Categorieën
Fictie

Kinderloos

Er staat een deur open, ergens. Marije kan even naar binnen kijken. Een moment dat duurt als een eeuwigheid. Omdat je soms in één ogenblik alles kan zien, alles kan voelen en alles kan begrijpen.
Ze ziet de vrouw op de grond zitten. De armen van de vrouw rond het smalle kinderlijf. Het kind dat tussen die armen achterover leunt tegen de vertrouwde warmte van het moederlichaam.
Zo dadelijk zal het kind naar school gaan. Met haar hand koestert de vrouw de naakte kindervoeten. Zelf heeft ze haar schoenen al aan. Onder de schoenzolen ziet Marije vuil van de straat kleven. Even hardnekkig als de verplichtingen en de sleur die kleven aan de werkelijkheid van alledag.
Maar er is nog even geen ruimte voor die werkelijkheid omdat er even nog niets anders van belang is dan dit samen zijn van vrouw en kind.
Marije voelt het weer. Het leven dat in haar nog nauwelijks meer dan een vermoeden was. Het woordloze gesprek dat als vanzelf begon die eerste weken dat ze zwanger was.
Ze voelt ook weer het verlies. Toen voortijdig alle verlangen en verwachting in een onstuitbare stroom van bloed uit haar lichaam vloeide.
Ze denkt aan de onbeholpen manier waarop haar moeder haar toen ze jong was probeerde uit te leggen dat haar lichaam zou veranderen. Bloed en maagd. De twee woorden die Marije waren bijgebleven van het onbeholpen relaas waar ze niets van begreep.
Bloed betekende dat je kinderen zou krijgen. Iets met eitjes. En als je niet trouwde was je voor altijd een meisje, onvolgroeide vrouw, zonder echt bij het leven te horen. Maagd.
Verachting voelde Marije toen haar moeder dat woord uitsprak. Het klonk bovendien belachelijk bijbels in haar oren. Met een even grote stelligheid waarmee ze haar geloof in de bijbel los liet, zwoer ze in stilte tenminste niet als maagd te zullen sterven. En ze kreeg alle gelegenheid toen de tijd van sexuele revolutie en ‘baas in eigen buik’ los brak.
Er is veel veranderd in de manier waarop mensen leven en denken in de jaren dat Marije ouder werd. Maar het is of één ding nooit veranderde. Dat een vrouw geen compleet mens is zonder kind. Ook al ben je zelfs geen maagd gebleven, denkt Marije.
Ze hoort het nog steeds in de vraag die altijd weer gesteld wordt. Bijna een leven lang duurde het voordat Marije niet meer de verachting hoorde in die vraag. Bloed en maagd. De echo van de twee woorden die lang geleden klonken als een vloek die over haar werd uitsproken. Ze rekent het haar moeder niet meer aan. Die stamt uit een andere tijd van leven. Marije ontwijkt de vraag niet meer.
‘Nee kinderen heb ik niet.’
Ook een tweede keer ging het fout. De arts kende haar nog van de vorige keer. Alsof hij het haar niet durfde zeggen, stuurde hij haar door. Kon niet goed het kloppen van een hartje waarnemen. Diezelfde dag nog fietste ze naar een ander ziekenhuis. Verbijsterd keek daar een arts op van zijn apparatuur. Er was helemaal niets te missen aan de onmogelijkheid van nieuw leven in haar buik.
Het duurde lang voordat Marije de gewaarwording van het onverhuld ongemak in zijn blik kwijtraakte toen ze door het park een omweg terug naar huis nam. Toen er eindelijk de ruimte was voor haar eigen gevoel van gelatenheid om naadloos te versmelten met de kleuring van de vroege herfst in de bomen.
‘Nee, kinderen heb ik niet.’
Als het haar gevraagd wordt provoceert Marije graag het ongemak. Haar verlangen naar een kind smoorde ze in verlangen om te passen in de werkelijkheid van alle dag die zich altijd weer genadeloos plooit naar het leven zoals het hoort.
Marije voelt hoe ze alle jaren die voorbij gingen van buitenaf naar dat leven keek alsof zij er niet bij hoorde. Zoals ze staat te kijken naar de vrouw en het kind die daar binnen zitten op de grond.
Ze ziet een vraag in de ogen van de vrouw, nieuwsgierigheid in de blik van het kind.
‘Wie ben jij?’
Onverhoeds weet ze zich opgenomen in dat moment van onvoorwaardelijk huid aan huid aanwezig zijn. Eén ogenblik kan Marije alles zien, alles voelen en begrijpen. Een moment kan ze zich onvoorwaardelijk overgeven aan de pijn die nooit verdwijnt.
Zo dadelijk dringt de werkelijkheid van alle dag zich op aan vrouw en kind. Dan barst het leven weer los in het onophoudelijk jachten door de dag van plicht naar plicht.
Voordat die werkelijkheid haar in zal halen loopt Marije haastig verder met het beeld van de vrouw en het kind als een foto van gestolde tijd nog op het netvlies.