Categorieën
Fictie

In the picture

Dit jaar mocht ik de vakantiefoto’s maken. Ik zou na de zomer naar groep acht gaan en was volgens mijn vader groot genoeg om de foto’s niet te verpesten. Als dank voor zijn vertrouwen besloot ik voor zijn veertigste verjaardag, die we altijd op vakantie vierden, een fotoboek te maken van zijn leven tot nu toe.
Helaas waren er thuis geen foto’s van zijn kindertijd te vinden. Dat betekende dat ik naar oma Cornelia moest. Zij was in mijn ogen helemaal niet oma-achtig. Ze was hard. Streng. En ze had geen humor. Dat vond mijn vader ook. Ik had hem wel eens tegen mijn moeder horen zeggen dat hij ‘dat takkewijf’ haatte. Maar je moet wat voor een ander over hebben dus ging ik en bemachtigde een paar foto’s. Voordat we op vakantie gingen had ik het boek afgemaakt. En hoewel ik wist dat mijn vader niet van verrassingen hield was ik er van overtuigd dat hij er blij mee zou zijn.
Elk jaar gingen we in de zomer een week naar Sporthuis Centrum. Mijn vader wilde nergens anders naar toe. Het park had alles wat hij wilde. Een bungalow aan een bosvennetje, een subtropisch zwemparadijs en natuurlijk de Market Dome met zijn restaurants, bars en winkeltjes.
De dagen waren gestructureerd. In de ochtend waren we te vinden in Aqua Mundo waar mijn vader tegen de middag aansloot, als hij had ontbeten met Brinta om een bodem te leggen. Daar bleven we de rest van de middag en gingen we met z’n drieën ontelbare keren van de wildwaterbaan.‘s Avonds aten we in de bungalow en daarna dronken we wat in de Market Dome. Mijn vader doste zich dan uit in een Lacoste polo, een Levi’s 501 en zijn Adidas Stan Smith’s. Hij genoot zichtbaar van de bewonderende blikken. En van zijn bier.
Mijn moeder bleef overdag bij de bungalow als wij gingen zwemmen. En dat kwam het humeur van mijn vader ten goede. Wel kwam er herhaaldelijk een driftbui voorbij. Maar dat waren we gewend. Dat hoorde bij hem.
‘s Middags in de snackbar van het zwembad was het meestal raak. Dan stapte mijn vader regelmatig met zijn blote voeten in een voorwerp dat zijn drift aanwakkerde. Een nat frietje. Of een nat stukje frikandel. Of nog erger, een natte pleister. Dat stond garant voor een potje vloeken. Dan loerde hij opzichtig of de dader, iemand met een wond, zich in de buurt bevond terwijl hij riep dat hij die viezerik zijn eigen pleister zou laten opeten als hij hem te pakken zou krijgen. Hoewel hij het bloedserieus meende lagen mijn broertje en ik dan krom van het lachen. Mijn vader zelf uiteindelijk ook.
Zijn verjaardag vierden we elk jaar op dezelfde manier. ‘s Ochtends en ‘s middags zwemmen en om zes uur uit eten in de Market Dome. Friet met mayo en een bami- of nasibal. Voor mijn broertje en mij een pakje tjolk in een smaak die we zelf mochten kiezen. Voor mijn moeder een martini en voor mijn vader een aantal beugels Grolsch. Normaal gesproken zouden we de rest van de avond in de Market Dome blijven om naar de live muziek te luisteren maar mijn verrassing zorgde voor een andere wending.
Ik had het fotoboek zorgvuldig ingepakt en het cadeaupapier beplakt met plaatjes van The A-Team, onze gezamenlijke lievelingsserie. Emotioneel als mijn vader was kreeg hij daar al tranen van in zijn ogen. Toen hij het fotoboek opensloeg biggelden de tranen non-stop over zijn wangen. Krokodillentranen volgens mijn moeder. Maar ze zei er snel achter aan dat dat deze keer niet erg was. Ik besloot van dit emotionele moment gebruik te maken en schoot mijn eerste foto van die vakantie.
Mijn vader bladerde door het boek. Mijn broertje slaakte een kreet en dook naar voren. Hij wees gierend van het lachen op een foto op de eerste bladzijde. Mijn vaders mond vertrok tot een streep en hij sloeg het boek met een klap dicht. Mijn broertje sloeg het boek weer open. Hij stikte zowat van het lachen toen hij riep:
‘Ben jij dat, papa? Papa, ben jij dat?’
Op de foto stond mijn oma met mijn vader als peuter bij de kerstboom. Mijn vader droeg een wit kanten jurkje en een roze haarband met een strik.
‘Papa was een meisje! Kijk dan! Papa was vroeger een meisje!’
Mijn vader sloeg het boek weer met kracht dicht maar de hand van mijn broertje zat er nog tussen waardoor de foto losraakte en op tafel viel. Ondersteboven. Er stond geschreven: ‘Ons meisje geniet van alle de mooie lichtjes!’
Ook ik begon, aangestoken door mijn broertje, keihard te lachen. We kregen zowat geen adem meer. Maar toen ik zag dat mijn moeder met een verbeten uitdrukking mijn vaders glas bijvulde hield ik mijn mond. Ik wist dat ik een fout had begaan.
‘Oma wilde vroeger liever een meisje,’ zei mijn moeder.
In een fractie van een seconde griste mijn vader de foto van tafel, scheurde hem in kleine stukjes en propte ze in zijn mond. Gebiologeerd keken we toe hoe hij met een waanzinnige blik de stukjes foto probeerde door te slikken. Dat was zo te zien niet makkelijk.
De andere bezoekers keken ook toe. Met behulp van een paar slokken bier lukte het hem uiteindelijk. Er was zelfs iemand die begon te klappen. De applaudisseerder stopte daar onmiddellijk mee toen mijn vader abrupt opstond, waarbij zijn stoel naar achteren kletterde. Hij maakte zijn riem los.
We wisten wat er nu ging komen. Elke vakantie was dit, op enig moment, vaste prik.
Snuivend gingen zijn schoenen en sokken uit. Zijn spijkerbroek volgde. Evenals zijn shirt en hemd. Totdat hij alleen nog zijn witte Hema onderbroek aanhad. Uitdagend keek hij om zich heen.
Het was doodstil geworden in de Market Dome. Mijn vader ademde diep in en liep vervolgens briesend naar buiten. Het park op. Tierend. Boos op iedereen die volgens hem tegen hem was. Boos op het personeel van de supermarkt dat hem al dagen in de gaten zou houden. Boos op de ober die expres zou hoesten en snotteren boven zijn eten. Boos op de badmeester die vuil naar hem had gekeken. Maar vooral op mijn moeder. Op dit soort momenten ook wel Hitler genoemd door hem. Dat dit allemaal zonder kleren moest vond ik het meest gênant. Volgens mijn moeder had het iets met kwetsbaarheid te maken. Dat hij zichzelf letterlijk blootgaf op zulke momenten.
Mijn vader had enorm veel bekijks in zijn onderbroek.
Wij liepen achter hem aan en probeerden hem over te halen mee te gaan naar de bungalow waar nog een borrel in het vooruitzicht lag. Gelukkig reageerde hij daarop en hij koerste vloekend in de juiste richting. Door de schemering, en de zes beugels die hij de afgelopen twee uur soldaat had gemaakt, maakte hij een misstap en gleed in het bosvennetje naast onze bungalow. Kopje onder.
Een groep eenden stoof kwakend uiteen. Scheldend en bedolven onder de modder en het kroos kwam hij weer boven. De oranje gordijnen van de omliggende bungalows werden opzij geschoven.
‘Had je niet even kunnen wachten met dat fotoboek totdat we thuis waren?’ siste mijn moeder. ‘Je weet dat hij niet tegen onverwachte dingen kan.’
Toen ik de foto’s die ik gemaakt had na de vakantie ophaalde keek de dame die achter de balie zat mij nogal vreemd aan. Ik weet tot op de dag van vandaag zeker dat ze de foto’s stiekem heeft bekeken. Dat ze de foto heeft gezien waarop mijn vader halfnaakt in het bosvennetje staat met zijn armen geheven als een soort waanzinnige Messias.
De foto prijkt in het fotoboek dat mijn broertje dit jaar op vakantie voor zijn veertigste verjaardag van mij krijgt. We zijn nog aan het bekijken waar we dit jaar naar toe zullen gaan met onze gezinnen.