Categorieën
Fictie

Het belang van verticaliteit

Ik kijk de bewegwijzering na, herstel kapotte planken in het vlonderpad en rapporteer vandalisme. Ik denk niet dat er iets gedaan wordt met die rapporten, behalve dat ze opgeslagen worden in een archief van verminkingen. Twee jaar geleden plaatste ik, op vraag van de provinciale dienst, een bordje met Verboden aan te raken, maar uiteraard was dat het eerste wat iedereen deed: het grote mysterieuze ding aanraken. Ik deed het zelf ook. Het is de reden waarom deze site vooraan in mijn ronde staat, zodat ik mijn hand op het koele oppervlak kan leggen terwijl de zon opkomt. Ik beeld me in dat ik vijfduizend jaar oud ben, groot en sterk en eenzaam in een wereld zonder bewegwijzering, zonder toeristen, zonder informatiebordjes.

Hij trekt al jaren minder en minder bezoekers. Hij is maar één van de achthonderd gelijkaardige stenen in deze regio. Weliswaar is hij een van de grootsten, maar hij bevindt zich ver van de snelwegafrit en zijn stompe vorm is weinig fotogeniek: op foto’s lijkt hij altijd een stuk kleiner dan in het echt, daar klagen mensen vaak over. Er zijn gesprekken om het beheer van de sites efficiënter en slanker te maken. Alles wijst erop dat de steen volgende zomer van mijn ronde geschrapt zal worden. Misschien tot een volgende regering, misschien tot een volgende beschaving. Hem kan het niet schelen.

Wanneer ik die ochtend aan mijn ronde begin, is mijn eerste gedachte is dat de steen gestolen is. Dat is belachelijk, natuurlijk, maar de waarheid is dat ook: de menhir die zesduizend jaar overeind heeft gestaan, is omgevallen. Hij heeft de omheining aan de westzijde verpletterd. Ik loop naar de steen toe, die zelfs in zijn huidige toestand nog hoger dan mezelf is, en ik leg mijn hand op het gladde oppervlak. Dan hoor ik stemmen.

Op mijn polohemd en pet is het logo van het regionale agentschap voor toerisme zichtbaar. Bovendien heb ik een notitieboekje vast, waarop hetzelfde logo staat. Ze zouden me meteen identificeren als een verantwoordelijke. Dit is niet wat ze verwacht hadden. Iemand moest dit uitleggen.
Zonder erbij na te denken, klim ik over de menhir heen om me aan de andere kant te verbergen. Een autodeur slaat dicht. Kinderen. Nederlanders.

De vader klaagt over zijn stijve benen, zijn zweterige achterwerk, het verkeer, de autobestuurders van dit land die volgens hem allemaal de gevangenis in moeten. Een van de kinderen roept dat zijn achterste ook zweet. De moeder vraagt of iemand iets wilt eten. Niemand wilt iets eten, iedereen is misselijk. Het andere kind zegt dat ze een gele auto heeft gezien en geeft haar broertje een mep op zijn schouder. Die roept dat het niet eerlijk is. De vader zegt dat het leven niet eerlijk is. De moeder roept dat er niet gehuild mag worden op vakantie. De vader zegt dat de moeder er goed uit ziet in haar zomerjurk. De moeder zegt dat dat volstrekt onmogelijk is en dat het niet eens een zomerjurk is. De kinderen vragen waarom ze zo vroeg moesten opstaan en de vader zegt dat het was om de file voor te zijn. De dochter zegt dat er toch fucking veel file was. Dat was omdat er een ongeval was. Waarom was er een ongeval? Omdat de autobestuurders van dit land criminelen zijn, dus. Je mag niet fucking zeggen. Ik doe er niemand kwaad mee. Ze heeft gelijk. Ik heb altijd gelijk. Zo praat je niet met je vader. Ik praatte niet met mijn vader. Met wie praatte je dan? Met Jezus. Gaan we weer naar de auto? Ik ben mijn telefoon vergeten. Je hebt je telefoon niet nodig, probeer een beetje in het moment te zijn. In het moment verveel ik me kapot. Kijk hoe mooi het hier is. Ja, mooi. Het is maar een steen. Ik had me hem groter ingebeeld. Leg dat mes weg, dat is het mes voor de worst. Wil je een foto, schat? Natuurlijk wil ik een foto, zijn we een heel kuteind omgereden en zou ik niet eens een foto willen. Jij neemt nooit foto’s. Ik neem altijd foto’s. Mooie foto’s. Ja, mooie foto’s. Zijn er nog chips in de auto? Chips zijn voor de avond. Ik vroeg het gewoon, Jezus. Was je weer met Jezus aan het praten? Je zou beter wat meer met ons praten. Hoe ver is het eigenlijk nog? Tot waar? Tot het einde. Nog een heel eind. Nog een heel fucking eind.

De autodeuren slaan dicht, maar ik wacht totdat ik het geluid van de motor hoor uitsterven voordat ik uit mijn schuilplaats tevoorschijn kom. De zon is ondertussen boven de bomen uit geklommen en er is een rust over me heen gekomen. Terwijl ik achter de steen verborgen zat, was het besef gekomen: ze merken het niet. Ze hadden naar de afbeelding op het informatiebord kunnen kijken. Ze hadden kunnen afleiden dat er wat mis was aan de hand van het door de steen verpletterde hek. Ze hadden hun gezond verstand kunnen gebruiken om te bedenken dat het hele punt van een menhir is dat hij rechtop staat. Maar dat deden ze niet, en de volgenden zouden dat ook niet doen. Wat ze wel gedaan hebben, is het aanbrengen van een nieuwe inscriptie, in de gladde en tot nu toe ongeschonden top van de menhir. Daar staat nu: Kutsteen.

Ik vervolledig mijn ronde langs pastoriewoningen, molens en een heleboel andere stenen. Bij elke site stel ik een rapport op, waarbij ik niet aan zorgvuldigheid wil inboeten door de ophef van die ochtend. Er zijn bakstenen losgekomen uit de abdijmuur en de vuilnisbakken bij de vijver puilen uit. Pas helemaal op het einde vul ik het rapport van de menhir in, beginnende bij de nieuwe inscriptie. Bij “opmerkingen” schrijf ik: “Object ligt nu horizontaal.” Bij “voorgestelde werkzaamheden” schrijf ik: “reparatie van het houten hek” en “indien mogelijk: herstelling in de oorspronkelijke verticale staat. Nota: hijskranen wellicht nodig, voorzie voldoende budget. Object weegt honderdtachtig ton.”

Daarbij had het kunnen blijven. Als mijn rapporten – zoals ik vermoedde – regelrecht in de archieven verdwenen, dan had de val van de steen voor onbeperkte tijd onopgemerkt kunnen blijven.
Drie dagen later gaat mijn telefoon.
‘Je raadt nooit wat er is gebeurd, Mo,’ zegt de kersverse project manager van de provinciale dienst toerisme. ‘Een van jouw stenen is viraal gegaan.’
‘Viraal?’ vraag ik. Daarmee bedoel ik niet dat ik de term niet begrijp.
‘Iedereen heeft het erover. Die ene, die grote lompe. Waarom heb je me niet gezegd dat hij is omgevallen?’
‘Het stond in het rapport,’ zeg ik. ‘Ik dacht dat het negatieve publiciteit zou opleveren.’
‘Negatieve publiciteit!’ Ze probeert te klinken alsof ze zich verslikt. ‘Dit is het beste wat ons in jaren is overkomen!’ Ze neemt even adem. ‘Ik heb een interview voor je opgezet met de lokale televisie. Zorg ervoor dat je een verhaal klaar hebt over je ontdekking. Schrijf het misschien even uit, dat komt beter over. Er komt ook een Youtuber, vier miljoen abonnees. Zorg ervoor dat alles er netjes uitziet wanneer ze arriveert, wil je? Geef haar een fles van die lokale likeur die naar hyacint stinkt, daar hebben we nog tonnen van. Kuis het grasveld op. Of nee, stop, zorg ervoor dat er helemaal niets verandert. Laat het liggen zoals het ligt. Dat heeft meer impact. Dit wordt groot!’

De val van de steen is de heropstanding van de steen. De regiojournalist lijkt ontevreden over al mijn antwoorden, maar het interview wordt toch opgepikt door het nationale nieuws. Ik krijg berichten van mensen die ik al heel lang niet meer heb gesproken. Mijn moeder belt om te zeggen dat ik naar de kapper moet. De internetster lijkt te denken dat ik geheime informatie heb, maar ik moet haar teleurstellen. De boeren in de omgeving hebben niets gehoord of gezien. De allereerste foto van de horizontale steen is de dag zelf gepost door een Nederlands meisje. Op de foto zie je, als je inzoomt, mijn schoenen onder de steen uitsteken, maar tot nu toe heeft nog niemand dat gemerkt.

Die zomer komen er elke dag honderden mensen naar de steen. Ze leggen hun hand er nog steeds op. Ze krassen hun namen nog steeds in het oppervlak, liefst in het nieuwe gladde deel dat toegankelijk is gemaakt door de val. Het archief van verminkingen groeit sneller dan ooit. Regelmatig moet ik mijn ronde herzien omdat er kleine herstellingswerken aan de site moeten gebeuren. Er ligt elke dag afval. De boeren mopperen maar beginnen kamers te verhuren. Het vlonderpad kreunt onder het gewicht. Langs alle kanten klauwteren kinderen op de steen. De budgetten zijn herzien. Volgend jaar wordt hij de mascotte van een thematische wandeltocht en een regionaal festival met volksmuziek. Mijn ronde wordt vernieuwd. We verkopen de volledige voorraad van de ondrinkbare bloemenlikeur. Voor zover ik weet zijn er geen plannen om de steen weer rechtop te zetten.