Categorieën
Fictie

Inlopen

Ik durfde het niet tegen Ray te zeggen, maar de sneeuwstorm die nu al dagen aanhield kwam voor mij als een geschenk uit de hemel. Elke avond kwam er een sherpa naar de warme cabin met de boodschap dat we wederom niet konden vertrekken. En elke avond veinsde ik oprechte teleurstelling. Hoe had ik me ooit kunnen laten overhalen door Ray? Een ‘wandelingetje’ had ik het destijds gekscherend genoemd. Maar ik begreep inmiddels dat deze dagenlange trekking op grote hoogte nou niet bepaald een zondags ommetje was. Morgenochtend was voor ons de allerlaatste mogelijkheid om aan de trekking te beginnen.
‘Stel dat we morgen vertrekken dan komen we zeven dagen geen douche tegen’, zei Ray, ’ik denk dat ik er nog even onder spring’.
‘Optimist’, zei ik.
Ray rommelde in zijn rugzak en trok zijn schoenen uit.
‘Het is trouwens ongelooflijk zeg!’, zei Ray, terwijl hij naar mijn schoenen wees.
‘Prima schoenen, toch?’
‘Ze zien er ongelooflijk nieuw uit!’
‘Dat zijn ze ook, die oudjes hadden er genoeg kilometers opzitten’.
‘Maar moet je die nieuwe krengen niet eerst inlopen?’, zei Ray, ’het is geen ANWB-wandeling die we gaan maken.’ Ray trok zijn shirt uit en liep met ontbloot bovenlijf naar het badkamertje.
‘Ik heb ze binnenshuis al ingelopen’, zei ik, ‘ik loop er zo nog wel een rondje mee door de sneeuw’.
Ray lachte snuivend vanuit het badkamertje.
‘Onze laatste kans morgen!’, riep Ray, waarna hij de kraan aanzette en de krakkemikkige waterleiding van het hutje begon te fluiten.

Boven het geluid van de waterleiding uit, klonken twee klopjes op de deur. Ray kon ze onder de douche niet gehoord hebben. Ik slofte naar de deur.
‘News for you my friend’, zei de sherpa toen ik deur opendeed.
‘Hi Lai, what’s the news today?’, begroette ik hem.
‘Tomorrow we can leave for trekking, be at Everest Coffee at 5 o’clock in the morning’.
‘We are ready for it’, zei ik met de grootst mogelijke glimlach.
‘Is your friend okay?’, vroeg Lai.
‘Yes, he is taking shower’, zei ik en ik knikte richting de badkamerdeur.
‘Please remember five o’clock, the group will not wait’.
‘We understand, Lai, we will use two alarmclocks’.
De sherpa stak lachend zijn duimen omhoog en vertrok weer.

‘Was dat onze Lai?’, riep Ray vanuit de douche.
‘Helaas, slecht nieuws!’, riep ik voor het badkamerdeurtje.
‘Godver!’, vloekte Ray onder de douche, ‘waarom niet?’
‘Hevige sneeuwval hogerop en reëel lawinegevaar de komende dagen’.
‘Wat een slechte timing hebben we’, foeterde Ray. Hij draaide de kraan dicht en ik hoorde hem het douchegordijntje ruw opzij trekken.
‘Dan ga ik eerst biertjes voor ons scoren’, zei Ray toen hij niet veel later de kamer inkwam.
‘Je wilt voor een kater gaan, in plaats van hoogteziekte?’, zei ik.
‘Wij gaan zeker voor de kater, ik ben zo terug’, zei Ray en hij stopte een bundeltje Nepalese roepies in zijn broekzak.
Ik ging in een van de krakende rotanstoelen zitten. Ik bedacht me dat ik Ray zo meteen nog zou kunnen vertellen dat ik hem voor de gek had gehouden. En dat we morgenochtend wél konden vertrekken. Ray zou uitzinnig van blijdschap zijn.

‘Blikjes Everest en Nepal Ice tegen ons verdriet!’, riep Ray toen hij de kamer weer binnenstormde.
‘Ray, ik bedacht me net nog iets’, zei ik.
Wat dan?
‘Zal ik nog wat trekkingsbureautjes afgaan om te kijken of zij het misschien wél aandurven in dit weer?’
‘Welnéé, fanatiekeling, jij zou het nog doen ook hè!’ zei Ray, ‘verdriet verdrinken is het enige dat er nog op zit’. Hij haalde twee blikjes uit het plastic tasje en stak er mij eentje toe.
‘Serieus, zal ik echt niet even een laatste poging wagen?’, begon ik, terwijl ik het blikje van hem aannam.
‘Ik wil ons leven niet in de waagschaal stellen, dat is het me niet waard,’ zei Ray, ‘geloof me, die sneeuwijzers die ga ik hier een volgende keer zeker nog gebruiken’.
‘Echt niet? We zijn er tenslotte helemaal voor naar Nepal gereisd’.
‘Echt niet’, zei Ray stellig, ’als die ervaren sherpa’s het te gevaarlijk vinden, moeten wij het niet willen.’
‘Nou, proost dan maar’, zei ik met het blikje Nepal Ice.
‘Proost’, zei Ray met zijn blikje Everest, ‘over naar plan B’.
‘Plan K bedoel je’, zei ik, ‘terug naar de bewoonde wereld van Kathmandu’.
‘Weet je’, zei Ray, ‘dit gaat misschien echt héél stom klinken, maar ergens ben ik ook opgelucht’.
‘Opgelucht?’, zei ik verbaasd.
‘Ja, neem dit niet verkeerd op hè, maar…ik zag er ook best een beetje tegenop’.
‘Oh’.
‘Begrijp me niet verkeerd hè, we hebben dit zorgvuldig gepland, ervoor gespaard, uitrusting aangeschaft, voorpret gehad…’
‘Maar je vond het een behoorlijke spannende uitdaging?’
‘Nou ja, ik zag al voor me dat ik de boel ging ophouden door ontzettend hoogteziek te worden’.
‘Nee joh!’
‘Jawel, ik heb dat eens eerder gehad op Lombok, ziek op 4000 meter. Dit basecamp zit al op 5300 meter.’
‘Ik had je wel verder gesleept hoor’, zei ik grinnikend. Ik stak Ray nog een blikje toe.
‘Dus je bent niet diep teleurgesteld?’, vroeg ik. Ray nam een slok van zijn tweede blikje.
‘Eerlijk? Eerder opgelucht. Het voelt toch anders wanneer je thuis de plannen maakt’, zei Ray.
‘Tja’.
‘En jij dan?’, vroeg Ray.
‘Nou, ik moest wel even slikken hoor, toen Lai hier stond’, zei ik. ‘Ik had er alles voor gegeven een ander bericht van hem te krijgen’.
‘Jij hebt dat avontuurlijke veel meer’, zei Ray bewonderend.
‘Ik had graag die Hollandse vlag daar in de sneeuw geprikt, ja’.
‘Wat een eeuwig zonde hè’, zei Ray en hij nam een grote slok.
‘We vliegen terug en maken Kathmandu nog even onveilig, maatje’, zei ik en ik leunde achterover in de rieten stoel.
‘Even een gekke vraag’, zei Ray, ‘had je die schoenen nou echt nog niet ingelopen?’
Ik kwam weer op uit de stoel en leunde voorover. ‘Weet je wat het was’, zei ik, ‘jij ging voor het eerst hiken en het zou voor mij op deze nieuwe schoenen tenminste nog een beetje afzien zijn’.
‘Het mocht wat zwaarder voor je?’
‘Begrijp me niet verkeerd, maar zo’n basecamptrail heeft met échte bergtrekking niets te maken’.
Ray ging in de rieten stoel tegenover me zitten. ‘Nee, dat is denk ik ook zo’, zei hij.
Buiten zag ik dat de sneeuw weer tegen de ruiten sloeg.
‘Het was voor mij een mooie trail geweest om mijn schoenen in te lopen’, zei ik met een knipoog.
Ik legde mijn benen voorzichtig op het wankele rotantafeltje.
‘Ken jij het gedachte-experiment waarbij je niet aan een roze olifant mag denken?’, vroeg ik.
‘Nee, hoezo?’
‘Je denkt aan niets anders meer’.
Ray lachte kort en zat er plots wat verslagen bij.
‘Sorry, flauwe poging je op te vrolijken’, zei ik snel, ‘laatste blikje en dan morgen een vlucht boeken?’
Ray knikte langzaam.
‘Het grote voordeel is dat we morgen de wekker niet hoeven te zetten’, zei ik.
‘Jij bent naast avontuurlijk ook nog eens onverwoestbaar optimistisch, kerel’, zei Ray met onverholen afgunst.
Ik lachte.
‘Slaap is toch de beste remedie tegen deze teleurstelling’, zei Ray, ‘ik kruip in mijn slaapzak’.
‘Deze roze olifant drinkt nog even een laatste biertje op’, zei ik. Ik opende het laatste blikje Everest.
Misschien behoedde ik ons wel voor een groot onheil. Een lawine bijvoorbeeld. Of bevroren ledematen. Spijtig dat je meestal niet te weten kwam welk akelig lot je bespaard was gebleven. Ray kon me dankbaar zijn.

Het eerste wat me opviel toen ik mijn ogen opendeed, was het verblindend heldere licht in de cabin. Ray had de ruitjes al sneeuwvrij gemaakt. De lucht boven de bergen toonde zich strakblauw. Toen ik opzij keek, zag ik tot mijn verbazing een leeg bed. Spullen weg. Juist toen ik me oprichtte, werd er op de deur geklopt. Ik haastte me naar de deur.
‘I have message for you, my friend’, zei de beheerder van de cabin.
Ik nam het briefje aan, dat hij me toestak.
‘Check-out is in one hour,’ zei de vriendelijke man, ‘your friend already paid everything’.
Ik knikte naar de man en keek naar het briefje in mijn handen. Langzaam vouwde ik het open.

‘Ik kwam Lai tegen toen ik bier haalde gister. Hij vond het erg jammer dat je onverhoopt geblesseerd bent geraakt. Hij dankt je trouwens hartelijk voor je genereuze gebaar, jouw bergschoenen passen hem perfect.’