Categorieën
Fictie

Het Dizzy-effect

Het Dizzy-effect

‘Koffie Hans? Dat heb je wel verdiend.’ Al is er niemand die hem hoort, toch praat Hans Nooteboom hardop. Het heeft iets gezelligs, vindt hij. Sinds zijn vriendin Sabine hem acht jaar geleden verliet, woont Hans alleen. Zij vond het leven met Hans een sleur. ‘Ik heb meer nodig dan dit’, had ze tegen hem gezegd toen ze vertrok. Hans had niet begrepen wat dat was ‘meer dan dit’. Waarschijnlijk was dat precies het punt.
Kinderen hadden ze niet gekregen, tot Hans’ spijt. Hij had gefantaseerd over een zoon waarmee hij ging kamperen, die hij leerde schaken en met wie hij samen zijn eerste auto zou kopen. Maar Sabine vond kinderen hinderen dus kwamen ze er niet.
Inmiddels vindt Hans het wel prima dat hij alleen is. Hij heeft genoeg aan zijn werk als accountmanager bij de bank, zijn krant, zijn muziek en op gezette tijden een borrel. Soms is het wat stil, dan belt hij zijn oude moeder of maakt een praatje met de buurman.
‘Op mijn gezondheid’, zegt Hans als hij zich na een lange werkdag een glas wijn inschenkt. Het is een gewoonte die hij heeft ontwikkeld sinds hij thuis werkt. Hij neemt een flinke slok, gaat met zijn tong over zijn natte lippen en neemt direct nog een slok. De wijn smaakt hem goed. Hans zet de radio aan als hij de keuken in loopt om te koken. Jazz, dat ontspant hem het meest. Het glas neemt hij mee naar de keuken en schenkt hij weer vol. Terwijl hij de aardappels schilt en de broccoli in roosjes snijdt, drinkt hij ook dit glas leeg. Het gebeurt steeds vaker dat Hans al een halve fles leeg heeft voordat hij aan tafel gaat.
Na het eten zet Hans de tv aan. Er is weer een persconferentie waarin opnieuw strenge maatregelen worden afgekondigd. Hans blijft consequent binnen sinds de lockdown is afgekondigd. Hij laat zijn boodschappen eens per week thuisbezorgen, ontvangt geen bezoek en gaat niet naar mensen toe. De avondklok deert hem dan ook niet. Het leven is op deze manier lekker rustig en overzichtelijk. Hans schenkt zichzelf nog een glas in en zoekt de zenders af tot hij een film vindt die hem bevalt. De rest van de avond brengt hij voor de tv door met in de ene hand de afstandsbediening, in de andere zijn glas.
Zo rijgen Hans’ dagen zich aan elkaar. Er lijkt weinig verschil te bestaan tussen maandag, dinsdag en de andere werkdagen en ook in het weekend lopen de dagen ongemerkt in elkaar over. Naarmate de tijd vordert, wordt het wat warmer en blijft het langer licht. En in zijn halletje stapelen de lege flessen zich op.
Op een lenteachtige vrijdag in april struikelt Hans bijna over de flessen als hij de boodschappen die de bezorger voor de deur heeft gezet, naar binnen draagt. ‘Toch maar eens wegbrengen’, besluit hij, ‘vanavond als het donker is.’ Want hij heeft geen zin om aangesproken te worden op de hoeveelheid glas die hij in de container gooit.
Als het schemerig wordt, laadt Hans zijn fietstassen vol, zet een doos met lege flessen op de bagagedrager en vult zijn rugzak met het glaswerk. Nu hij het zo bij elkaar ziet, schrikt hij ook wel van de hoeveelheid. Omdat hij op deze manier onmogelijk kan fietsen, loopt Hans met de fiets aan de hand naar de glasbak. Er is bijna niemand op straat en het is muisstil. Net voordat hij bij de glasbak is, meent Hans iets te horen. Hij spitst zijn oren maar kan het geluid niet goed thuisbrengen. Als hij de laatste fles door het donkere gat heeft geduwd en op zijn fiets stapt, hoort hij het weer. Iets luider dit keer. In het licht van zijn voorlamp ziet Hans een jonge merel die waarschijnlijk uit zijn nest is gevallen. Voorzichtig pakt Hans het vogeltje op en zoekt met zijn ogen de omgeving af. Hij vindt geen nest dus besluit zich over het vogeltje te ontfermen. Het mereljong heeft kleine, donsachtige veertjes en rilt van de kou. Hans verfrommelt de plastic zak in zijn fietstas tot een nestje en legt de merel daar behoedzaam in. Snel fietst hij naar huis. Daar pakt hij het angstig piepende vogeltje uit het geïmproviseerde nest en draagt het de woonkamer binnen. ‘Wat een schrik vogeltje’, zegt Hans terwijl hij het beestje zachtjes in zijn handen warmt, ‘maar nu ga ik voor je zorgen.’
Hij pakt een lege doos uit de berging en legt daar een oude, katoenen trui in. Tevreden kijkt hij naar het eindresultaat en toont het de vogel. ‘Kijk, dat is een mooi huisje.’ Dan bedenkt hij dat de vogel waarschijnlijk al tijden niets te eten heeft gehad. Van de fruitschaal pakt hij een banaan die hij in kleine stukjes snijdt. Voorzichtig voert hij het vogeltje met een pincet de stukjes fruit. Tijdens het voeren bedenkt Hans dat hij de vogel een naam moet geven. Direct toen hij het diertje oppakte, heeft hij instinctief besloten dat hij de merel groot gaat brengen en dan is een naam wel zo gepast. ‘Merel, wat vind je daar van?’, probeert Hans. Hij moet er zelf om lachen. ‘Of Tsjip?’ Het mag wel iets origineler, vindt Hans, en fronst zijn voorhoofd. ‘Dizzy’, bedenkt hij dan, ‘dat is het. Je was een beetje duizelig toen ik je net vond en bovendien maak je mooie muziek, als je wat groter wordt, net als Dizzy Gillespie.’ Hans knikt tevreden. Vanaf dat moment heet het vogeltje Dizzy.
De eerste dagen nadat Hans Dizzy in huis heeft genomen, geadopteerd noemt hij het, is hij er continu mee bezig. Het nestje houdt hij warm en droog en het vogeltje moet om de haverklap gevoerd worden. Op internet heeft Hans gevonden hoe hij voor het beestje moet zorgen. Hij heeft meelwormen en verschillende insecten besteld en in huis de ideale plek voor het nest gevonden. Niet te warm en zeker niet op de tocht. Naast de bank lijkt de beste plek. Daar leest Hans het mereltje de krant voor en kijken ze gezellig samen televisie. Hans drinkt thee, een nieuwe gewoonte, Dizzy heeft een bakje water.
’s Morgens als hij wakker wordt, kijkt Hans eerst hoe het met de merel gaat. De eerste dagen gespannen of hij de nacht goed had doorstaan, maar al snel vol verwachting. Zou Dizzy al wat verder kunnen lopen, misschien zelfs fladderen? Hans gooit het dekbed van zich af en loopt de woonkamer in. Dizzy’s kopje komt net over de rand van de doos. Er welt een gevoel van trots in Hans’ borst. Wat is het vogeltje al gegroeid en wat kijkt het pienter uit zijn oogjes.
‘Goede morgen Dizzy’, zegt Hans en loopt naar het geïmproviseerde nest. ‘We gaan lekker ontbijten.’ Hij legt een handje vogelvoer op het schoteltje naast het aanrecht en schuift het in de richting van de merel. Terwijl hij zijn brood smeert, hoort hij de vogel onrustig in de doos bewegen. Hij piept en fladdert zo hard dat zijn huisje met een bons omvalt. Verschrikt kijkt Hans op en ziet Dizzy rustig uit zijn huisje stappen naar het schaaltje met vogelvoer. Hans voelt een brok in zijn keel en slikt die snel weg. ‘Niet zo sentimenteel’, spreekt hij zichzelf vermanend toe. In de dagen daarna beweegt Dizzy zich steeds vrijer door het huis. Hij scharrelt wat in de woonkamer, hipt rond in de keuken en slaat soms even zijn vleugels uit. Echt vliegen lukt nog niet, maar de wil is er. Ook hoort Hans de vogel steeds vaker zingen. ’s Avonds klinkt zijn melancholische lied door het huis. Met zijn ogen dicht luister Hans daarnaar, rustig en tevreden.
Als Hans op een dag in een zoomvergadering zit, hoort hij beneden iets vallen gevolgd door een angstig piepen. Hij rent naar beneden en ziet op de keukenvloer zijn favoriete theemok in stukken. Dizzy zit op de rand van de stoel en kijkt naar buiten alsof hij hier part noch deel aan heeft.
Hans slaat zijn ogen neer en veegt de scherven op. Dit is het moment dat hij vreesde en voorzag. Hij moet de vogel laten gaan. Naar buiten waar hij hoog kan vliegen. Waar hij een vrouwtje kan zoeken en zijn eigen nestje bouwen.
Die avond na het eten, slaat Hans de tuindeuren open. Dizzy stapt nieuwsgierig naar buiten en blijft aan de rand van het terras staan. ‘Toe maar’, zegt Hans tegen de vogel, ‘je bent vrij.’ Dizzy hipt de tuin in, slaat zijn vleugels uit en vliegt een rondje. Hij landt aan Hans’ voeten en kijkt omhoog. Hans knikt. ‘Het is goed zo. Ik red me wel.’ De merel stijgt weer op, maakt een wat grotere ronde en landt in een boom. Hij kiest de hoogste tak en zingt voor Hans zijn afscheidslied. Dan vliegt hij de tuin uit.
Hans draait zich kort daarna om, loopt naar binnen en zet de radio aan. Uit de boxen klinkt Dizzy Gillespie. Er verschijnt een glimlach op Hans’ gezicht. Hij sluit de gordijnen. Hij is thuis.