Categorieën
Fictie

Het Licht

Wat doe ik mezelf aan? Ik kan niet meer denken. Ik kan niet meer ademen. Ik voel alleen de pijn van de brandende fakkel die zojuist mijn borst is binnengedrongen. Overmand door emoties lig ik verstijfd op het plateau voor de sfinx. Tegelijkertijd voel ik me meer levend dan ooit. De pijn, mijn gevoel, alles staat op scherp. De tijd lijkt bevroren in dit helse moment. Om mij heen zie ik duizenden mensen, het is het Egyptische volk waar ik de leider van ben.
De nacht is donker, enkel verlicht door de wassende maan, flonkerende sterren en lichtgevende fakkels. De grote moederdrums lijken mijn hartslag te bepalen. Steeds trager en trager. Het zal niet lang duren voordat ik mijn leven geef. Mijn identiteit is verborgen onder een masker en witte gewaden. De pogingen die ik doe om mijn gevoel onder controle te krijgen mislukken keer op keer. Ik weet niet wat erger is, mijn noodlot of dat van de baby’s om mij heen. Op nog geen 20 meter afstand liggen 9 kleine baby’s te wachten op hun dood. Ook zij zullen hun leven geven. Niet uit vrije wil, maar het is de wil van iets dat groter is.
Dat onze dood nodig is, geloof ik heilig, Het is de manier om het licht over te dragen aan het volk. Ik twijfelde nooit aan die waarheid, maar nu met de brandende pijn in mijn borst, ben ik voor het eerst onzeker over alles. Ik voer een innerlijke strijd tegen alles wat hier gebeurt en vooral tegen dit offer. Mijn leven dat ik nu opgeef. De baby’s die met mij dezelfde reis gaan maken. Allemaal omdat de duisternis van het leven het puurste licht nodig heeft. Dit licht moet zorgen voor de bevrijding van mijn volk. Zou het werkelijk een verschil gaan maken als wij samen ons leven geven? Die vraag is zo intens dat de angst van falen het dreigt over te nemen van mijn vertrouwen.
Het brengt me terug bij de pijn die ik nu voel. Ik beland in een strijd, waar ik alleen maar met mezelf bezig ben. Het is mijn eigen strijd om het leven. Hoe heb ik ooit kunnen denken dat dit de verlossing gaat brengen die nodig is in deze donkere tijd. Hoe kan mijn licht het verschil gaan maken?

Wat doe ik mezelf aan? Dat is de enige gedachte die me in mijn macht heeft.
Dat is de laatste gedachte die ik heb voor mijn ziel mijn lichaam verlaat. Mijn lichaam is één grote vlammenzee. Laat het niet voor niets zijn! Ik ben zo bang dat het allemaal geen waarde heeft. Precies op dat moment stijg ik op. Hoog de lucht in. Het is donker om mij heen. In de verte zie ik de aarde mijlenver van mij vandaan. De aarde is het enige dat ik nog zie. Een stem spreekt tot mij: ‘Het licht dat je hebt gegeven zal pas over honderden jaren zichtbaar zijn.’
Weer zie ik de aarde, gevuld met mensen. Bij iedereen zie ik een licht. Het raakt mij dat ik niet het licht in de mensen zie, maar het lijkt te zweven buiten hen zelf. De verbinding is nihil. Ik voel het verdriet in mezelf als ik naar de afscheiding kijk dat bij al deze mensen zichtbaar is geworden. Het licht dient een plek te hebben in hen zelf.
Weer die stem. Ik schrik van de boodschap: ‘Ga je grootsheid erkennen!’
Ik zie hoe een aantal lichten van personen over de hele wereld intenser worden. De stem spreekt opnieuw: ‘Jij bent één van die grootse lichten. Ga je grootsheid erkennen, Elena!’

Ik open mijn ogen. Mijn ademhaling zit hoog in mijn keel. Angstig kijk ik om mij heen. Ik ben alleen op mijn kamer. Het angstzweet plakt over mijn hele lijf. Deze droom heeft één duidelijke boodschap: mijn grootsheid erkennen.
Ik kijk naar het boek dat op mijn nachtkastje ligt. Vanaf het moment dat ik namens mijn overleden moeder dit boek heb gekregen is niets meer zoals het ooit van tevoren was. In het gouden boek genaamd Het Licht staat slechts één tekst: volg je gevoel.
Die tekst is echter geen verzoek meer, het is een gevolg. Sinds ik dit boek in mijn handen heb vastgehouden lijkt het mij verhalen te willen vertellen. Niet zomaar verhalen. Het zijn verhalen die in mij leven, verscholen in mijn onderbewustzijn. Diep in de nacht komen ze tot mij. Vanaf het moment dat ik mijn ogen sluit en mijn slaap mij meeneemt naar de onbekende wereld van mijn dromen, opent mijn gevoel zich en toont mij mystieke dromen die mij zelfs overdag gevoelsmatig achtervolgen.

Ik pak het boek van mijn nachtkastje, kijk naar mijn eigen spiegelbeeld in de glanzende kaft. Terwijl ik in mijn eigen diepbruine ogen kijk hoor ik opnieuw de boodschap uit mijn droom. ‘Ga je grootsheid erkennen.’
Hoe doe je zoiets? Je grootsheid erkennen. Het voelt groots en onmogelijk, toch is er ook een deel in mij dat nieuwsgierig is. Ik besluit die nieuwsgierigheid te laten winnen. Het boek open te slaan.
Mijn hart begint sneller te kloppen, gevolgd door een pijnlijk branderig gevoel. Zelfs wakker lijkt de fakkel mijn hart in vuur en vlam te zetten.
Wat doe ik mezelf aan? Dat pijnlijke gevoel herken ik maar al te goed. Het lijkt als een rode draad door mijn leven heen te stromen, verweven tot in de kleinste details.
Als de mogelijkheid bestaat dat ik mijn grootsheid zou erkennen, hoe zou mijn leven er dan uit zien? Dat is iets waar ik slechts van kan dromen.
Ik beeld me een leven in waar de mogelijkheden eindeloos zijn. Ongekend veel overvloed en verbinding met een man. Het gevoel dat ik bij die gedachte ervaar is al even rijk.

Mijn wekker gaat. Tijd om op te staan. Vader verwacht zijn ontbijt. Beneden in de keuken kijk ik naar het schilderij aan de muur, het vertelt mij dat vader sinds mama’s dood nooit meer dezelfde is geweest. De charmante man op het schilderij, die trots naar zijn zwangere vrouw kijkt, heb ik nooit gekend.
De vader die ik ken blijft tot in de middag op zijn kamer. De ochtend, het moment van haar dood, is voor hem gelijk aan het moment des duivels. Hij zondert zich dan af in totale duisternis. Wat hij daar doet weet niemand en niemand zal het ooit te weten komen. Precies zoals hij in de ochtend leeft, leeft hij de rest van de dag. Dit maakt het onmogelijk voor mij, om echt contact met mijn vader te maken. Thuis toont hij geen enkele vorm van affectie. Alleen voor de buitenwereld zet hij zijn goedlachse glimlach op. Niemand weet wat zich in werkelijkheid dagelijks afspeelt in ons grote landhuis. De ziel van het huis lijkt gevuld met zijn zwaarmoedige gevoel, gemengd met mijn eenzaamheid. Mijn liefde voor hem is echter te groot om hem in de steek te laten.
Iedere morgen start ik met het aanmaken van het haardvuur in de keuken. Ik trotseer de kou, zodat vader beneden in een warme keuken komt. De tafel dek ik met vers fruit en warme broodjes. In de hoop dat vader het ziet, pluk ik iedere dag verse bloemen. Ik droom van een tijd waarin hij opnieuw de schoonheid ziet van deze kleine dingen in het leven. Iedere keer hoop ik opnieuw op zijn warme blik. De liefdevolle blik die hij samen met mama op het schilderij heeft.
Ze is zo mooi. Haar prachtige dikke donkere haren golvend tot aan haar boezem. De dieprode jurk die ze draagt, is laag uitgesneden waardoor haar gouden medaillon precies ter hoogte van haar hart hangt. Het meest magische is haar trotse blik, zo vol liefde voor hem.
Oh mama, was je er nog maar. Steeds als ik aan haar denk lijkt het alsof mijn keel wordt dichtgeknepen. Als ik naar dat schilderij kijk, mis ik haar meer dan ik ooit voor mogelijk had kunnen houden. Het verlangen naar haar groeit.
Zeker nu ik haar stem hoor wanneer ik haar boodschap in het gouden boek lees: volg je gevoel. Daardoor is er licht gaan branden op de meest donkere plek die ik ken. Mijn ziel, mijn huis.
Zal ik ooit in staat zijn het licht te voelen? Juist daar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *