Categorieën
Fictie

Het laatste verhaal

De letters begonnen steeds meer te vervagen, maar zijn vingers wisten ze moeiteloos te vinden. De ene na de andere zin verscheen op het papier, tot de typemachine het uitspuwde en het op de steeds groter wordende stapel kwam te liggen.

Hij had al meer dan veertig boeken gepubliceerd, die wereldwijd verkocht werden. Hij kon in een groot huis wonen, met een luxe schrijfkamer en een eigen bibliotheek. In plaats daarvan zat hij in dezelfde kamer, met dezelfde typemachine, achter hetzelfde zware eikenhouten bureau. En zijn bibliotheek bestond uit een grote boekenkast die de hele muur achter hem besloeg. Dit was de plaats waar zijn schrijf carrière begon, en dit zou ook de plaats zijn waar het zou eindigen.

De schrijver stond op, pakte het glas whisky en keek uit het raam. De regen kwam met bakken uit de hemel en maakte de wereld grauw en grijs. Hij genoot van het tikken van de regen tegen het raam. Het was een kalmerend geluid.

De straat was bijna verlaten, op een enkeling na. Een jonge vrouw liep haastig over straat, haar handen diep in de zakken van de veel te ruime jas. Ze was klein en tenger. Achter haar liepen twee mannen van begin twintig. De ene was lang en een beetje slungelig. Zijn lange donkere haar zat in een paardenstaart. De ander was iets kleiner en gespierder. Beide hadden ze een blikje bier in hun hand. De lange man nam een flinke slok en gooide het midden in een grote waterplas op straat. Hij zei wat tegen de kleinere man, wees naar de jonge vrouw en begon te lachen. De kleinere man lachte terug, knikte even en riep iets naar de jonge vrouw. Ze keek achterom en stak haar middelvinger naar ze op.

De schrijver strompelde achteruit en liet het glas uit zijn handen vallen. Met een doffe klap viel het op de grond. De amberkleurige vloeistof spreidde zich uit over de hardhouten vloer. Het kon niet, dacht hij. Het kon haar niet zijn. Zonder het te beseffen pakte hij het lege glas op en liet het in zijn handen ronddraaien.

Hij had haar gezicht gezien toen ze achterom keek. Hoewel het gezicht van de jonge vrouw harde trekken vertoonde, herkende hij die blik uit duizenden. Een laat me met rust blik. Dezelfde blik die zijn kleindochter, Katrina, hem ook wel eens had gegeven als ze kwaad was.

Hij had haar al vier maanden niet meer gezien. Niet meer sinds de problemen met haar vader steeds erger werden en ze had besloten om weg te gaan.

Buiten klaarde het op en de schrijver besloot dat het tijd was voor een wandeling. Even een frisse neus halen. Hij wilde net zijn jas dichtknopen toen de deurbel ging. Zonder door het kijkgaatje te kijken wie er stond, opende hij de deur. Als verstijfd bleef hij staan. Er stond een vrouw voor de deur. Helemaal doorweekt. Haar lange donkere haar plakte tegen haar gezicht. Door de lange ruime jas leek ze kleiner dan ze was. Het was dezelfde vrouw die hij op straat zag. Het was zijn kleindochter.

‘Hallo, opa.’ Haar stem klonk klein en onzeker. Eerst kon hij niets uitbrengen, maar uiteindelijk vond hij zijn stem terug.
‘Katrina.’
Even stonden ze zwijgend tegenover elkaar. Niet wetend wat te doen of te zeggen.
‘Wil je binnenkomen voor een kop thee?’ Ze knikte en een klein glimlachje verscheen om haar lippen. Hij ging naar de keuken om de waterkoker aan te zetten, en toen hij verder liep naar de woonkamer, waar hij verwachtte dat Katrina zou zijn, zag hij haar niet. Alleen de jas die achteloos over de rugleuning van de bank lag gegooid. De deur naar de schrijfkamer stond open. En daar zag hij haar met de eerste pagina van het manuscript in haar handen. Hij bleef in de deuropening staan. Een mug vloog voor zijn gezicht langs en in een reflex sloeg hij ernaar om hem weg te jagen. Het geritsel van zijn kleding deed haar schrikken. ze draaide zich om. Snel legde ze de pagina terug. En toen zag hij de reden van de veel te ruime jas. Het was nog niet veel en amper zichtbaar, maar hij had het gezien. Een kleine bolling bij de onderbuik. Ze sloeg haar handen voor haar buik, alsof ze alles zo ongedaan kon maken, en liep naar de boekenkast, waar ze een boek uit haalde die de schrijver een tijd geleden had geschreven. Er was maar een druk van en die stond in zijn boekenkast.

Ze liet haar vinger over de illustratie van het konijn, dat op de top van de hoogste berg stond en over de hele wereld uitkeek, gaan. ‘Het was je favoriete verhaal, weet je nog?’ vroeg hij. Ze knikte en zei: ‘Over het konijn dat vrij wilde zijn en de wereld wilde ontdekken. Zijn eigen pad volgen zonder bang te hoeven zijn voor het oordeel van anderen.’
‘Ik heb het een poosje geleden geschreven en wilde het aan jou geven als verassing, maar toen…’
‘Toen was ik al weg,’ kapte ze hem af. Het bracht haar terug naar een tijd die ze het liefst wilde vergeten, maar ze wist dat ze dat nooit uit haar geheugen kon wissen.

Katrina zette het boek terug in de kast. De schrijver wist dat hij iets moest zeggen over het onderwerp wat ze beide probeerden te vermijden en deed zijn mond open, toen hij besefte dat de waterkoker klaar was. Hij twijfelde of hij de stilte van de waterkoker zou negeren of niet, maar Katrina maakte die keuze voor hem. Ze liep langs hem heen naar de keuken, haalde een glas en een halfvolle fles en schonk hun beiden een scheut whisky in. De schrijver protesteerde en wilde zeggen dat het niet verstandig was om te drinken, maar ze sloeg er geen acht op en dronk het glas in een teug leeg.
‘Hoe ver ben je? ’
Zestien weken, antwoorde ze, en schonk nog eens in. Hij liep op haar af, trok het glas uit haar handen en zette het met een harde klap op het bureau. ‘Van wie is het?’ vroeg hij. Ze gaf geen antwoord. ‘Je moet het je vader vertellen.’ Ze snoof en keek naar het glas, maar besloot het te laten staan. ‘Alsof het hem iets kan schelen!’ Ze spuwde de woorden er haast uit. En de blik in haar ogen beangstigden hem. Zo vol haat.

Katrina zag de schok en het ongeloof in zijn ogen. Ze liet haar schouders hangen. Verslagen. Haar ogen werden vochtig. Ze knipperde heftig met haar ogen om ze tegen te houden, maar een traan ontsnapte en gleed langs haar wang omlaag. Ze veegde het ruw met haar handpalm weg. Niemand mocht haar zien huilen. Dat was een teken van zwakte. En ze wilde niet zwak zijn.

De schrijver liep naar haar toe en sloeg zijn armen stevig om haar heen. Ze kon het niet meer tegenhouden. Haar schouders schokten van het huilen. Hij streelde haar rug en langzaam werd ze rustiger.
‘je vader houdt van je,’ zei hij met zachte stem. Hij voelde haar lichaam compleet verstijven en toen twee handen die hem krachtig wegduwden. De schrijver verloor zijn evenwicht, zijn hoofd kwam met een harde klap tegen de punt van het bureau en hij viel op de grond. Een grote plas bloed vormde zich rond zijn hoofd. Voor alles donker werd realiseerde hij zich iets. Vier maanden. Het voelde alsof hij een stomp in zijn maag kreeg en alle lucht uit hem werd geperst. Hij wist wie de vader was.

De schrijver leunde achterover in zijn stoel en vouwde zijn handen achter zijn hoofd, die nog steeds een beetje gevoelig was. Het manuscript zat in een grote envelop, klaar om opgestuurd te worden.

Zijn blik viel op de foto van Katrina met haar dochter in haar armen, die op zijn bureau stond. Het idee om het kind van haar vader op te voeden, vervulde haar met weerzin en ze besloot om het kind ter adoptie af te staan. Toch wilde ze het kind niet helemaal vergeten. Het was niet de schuld van het kleine meisje.

Het gerinkel van kopjes haalde hem uit zijn gedachten. Katrina stond in de deuropening. Ze hield een dienblad met twee dampende koppen thee erop, in haar handen. De geur van zelfgebakken cake dreef zijn neus binnen.

Ze zag er zelfverzekerder uit. Gelukkiger. Haar ogen straalden en haar lange donkere haar was vol en glanzend.

‘Thee?’ vroeg ze, en trok verbaasd haar wenkbrauwen op toen hij zei dat ze het wel in de woonkamer mocht zetten. Pas toen ze zag dat de hele stapel papier in een envelop was verdwenen, begreep ze het en liep naar de woonkamer.

De schrijver stopte de typemachine in de koffer. In de deuropening keek hij nog even achterom en glimlachte. Hij deed het licht uit en de deur dicht. Het zat erop. Zijn laatste verhaal was verteld.