Categorieën
Fictie

Het is in de world niet eerlijk verdeuld

Daar op dat nachtkastje heb ik jarenlang mijn werkzame leven mogen slijten. Op zonovergoten ochtenden stond ik te pronken in een stralend goudgrenen gloed en genoot van het zachte gezeefde licht dat door de vitrages naar binnen gleed. Wat was het leven prettig en ongecompliceerd in die dagen. De sensatie als zij mij ‘s avonds met het bijbehorende sleuteltje opwond, trilt soms nog in mij na. Nu kan ik er helaas alleen maar met weemoed op terugkijken.

Wat zien ze toch in dat moderne, lelijke geval met zijn flikkerende digitale cijfertjes en duffe melodietje. Hij is een belediging voor alle bellenwekkers al verbeeldt hij zich heel wat, dat fantasieloze, onpersoonlijke LCD-schermpje. Hij krijgt vast geen geïrriteerde dreun op zijn hersenpan, veel te bang als ze zijn dat hun dure gevoelige apparaatje kapotgaat, maar toen ik trouw elke ochtend dat luie mensenpaar uit bed rinkelde, heb ik menig onterechte klap moeten incasseren. Mijn bellen tolden er soms van. Toch zijn ze in het verleden even blij geweest met mij. Ik herinner me het eerste moment nog als de dag van gisteren.

Min of meer in slaap gesukkeld, omdat deze middag alweer even saai dreigt te eindigen als hij begonnen is, word ik plotseling door vijf spitse vingers uit mijn veilige glazen wereldje gevist. Ik krijg niet eens gelegenheid om afscheid te nemen van alle collega’s in de vitrine, maar word plompverloren op mijn vier metalen pootjes gezet, oog in oog met mijn toekomstige eigenaars. Iets zegt me dat nu eindelijk gekomen is waarop ik zo lang heb gewacht. Een doorbraak, een nieuwe fase in mijn leven.

Hoogst verbaasd luister ik naar de lovende woorden van de winkelbediende. Ik voel mij gevleid, wist niet dat ik zo’n bijzonder mechanisme was. Mijn wijzerplaat glimt van trots. Het menselijk duo is zichtbaar onder de indruk. Eigenlijk is de rossige, besnorde verkoper nooit mijn favoriet geweest, maar op dit moment kan ik hem wel aan mijn binnenwerk drukken zo blij ben ik, dat hij de juiste toon weet te treffen. Hij prijst mij aan alsof ik een peperdure limousine ben, noemt mij een verfijnd klassiek instrument van topkwaliteit waar meneer en mevrouw samen nog jaren plezier aan zullen beleven. Nooit zal ik die innig verliefde blik in hun ogen vergeten waarmee ze elkaar aankijken. Het oogcontact duurt slechts een fractie van een seconde, maar spreekt de taal voor jaren. Een blond en een donkerbruin hoofd, de armen om elkaars middel geslagen, besluiten eensgezind tot de aankoop.

Als een toegewijd personeelslid kwijt ik mij van mijn taak. Geloof me, dat valt niet mee. Ik moet klaarwakker zien te worden om die slaapkoppen op tijd de deur uit te krijgen. Het blijkt allervermoeiendst werk te zijn. Tenslotte werk ik net zo goed als ieder. Daar moet je niet te licht over denken. Een wekker dient 24 uur per dag op zijn qui vive zijn, letterlijk het klokje rond, want na een hele dag van rust volgt het op-tijd-zetten-ritueel en een lange waakzame nacht. Een paar minuten te laat rinkelen kan verstrekkende gevolgen voor het verloop van de dag hebben. Te laat opstaan betekent dat alle andere activiteiten in sneltreinvaart worden afgedaan. Het beddengoed wordt niet gelucht, ze schrokken hun ontbijt naar binnen en gunnen zich nauwelijks de tijd om zich fatsoenlijk te verzorgen en aan te kleden, in de haast om vooral bijtijds op het werk te verschijnen. Natuurlijk wil ik niet dat mijn eigen mensen ongelukken krijgen of problemen met hun werkgever wegens verzuim. Daarvoor zijn mijn mensen mij te dierbaar. Jong en energiek als zij zijn, gieten allebei voldoende water bij de wijn om te voorkomen dat deze verzuurt. Ze doen aandoenlijk hun best om iets van hun kersverse relatie te maken. Dat ontroert me. Ik mag trouwens van geluk spreken dat ik bij dit pasgetrouwde stel terecht ben terechtgekomen, dat aan het begin van hun gemeenschappelijke leven staat en er belangstelling voor tonen, zodat er nog wat leven in de brouwerij is. Ik moet bekennen, naarmate de dagen, weken, maanden vorderen, tempert het enthousiasme waarmee mijn klepeltje tegen de koperen bellen tinkelt. Het is constant hetzelfde patroon en begint me zo langzamerhand de keel uit te hangen. Half zeven, opstaan! Zodra ik mij heb laten horen, word mij de mond weer gesnoerd, net als in de weekenden als het stel wil uitslapen. Dan krijg ik de kans niet om in actie te komen. Ik zie nu alweer tegen aanstaande zaterdag- en zondagochtend op. Die gruwelijke stilte waarin ik mijn secondewijzer kan horen tikken, vliegt mij soms aan. In de winkel had ik tenminste een afwisselend bestaan. Er viel altijd wel iets te horen of te zien, zelfs na sluitingstijd. We kletsten er wat op los, bespraken de laatste nieuwtjes en hielden vaak diepzinnige gesprekken. En dan die gezellige avondconcerten waar ik verschrikkelijk naar kan verlangen. Hier in deze slaapkamer heb ik weinig aanspraak. Diverse pogingen van mijn kant om contact te leggen met de slaapkamermeubels liepen op een klapscheet uit, omdat dat zaakje mij te luidruchtig vond of liever ’een vervelende lawaaischopper’, aldus de passpiegel met zijn kille stem.

Over lawaai gesproken! Wat een keel kan die vent opzetten zeg. De schrik jaagt me nog koud door mijn koperen lijf. Voor het eerst sinds ik bij hen woon hebben mijn mensen herrie gehad. Schelden, krijsen en gooien met de spullen. Ruim voordat ik mijn plicht moest doen, hebben beiden met slaande deuren en een hoop gestamp op de traptreden het huis verlaten. Echt verbazen doet het me niet, want geen mens kan het volhouden om constant toneel voor elkaar te spelen zonder een keer uit de rol te schieten. Opstaan in de vroege uurtjes draagt ook niet bij tot de algehele sfeer. De laatste tijd slepen beiden zich met zichtbare moeite uit bed onder luid gezucht en geklaag. Hij heeft duidelijk last van een ochtendhumeur en reageert dan af op haar, al moet ik het ook vaak ontgelden. Waar mensen samenleven, vallen weleens woorden. Of wekkers, zomaar op de harde vloer. Terwijl het niet mijn schuld was, dat zij vergeten was mij een uurtje vooruit te zetten. Mensen…

In de fabriek waar ik ooit werd vervaardigd hoorde ik eens een werknemer brommen: ‘Het is in de world niet eerlijk verdeuld.’ Vat deze uitspraak op zoals hij is bedoeld, beste lezer. Lees hem als een rijmend taalgrapje, niet als spelfout, want dan ontgaat je de clou. In mijn geval past de uitdrukking precies. Zolang je nieuw en interessant bent, kun je niets verkeerd bij mensen doen, maar zodra ze aan je gewend zijn, wordt de geringste misstap je aangerekend en ben je op staande voet ontslagen.

Waarom ook was ik eind maart één uur van slag en sliep ik een gat in de nieuwe dag?