Categorieën
Fictie

Hoe ik sociaal werker werd

‘Een oorlogsgezin’ herhaalt de studieadviseur van de faculteit sociale studies met gefronste wenkbrauwen, ‘wat bedoel je daarmee?’ Ik staar naar het vluchtplan dat achter hem met een punaise in de systeemwand geprikt is en bestudeer de wirwar aan rode en groene pijlen. Bij een noodsituatie kan je maar het beste op je eigen gezond verstand vertrouwen. Dat is er al vanaf mijn jongste jeugd ingestampt.

Ik zie mezelf weer huppelend thuiskomen uit school. De gordijnen waren dicht. Dat was nog nooit gebeurd. Meestal zag ik door het raam m’n moeder met mijn broertje aan tafel zitten wachten op mijn komst. Dan rende ik het huis binnen, gooide m’n tas onder de kapstok en deed kiekeboe, waar mijn broertje altijd vreselijk om moest lachen. Deze keer zette ik mijn spullen behoedzaam onder de kapstok en opende voorzichtig de deur naar de woonkamer. Het eerste dat me opviel was dat de tv weg was. Met ingehouden adem duwde ik de deur iets verder open. De plek waar die ochtend nog de hondenmand had gestaan was leeg. Terwijl ik met een bonkend hart naar binnen stapte, begreep ik dat ik mij niet langer als een kind kon blijven gedragen. Want daar zat, bovenop de eettafel, mijn moeder met mijn broertje op haar schoot. Op de tv, die aan het andere uiteinde op de tafel geplaatst was, speelde een herhaling van het journaal over de situatie in de Palestijnse gebieden. Vreemd genoeg was mijn eerste vraag niet; ‘wat doen jullie op de tafel?’ maar ‘waar is Kees?’

De studieadviseur kijkt me met een open, verwachtingsvolle blik aan. Zijn pen hangt boven het formulier waarop hij zo even mijn naam, adres en vooropleiding heeft genoteerd.
‘Uit wat voor gezin kom je?’
Door de manier waarop hij de vraag stelt, slik ik mijn eerste reactie ‘vader, moeder en jongere broer’ weer in en zoek naar een antwoord dat meer recht doet aan de dieperliggende lagen achter zijn vraag.
‘Een oorlogsgezin,’ antwoord ik naar waarheid en ik vertel hem over Kees.

Kees was onze Ierse Setter- pup die een week eerder tamelijk plotseling gearriveerd was.
‘Dat beest komt er niet in!’ had mijn moeder geroepen toen ze zag waar mijn vader mee aan kwam. Ik stond achter het raam van de woonkamer en keek toe hoe een klein bruin hondje vanuit de achterbak van de auto onze tuin in hupte, het zag er net zo nieuwsgierig uit als ik. Vrolijk kwispelend keek het om zich heen. In een laatste wanhopige poging haar huis te beschermen barricadeerde mijn moeder snel de deur. Mijn vader bonkte op de deur met de pup onder zijn arm.
‘Doe niet zo kinderachtig! We hebben het er toch over gehad?’
‘We hebben het er niet over gehad, jij wilde een hond en ik zei “nee!”’ riep mijn moeder door de gesloten deur. Omdat mijn broertje, van streek door het geschreeuw van zijn moeder, steeds onbedaarlijker begon te huilen en ook omdat mijn moeder wel inzag dat mijn vader de pup niet weer in de auto zou laden ontsloot ze deur en verleende toegang aan Kees.
‘Hoe oud is ‘ie?’ vroeg ik even later aan mijn vader terwijl ik het hondje aaide dat op zijn rug bij me lag.
‘3 Maanden,’ zei mijn vader trots, ‘het is nog maar een puppy, een echte rashond, rechtstreeks van de fokker.’
Kees kreeg een ere- plaats naast de tv.
‘Ik vind ‘m wel lief hoor, Pappa!’
Dat had ik beter niet kunnen zeggen.

‘Waar is Kees!?’ beet mijn moeder me toe vanaf de tafel, ‘Kees zit voorlopig op jouw kamer als je vader er niet is.’
‘Op mijn kamer?’ vroeg ik bedeesd.
‘Jij vond ‘m toch zo lief? Nou, je mag hem hebben!’
‘En waarom zit je op de tafel?’
‘Dat beest heeft me nu al voor de 2de keer in mijn enkels gebeten! Wat denk je dat er zal gebeuren als hij Sammie per ongeluk bijt? Ga hem eerst maar eens uitlaten want hij zit al een half uur te piepen.’
Terwijl ik Kees uitliet vroeg ik me bezorgd af wat mijn vader zou doen als hij mijn moeder op de tafel aantrof.
‘Ik denk dat we een ander baasje voor je moeten zoeken,’ zei ik tegen Kees en ik gaf hem een dikke knuffel.

‘Ach,’ zegt de studieadviseur, hij kijkt me meelevend aan en reikt naar de doos tissues. Ik duw het weer terug.
‘Het gaat nog verder,’ zeg ik.

Toen ik thuiskwam hoorde ik de harde stemmen van mijn ouders. Mijn moeder zat met haar armen over elkaar op de eettafel en luisterde naar mijn vader die een beroep deed op haar gezonde verstand, wat natuurlijk nutteloos was. Ze boog zich over het bedje van Sammie dat op een paar stoelen naast de tafel stond en legde haar vinger op haar lippen, ‘sst, je maakt hem wakker.’
‘Mens!’ Mijn vader maakte een wegwerpgebaar, ‘ik ga weg en kom pas terug als jij van de tafel komt.’
‘Goed idee en neem meteen die hond mee, dan sta ik zo weer op de grond!’
Toen ook zijn losse flodders van schuldgevoel het doel totaal niet raakten, begon ik me serieus zorgen te maken.
‘Oké, dan blijf je daar toch zitten!’ Mijn vader sloeg de deur zo hard achter zich dicht dat de klap een rilling in mijn lijf veroorzaakte. Voor ’t eerst in mijn leven ervaarde ik hoe verantwoordelijkheid voelt. Ik was 7 en stond er helemaal alleen voor.

Vanaf dat moment was het oorlog. Vertrouwend op mijn verantwoordelijkheidsgevoel had mijn moeder op de eettafel een sterke positie ingenomen. Behalve voor Kees zorgde ik ook voor de foeragering van mijn moeder en broertje. Zodra ik uit school kwam ging ik aan de slag. Terwijl ik Kees uitliet haalde ik meteen even een boodschapje, ik kookte en leverde desgewenst nieuw speelgoed voor Sammie of tijdschriften voor mijn moeder.
Ondertussen groef mijn vader zich steeds dieper in de loopgraaf van zijn gelijk.

‘Kijk, eh’
‘Zeg maar Charles,’ zegt de adviseur vertrouwelijk.
Ik laat mijn linker- wijsvinger zien, ‘mijn bovenste kootje staat nog steeds scheef, ik sneed het er bijna af tijdens het koken. Het is nooit goed genezen.’
‘Daar zal jouw moeder zich nog wel schuldig over voelen.’
‘Nee hoor, ze gaf mijn vader de schuld, als hij haar niet in deze situatie gebracht had dan was dit nooit gebeurt.’
Charles schudt zijn hoofd en zucht.
‘Mijn ouders vochten elkaar de tent uit en ik functioneerde als de Verenigde Naties die probeerde de kampen gescheiden te houden. Aanvankelijk werd mij door mijn moeder partijdigheid verweten maar na enige tijd zag ze wel in dat ik neutraal was. Dat kwam ook doordat ik uitermate sterk was in het uitwerken van vredesakkoorden waarin beide partijen zich konden vinden.’

Vlak voor de meivakantie liep ik het kortst mogelijke rondje met Kees, sloot hem op in de bench en haalde de kruiwagen uit de schuur.
‘Ik ben zo weer terug,’ riep ik richting de woonkamer en vertrok. Opgetogen over mijn vernuftigheid arriveerde ik sneller dan verwacht bij de bouwmarkt op het grote industrieterrein. Ik manoeuvreerde mijn kruiwagen tussen de schappen door en laadde het vol met gaas, hekjes, palen en het gereedschap dat ik dacht nodig te hebben. Bij de kassa overhandigde ik mijn moeders pinpas aan de verbouwereerde kassière.
Thuisgekomen ging ik meteen aan de slag. Net zoals de Israëliërs en de Palestijnen hadden we zones nodig, dat was wel duidelijk. Voortvarend knipte ik het gaas op maat voor de eerste afrastering en verdeelde de woonkamer in twee delen.
‘Wat doe je?’ vroeg mijn moeder nieuwsgierig vanaf de tafel.
‘Als Pappa thuis is, leg ik het uit,’ zei ik terwijl ik wat feestvlaggetjes door het gaas reeg om het gezelliger te maken.
Toen mijn vader thuiskwam had ik het huis inmiddels vakkundig opgedeeld.
‘Kijk,’ zei ik terwijl ik mijn ouders rondleidde, ‘deze kamer is voor Mamma en deze voor Pappa, hier mag Kees komen en hier mag Kees niet komen dus daar kunnen we gewoon gezellig met z’n viertjes zijn!’

‘Heb je nooit overwogen in de politiek te gaan?’ vraagt Charles terwijl hij het formulier in een mapje steekt.
‘Nee hoor, mij niet gezien,’ zeg ik lachend, ‘teveel loopgraven! Laat mij maar lekker mensen helpen.’
‘Hoe is het afgelopen, zijn je ouders nog bij elkaar?’
‘Zeker! Kees is na een paar maanden teruggegaan naar de fokker maar mijn ouders hadden snel genoeg weer iets anders gevonden om ruzie over te maken. Het is gelukkig nooit meer zo erg uit de hand gelopen als toen met Kees maar blijkbaar floreren ze het beste op voet van oorlog.’
Charles klopt me bemoedigend op mijn hand.
‘Ik denk dat het hoog tijd wordt voor een buitenlandse missie. Ga jij maar lekker studeren, op kamers, je hebt het verdiend! Geniet van je studententijd, meissie.’