Categorieën
Fictie

Het Zevende Gebod.

De porte-fenêtre was niet gesloten. Uiteraard niet, hij had het gevraagd.
Bruusk werd ik uit mijn hypnagogische staat gewekt door het doffe geluid van stampende voeten op een deurmat. Zonder aarzelen nam mijn hart een gelijkaardig ritme over.
Met moeite trachtte ik deze overactieve spier tot kalmte te manen door te focussen op mijn ademhaling. Toch verraden mijn wijd opengesperde ogen, blind starend in de donkere leegte van de slaapkamer, een alles consumerende angst. Angst als oorzaak van de brok in mijn keel en baksteen in mijn maag, telkens ik me bewust werd van het gewicht dat mijn baarmoeder vormde. Mijn hand volgde de bolling van de groeiende uterus. Boven mijn t-shirt uiteraard, want hij had het gevraagd. Normaal slaap ik naakt, maar deze nacht niet. Hij wilde dat ik gekleed zou zijn als hij me kwam opzoeken. Nu ja, het is maar te zien wat je onder gekleed verstaat. Hij was niet specifiek. Dat gaf mij de mogelijkheid om grenzen af te tasten. Mijn effen wit t-shirt, waar mijn gevoelige tepels zacht tegenaan schuurden in een permanente staat van stijfheid, liet weinig aan de verbeelding over. En het kanten slipje accentueerde mijn heupen op een manier die mijn vruchtbaarheid enkel maar benadrukte. Een broek wordt onder geen omstandigheden gedragen in mijn bed, daar ben ik resoluut in.

De deur van de slaapkamer piepte open en het nachtlampje knipte aan. Ik dwong mezelf hem recht aan te kijken, mijn angst maskerend onder een geforceerde glimlach. Hij kwam op de rand van het bed zitten en streek mijn verwilderde haren glad. Deze vorm van liefkozing aanvaardde ik zonder enig protest. De eerste steen van de muur viel naar beneden.

Toen hij echter de lakens naar achteren sloeg, duidelijk met de bedoeling om bij me in bed te komen liggen, was ik de eerste om regels te stellen. “Geen broek in mijn bed.” Ik probeerde zo vastberaden mogelijk te klinken. Een kortstondige flitst van twijfel werd zichtbaar in zijn ogen, maar uiteraard berustte hij er in. Hij was bekend met die regel. Naast zijn schoenen en jeans, ontdeed hij zich ook ineens van zijn vest en hemd. Dit leek me fair genoeg. Dus ik liet hem toe de warme beschutting van mijn persoonlijke bubbel te betreden. De bubbel waar de ‘magic happens’. En de magic had happened, meer dan eens.

Over mijn hoofd reikte hij naar het nachtkastje, waar hij zorgzaam zijn bril neerlegde en het flesje oppakte dat hij daar vier maanden geleden had achtergelaten. Het was nog geen millimeter van zijn plaats geweken sindsdien. Zou hij me zielig vinden, wetende dat ik niet de moed heb gehad het op te bergen?
Zou het hem opvallen dat onze foto er niet meer stond? Twee onnozele tieners leken we. Ik met mijn snorretje en hij met zijn veel te grote eighties kapsel, gezellig samen in de photo booth. Hoezeer zou ik willen terugkeren naar die tijd van onschuld. Geen enkele collega had door hoe zijn hand subtiel, maar onmiskenbaar bewust, langs de mijne streek. Voor mij echter, waren de elektrische spanning, en het daaruit voortvloeiende potentieel, niet langer te ontkennen. Ik besefte ter plekke, tussen hoofdgerecht en dessert door, dat er geen weg terug voor ons was.

Ik keek toe hoe de okergele olie zacht stromend zijn linker handpalm vulde, voordat deze beloftevol onder de lakens verdween. Voor het vuur in mijn onderbuik, brandend van verlangen, was de korte schok van de koude olie een welkome verfrissing. Zijn handen, mij voor de eerste keer aanrakend sinds onze gezamenlijke hartslag onmerkbaar was beginnen kloppen in die beperkte ruimte tussen pubis en navel, zorgden ervoor dat mijn oorspronkelijke hitte in tienvoud toenam. Hij nam zijn tijd om mijn buik liefdevol te masseren. Onder mijn t-shirt weliswaar. Wat was anders het nut van gekleed te zijn?
Op het moment dat hij, letterlijk, de binnenkant van mijn dijen onder handen wilde nemen, kon ik niet anders dan mijn benen voor hem spreiden. Volledig en absoluut buiten mijn wil om. Al lette hij er nauwkeurig op geen intieme delen aan te raken. Het vuur moest eerst nog verder aanwakkeren. En brandden zou ik. Met iedere draaiende beweging van zijn handpalm op mijn huid, viel een steen van de muur naar beneden. Verdomme, dit wilde ik niet. Maar ik wilde niets liever.

Gedurende de volledige behandeling liet zijn zachte, dwingende blik mij geen moment los. Onverhoeds werd ik terug gekatapulteerd naar onze eerste keer. Heel die avond had ik alles in het werk gesteld om zijn blik te vermijden. Ik had me voorgenomen enkel te focussen op zijn horloge. Er zouden geen ongepaste seksuele gedachten voortkomen uit kijken naar een simpele horloge, toch? Nou, was ik even vergeten incalculeren dat hij de arm waaraan hij zijn horloge droeg, gebruikte om zijn glas te heffen. Zo kon ik dus niet anders dan toekijken hoe de wijn zijn lippen beroerde telkens hij een slok nam. Geen strak plan. Wat hij die avond allemaal vertelde weet ik niet meer. Maar de zorgvuldigheid waarmee hij zijn woorden koos, en de passie waarmee hij ze sprak, gingen dwars door mijn ziel. Mijn gedachten had hij al. Het enige wat ik hem nog kon schenken was mijn lichaam. En hij nam het aan.

Zijn onophoudelijke strelingen, in combinatie met mijn op hol geslagen hormonen, maakte mijn fysieke opwinding spectaculair zichtbaar. Tot mijn grote verbazing wakkerde hij het vuur verder aan door mijn priemende tepels te bevrijden van hun kwellende gevangenschap. Hij trok het t-shirt over mijn hoofd, maar liet het ter hoogte van mijn ellebogen steken. Mijn naakte tepels, beroerd door de plotse koude luchtstroom, deden me ineens vreselijk kwetsbaar voelen onder zijn blik. Als ik wou kon ik uiteraard mijn armen makkelijk losmaken, maar geen haar op mijn hoofd dacht eraan dat te doen. Hij zou me hebben zoals hij me wilde. Gehoorzaam.

Hij raakte me aan. Maar niet waar ik wou. In plaats daarvan draaide hij me vrij bruusk op mijn zij, mijn gezicht weg van hem. Daar lag ik dan, een eeuwigheid starend naar de eindeloosheid van een zwarte muur. Er gebeurde lange tijd niets. Ik wist wat zijn bedoeling was. Hij gaf me de tijd om na te denken, om te beginnen twijfelen, om terug te krabbelen. Maar de angst die bezit van me had genomen sinds het moment dat hij zijn komst had aangekondigd, deed me besluiten dat het beter was geen gedachten toe te laten. Het enige waar ik nu toe in staat was, was het verleden loslaten en de toekomst zichzelf laten uitwijzen. Hier en nu was al wat telde.
Terwijl ik vol ongeduld wachtte op zijn volgende zet, brokkelden alle resterende stenen één voor één, tot op de bodem, af. Op dit moment had hij had gewacht. Weerstand zou ik niet meer bieden. Blijkbaar had hij in tussentijd geluidloos zijn boxershort uitgedaan, waardoor ik zijn mannelijkheid hard in mijn onderrug voelde duwen toen hij tegen me aan kwam liggen.
Onwillekeurig duwde ik mijn borst naar voren en mijn heupen naar achter. Mijn smeekbede naar bevrediging was begonnen.
Laag in mijn onderbuik voelde ik de kleine schopjes van onze samengesmolten liefde, waarschijnlijk als reactie op mijn hevig contraherende baarmoeder.

Wat er daarna gebeurde kan ik me niet meer in chronologische volgorde voor de geest halen. De eerstvolgende herinnering is die waarin ik eindelijk, en totaal niet zoals gepland, over hem heen ging zitten terwijl zijn mannelijkheid in mij thuis kwam. Hopend dat hij niet zou merken hoezeer mijn benen trilden van verlangen, begon ik zodanig op en neer te bewegen dat ze uiteindelijk trilden van inspanning. Mijn door hormonen gezwollen schaamlippen hadden een ongekend stimulerend effect op hem, en onze hernieuwde éénwording was dan ook van korte duur.
Hij kwam echter geen seconde te vroeg.

Het idee dat dit moment zo ongrijpbaar voor me was, hield me volledig in zijn greep.
Ongewenst ontpopten zich in mijn gedachten allerlei mogelijke wanhoopsdaden, die het uur waarop hij de deur achter zich zou sluiten, nog een tikkeltje langer zouden uitstellen.
Mijn huidige ‘staat’ liet het tot mijn grote ergernis niet toe om rationeel na te denken.
Het deed me echter wel beseffen dat, wanneer ik hongerde naar zijn fysieke aanwezigheid, ik eigenlijk al verzadigd was van zijn leven.
Die wetenschap was het enige dat me staande hield.
Terwijl het onvermogen om deze situatie te ontvluchten, me compleet sloopte.
Hoeveel moeite zou het me kosten om de stenen terug in elkaar te laten passen?
En verdomme, met hoeveel gemak zou hij ze de volgende keer neerhalen?
Het is vast beter voor mijn mentale gezondheid als er geen volgende keer komt.

“Kom je nog eens terug?”
“Dat weet ik niet. Ik stuur je wel.” Hij gaf een zoen op mijn voorhoofd. Voor hem een gebaar van diepe affectie. Voor mij het teken van afwijzing.
Hij trok de porte-fenêtre achter zich dicht. Ik keek toe hoe hij zijn rug naar me toe draaide en van ons wegliep, dwars de gietende regen door. Al wat overbleef was mijn lege blik in de weerspiegeling van het raam, en mijn licht bollende buik in de opening van mijn kamerjas.
Hij keek niet meer om. Ik begreep hem wel. De regen zou deze ochtend wegspoelen. Zijn handen zou hij wassen in onschuld. Het was nodig, want hij moest het vanavond allemaal opnieuw doen. Met zijn vrouw.