte ze in. Tussen de krokodillentranen door: ‘Ik hou van je.’
Heeft ze goed weten te verbergen, die liefde. Hij glimlacht: een selectief en haatdragend geheugen moet je koesteren. Nutteloos was haar klef gedoe in elk geval. Alsof hij zich nog zou bedenken. Ach, je houdt van me? Had dat eerder gezegd, negentien is ook veel te jong om op eigen benen te staan. Ik blijf nog wat, zeker tot dertig.
Twee uur rijden van Amsterdam naar Maastricht en dan zou ze bij hem poetsen. Echt niet. Thuis deden het wel de kabouters, meestal met een donkere huidskleur, dus ze zou niet weten hoe. In zijn nek komen hijgen, dat is wat ze wil.
Met een liniaal op de kaart – hij verzamelt artefacten uit de twintigste eeuw – had hij de afstanden vergeleken: studeren in Groningen of Maastricht? In Groningen houdt het land op. In Maastricht begint het buitenland. Mam, de meeste internationale studenten van Nederland! Goed voor mijn talen. Een chic gezin uit Oud-Zuid met maar één kind. Dan betaal je toch geen huur, je koopt iets als belegging. Dat laatste had hij niet gezegd, daar kwamen ze zelf mee.
Toegegeven, het kost weinig doorzettingsvermogen om een nat papiertje los te wurmen uit de speciale houder met gummi tandjes. Regelmatig trekt hij het velletje half uiteen en dan veegt hij er maar, om geen blote vingertop in zijn gat te voelen, de gele vlekken op de pot mee weg. Kan de wc weer een dag mee.
Het open keukentje opgeruimd houden kost al snel een uur. Hij is ijdel genoeg om zijn dure merkkleding zelf te wassen, met duur waspoeder dat wonderen belooft, je weet het nooit. Onder het vervelende strijken maakt hij zichzelf wijs dat het een ‘warme’ manier van opvouwen is. Met respect voor de grondstoffen die de aarde nu eenmaal niet eeuwig kan blijven ophoesten. Wie heeft er dan nog zin: badkamer poetsen, stoffen en stofzuigen, bed verschonen, leeg glas naar de glasbak en vol glas mee naar huis. Al het gedraaf zorgt voor nieuw stof en het circus begint van voren af aan.
Laurens gaat liggen op de bank. Hij is om negen uur opgestaan en het is pas kwart voor elf. Zijn toekomst als geniale internetmiljonair vereist veel denkwerk. Hij luistert naar het gedempt klotsen in de vaatwasser, met een beetje fantasie klinkt het als regen. Hij prijst zich gelukkig met zijn gave om Moeder Natuur in alles te kunnen zien: de kalkaanslag op de glazen douchewand is net mist. Niet vergeten een chemische glasreiniger te kopen. Van de schoonmaakazijn wordt hij kotsmisselijk. Biologische producten om te poetsen schrapt hij als eerste van zijn lijstje.
Misschien kan hij nu alvast boodschappen gaan doen, om de drukte te vermijden. Elke dag verse groenten is een voornemen waar hij honderd procent achterstaat. Goed voor het immuunsysteem. Ach, morgen is er weer een dag. Het loont de moeite niet. De Turk om de hoek kent hem al bij naam en hij vraagt wel wat extra sla.
Gisteren was zijn bestelling haast onverstaanbaar; zijn stembanden worden roestig. Met het gekke stemmetje van clown Bassie zegt hij hardop: ‘Ja, jij moet je stem meer gebruiken.’ Van internet weet hij dat de kindervriend iets te hard aan het oor trok van een tienjarig jongetje en beschuldigd werd van mishandeling. Als hij toch geen computer had…
Hij pakt zijn iPhone en houdt zijn vinger op de bovenste favoriet. ‘Mam?’

Was dat even een zwak moment. Gelukkig had ze niet veel tijd. Onderweg naar privé yogales. Op twee meter afstand. Ditjes en datjes. Had die borrel niet moeten nemen. Koetjes en kalfjes. Bladieblah. Ze was duidelijk al bijna vergeten dat ze een zoon had.
Geen probleem. Het was fijn haar stem even te horen, maar hij kan niet zijn hele leven aan de tiet van zijn moeder blijven hangen. Het gaat erom wat een mens zelf doet met zijn leven en deze jongen heeft grootse plannen.
Laurens zet de computer aan en zijn wachtende blik rust op het toetsenbord. De meestgebruikte toetsen hebben alweer grauwe randjes. En toch wast hij elke dag zijn handen, meer dan eens. Op zijn vingers moet microscopisch vuil zitten dat zich hecht aan de kunststof en groeit als een schimmel, in een onzichtbaar tempo. Onder het opstarten kan hij niet met een doekje en ontsmettingsspul over de toetsen wrijven, dan stuurt hij wartaal. Weer op zwart is ook zoiets. Straks dan maar of morgenvroeg.
Escape en delete worden het snelste vuil. Ontsnappen (Engels: escape) en Uitwissen (Engels: delete). Hij verzint vertalingen voor ingeburgerde leenwoorden en vreemdtalige zegswijzen. Om zijn buitenlandse medestudenten in verwarring te brengen. Ze denken woorden te herkennen en hij zet ze weer op achterstand. Wanneer iemand toehapt, legt hij met een ontwapenende lach uit dat het maar flauwekul is. Hij dacht dat het een leuke ijsbreker zou zijn maar na de introductieweek heeft hij de meeste studenten alleen nog gezien met videobellen en achter glas werkt het niet.
Laurens is bang dat Ontsnappen en Uitwissen zo snel smoezelig worden door zijn favoriete zoekonderwerpen: porno en de dood. De gratis porno kan hij ondertussen aardig links laten liggen. Vierentwintig uur per dag heeft hij vrij spel en sommige acteurs zijn goede bekenden geworden. Hij doorziet de plot vóór gevraagd wordt of hij een betalende abonnee wil worden. Nee, dan de dood: een zee om leeg te drinken (Frans: mer à boire).
Een tijdje zocht hij ook naar onthoofdingen, dodelijke ongelukken, moorden en zelfdodingen – gewoon, omdat het kan. Wat hem nog nooit is overkomen bij het kijken naar seks, gebeurde hier wel: hij voelde zich een vieze gluurder. Zijn ingewanden bleven maar protesteren. Steeds dezelfde vraag: waarom kijk je? Hij is ermee gestopt.
Zijn fascinatie voor de dood is van romantische aard: in de fluisterstille bibliotheek die het wereldwijde web ook ontsluit, zoekt hij naar alles wat te maken heeft met de vergankelijkheid van de mens. Een muisklik op de versierde beginletter in een Middeleeuws boek, het echte monnikenwerk, en de bladzijde rolt in kleur uit zijn printer. Hij struint door de kille gangen van een klooster, leest de moedeloze overpeinzingen van een jonggestorven non en slaat een kruisje bij haar zerk op de ommuurde begraafplaats. Hij luistert naar Flow My Tears van Dowland en ziet voor zich hoe de koning een traan wegpinkt. Elke aftakking (Engels: link) leidt naar een nieuw vergezicht. Met nieuwe wegen. Enzovoort.
Met evenveel liefde graaft Laurens zich een weg in wetenschappelijke studies. Vroeger stond van het doorwrochte proefschrift – geschreven met de laatste druppel bloed – één exemplaar te verpieteren in de eigen boekenkast en een handjevol intimi zette het overige drukwerk bij het oud vuil. Nu is het voor iedereen raadpleegbaar. Tot in alle eeuwigheid en afstoffen hoeft niet meer. Hij kan nog jaren vooruit met de vergeten pareltjes tussen de werken waarvan het auteursrecht is vrijgekomen. Laat staan dat hij de pennevruchten kan bijbenen die mensen zelf in de digitale hemel plaatsten (Engels: uploaden).
Hij beseft dat het maar grasduinen is wat hij doet. Snuffelen aan de plasjes van anderen. Gisteren werd zijn interesse gewekt door Dimethyltryptamine en hij zoekt verder. DMT zorgt voor een staat van bewustzijn waarbij de grenzen tussen de persoon en het universum vervagen. Het ego verdwijnt, sterft als het ware, en je voelt je één met de kosmos. Experimenteel wordt het aan terminale kankerpatiënten gegeven omdat het zou helpen het idee van sterven te aanvaarden. Toch iets om in het achterhoofd te houden.
Staand op een plank scheert Laurens Hartog over de branding (Engels: surfen) en het meeste van wat hij ziet, is hij een seconde later alweer vergeten. Zonder er erg in te hebben staat hij stil bij Oxytocine. In het diepst van zijn gedachten moet hij een scheikundige zijn. Het zogenaamde knuffelhormoon wordt aangemaakt bij contact dat als positief wordt ervaren, zoals aankijken, aanraken, knuffelen en vrijen. Bij mensen met autisme wordt een lagere hoeveelheid aangetroffen. Nog even en de hele mensheid is autistisch. Dat laatste staat er niet, dat bedenkt hij zelf.
Eureka! Dat niemand daar eerder aan gedacht heeft. Stop dit spul in een spuit en je hebt een vaccin tegen de emotionele schipbreuk die de mensheid lijdt. Het gat in de markt waarmee hij roem en fortuin gaat verwerven.
Het is bijna twee uur s’nachts en hij heeft nauwelijks daglicht gezien. Morgen gaat hij verder met zijn uitvinding. Hij moet iets gegeten hebben want op het toetsenbord liggen broodkruimels. Het spoor waarmee hij is ontsnapt uit het digitale bos. Zoals Klein Duimpje die hij kent van internet.