Categorieën
Fictie

Ik mag als eerste gaan

Omdat ik als eerste zal gaan

moeder

Door jou ben ik gaan geloven dat gedachtenlezen een speciale kracht was. Dat er meerdere krachten waren die iedereen stiekem had. Ik hoopte dat ik de toekomst kon voorspellen. Dat ik van tevoren wist welke liedjes er uit zouden komen zodat ik jou in slaap kon zingen. Hoe je op liefdevolle toon aan mij vroeg wat er was wanneer ik stil in de hoek van de bank kroop, niet meer uit bad wilde komen of rusteloos in de tuin op zoek ging naar mieren in het gras. Hoe je nooit door bleef vragen wanneer ik antwoordde met “niks”, maar klaar zat wanneer ik vanzelf naar je toe kwam met mijn zorgen.
“Het leven is te kort om je zorgen te maken, lieve Anne” zei je altijd.
Wanneer jij dit zei, rechte ik mijn schouders, ging staan alsof ik de wereld aankon en spreidde mijn armen om een knuffel van jou te krijgen. Je leerde mij dat knuffelen belangrijk is. Dat het een thuiskomen is en een gevoel van veiligheid geeft.
Wanneer je mij op wilde beuren, wikkelde je mij in het net gewassen hoeslaken en schommelde mij heen en weer tot ik buikpijn kreeg van het lachen. Als een rups in een cocon voelde ik mij geborgen terwijl jij liedjes zong met jouw zachte stem. Wanneer je stopte, ik uit het hoeslaken kroop en bijkwam van het lachen, keek ik naar je om te zien of het dan net zo goed ging met jou als met mij. Wanneer de kraaienpootjes rond jouw ogen zichtbaar werden, deed ik alsof jij antwoordde op mijn vraag die ik jou in mijn hoofd stelde: “Gaat het, mam?”
Wanneer de glimlach op je gezicht niet zorgde voor de zichtbaarheid van de fijne lijntjes, spreidde ik mijn armen, liep naar je toe en klampte me aan je vast. Mijn hoofd rustend op je buik waar ik een aantal jaar geleden nog veilig in zat. Ik keek naar boven om te zien of de kraaienpootjes er al waren en meestal verschenen ze zodra ik “Hoi, mama” zei. Dan lachte je even hardop, tilde mij op en danste op de muziek die jij maakte met jouw stem.
Ogen vertellen alles, leerde jij me. Wanneer je lacht, lachen je ogen mee; ze worden kleiner, er ontstaat een twinkeling en je pupillen verwijden. Het ging bijna altijd goed met jou, dus ook met mij.

Ik kon er niet aan wennen dat ik mijn ogen niet kon openen. Toch voelde het wel goed; als een rust waar ik voortdurend in lag.
Ik zag jouw ogen voor me toen jouw stem dichterbij kwam. Hoe ze nu een twinkeling van verdriet hadden, in plaats van blijdschap en hoe de kraaienpoten plaats hadden gemaakt voor de twee fronslijnen tussen haar ogen.
“Hoi lieve Anne” klonk jouw naderende stem.
“Hoe gaat het met je?”
De arts vertelde aan jou en pap dat het hersenfilmpje was gemaakt en deze liet zien dat mijn linkerhersenhelft nog functioneerde.
“Het deel van de hersenen die het denken regelt” vertelde dokter Tijssen.
Ik wilde vertellen dat ik geen druk meer had op mijn borst en dat ik mij goed voel ondanks een lichte druk op mijn hoofd. Jij moest weten dat mijn ogen nu mee lachen omdat ik blij ben dat jij en pap er zijn. Dat Merel bij me was toen ik binnen werd gebracht en dat ik weet dat het goed komt. Dat hoe dan ook alles goed zou komen.
Ik beeldde me in dat je mijn ogen kon zien; groene irissen, grote pupillen en beginnende kraaienpootjes die gelijk weer onzichtbaar zouden worden. Ik hoorde je naast me, ik hoorde hoe jouw handen langs mijn oren streken. Jij hebt altijd schrale handen gehad, maar des te zachter ze waren wanneer je handcrème op had gedaan. Ik hoopte dat je de handcrème zou laten liggen, zodat ik het kon horen wanneer je me aanraakte. Ik werd zenuwachtig van het idee dat pap, Merel en jij niet wisten hoe het ging.
De piepjes gingen sneller.
“Is dat haar hartslag?” vroeg jij.
“Ja, dit is de hartmonitor, dat is het apparaat waar de zuurstofslang aan vast zit en dit zijn de infusen die voor voeding zorgen” de stem van dokter Tijssen klonk neerslachtig.
Zelf ademen lukte niet meer. De artsen hadden jullie verteld dat het heel onwaarschijnlijk is dat dit zou verbeteren.
Ik wilde je vertellen dat ik mijn best aan het doen was om mijn lichaam terug te vinden, maar dat dit niet wilde lukken.
Ik wilde je vertellen dat ik het zo wel uit kon houden. Dat ik bij pap, Merel en jou gelukkig was, maar verder bij de piepjes vandaan, in het gras en in de tunnel, ook wel. Dat het zorgen maken niet nodig was en dat ik wel als eerste kon gaan.

Week twaalf

De oven piept, wat betekent dat de croissantjes klaar zijn. Ik doe het deurtje open zodat ze kunnen afkoelen. De zon komt langzaam op en geeft al een aangename warmte. Wanneer ik de tafel wil dekken hoor ik gepiep. Niet van de oven, maar het bekende piepje.
Ik ben weer even terug.
“U heeft ermee ingestemd om de beademing stop te zetten, wat zal resulteren tot het overlijden van Anne” klinkt van dichtbij.
“Dit is een formeel proces, maar zodra de behandeling is gestaakt, zullen wij ons terugtrekken waardoor u tijd heeft om afscheid te nemen”.
Ik moet gedag gaan zeggen en pap, mam en Merel moeten mij gedag zeggen. Ik wil vertellen dat ik croissantjes heb gebakken, de tafel straks ga dekken en pas aan zal schuiven wanneer zij er zijn.
“Er is een mogelijkheid dat Anne nog op zichzelf zal ademen, maar dit zullen luttele seconden zijn door de beschadiging van haar hersenstam. U zult er niks van merken. Ze zal als het ware in diepe slaap vallen” de stem van dokter Tijssen klinkt van boven mij.
“We weten het. Het is goed.”
Merel haar stem ebt weg.
De zon staat hoger, schijnt nog feller en voelt nog warmer aan. De tuintafel staat al klaar en op de stoelen liggen kussens. Ik pak het mosgroene tafellaken uit de keukenlade en leg deze over de tafel heen. Mam haar favoriete kleur is groen.
Piepjes lijken van de zon af te komen, zo ver weg lijkt het.
“Sondevoeding is 6 uur geleden gestaakt, reduceer H2o naar nul” klinkt het terwijl ik het klikken van knopjes hoor.
“Patiënt is rustig, stel sedatie morfine bij. PEEP-hartmonitor mag uit”.
De piepjes hebben eindelijk een naam.
“Tube mag losgekoppeld worden van de aansluiting met de beademingsmachine. Extubeer en dien geen O2 meer toe. Linkerzijligging niet nodig” dokter Tijssen klinkt verder weg.
“U mag zo lang bij Anne blijven als u zou willen. Ze zal nu rustig inslapen.”
Merel heeft weleens laten weten dat ze liever onverwachts komt te overlijden, zodat zij de dood niet aan ziet komen. Mam en pap zeiden toen dat ze liever in een langdurig, maar pijnloos ziekbed liggen zodat iedereen nog afscheid kan nemen en het een plek kan geven. Ik denk dat het niet veel verschil zal maken.
Ik hoor pap slikken. Ik hoor schrale handen mijn handen strelen. Ik hoor zacht snikken van beide kanten.
Ze klinken ver weg en het kost mij moeite om erbij te blijven.
“Dag, lieve Anne” hoor ik Merel vaag.
“We houden van je. We houden van je” verteld pap mij.
Ik hoor een hand langs mijn haar gaan, hoor mam achter mij vandaan neuriën. Ik beeld me in dat ik tussen mijn moeders benen in op bed lig en dat ze mij wiegt.
“Ik hou van jou” klinkt mam haar stem.
Ze neuriet verder. Ze neuriet het lied waar ze vroeger mee afsloot. Ze neuriet het liet waar wij nu mee afsluiten.
Ik glimlach, zwaai en zeg gedag. Ik moet de tafel nog dekken.
De tunnel staat er mooier bij dan ooit tevoren.

Dag nul

Het zilveren bestek ligt in een speciale bak verstopt in het hoogste keukenkastje. Ieder heeft zijn eigen bestek. Ik leg het bestek naast de lichtblauwe borden neer en vul de glazen met verse Jus.
Ik haal de croissantjes uit de oven en leg deze in een schaal op tafel neer. Ik heb een extra croissantje voor Merel gemaakt.
Ik hoor het spetteren van het vet waarin ik eitjes bak. Pap wil de dooier altijd heel, dus ik leg ze zonder om te draaien op een bord. Het bord leg ik neer op zijn plek aan tafel.
Ik neem plaats aan tafel, pluk met mijn tenen de grassprieten uit de aarde, terwijl ik mijn ogen sluit en geniet van de zon.
Ik wacht geduldig tot mam, pap en Merel aan zullen schuiven en dan zal ik de leegte opvullen.
“Het is allemaal goed” vertel ik ze.