Categorieën
Fictie

Heet en gereed

Net één dag had het geduurd voor ik in actie kwam. Een dag van vloeken en twijfelen, me neerzetten op mijn futon-bank en weer opstaan, een serie op Netflix starten en dat maar tien minuten volhouden, een selfie op Instagram posten en die er weer afhalen, mijn Facebookberichtjes bekijken en me dan verschrikkelijk ergeren aan de volstrekt nutteloze tips die anderen met me deelden.
Van alle tips bezorgde deze me de grootste weerzin: ‘Dit is een uitstekende periode om tot jezelf te komen.’ Tot mezelf komen, dat zal ik wel doen als ik binnen 10 jaar mijn villa op de Balearen heb, als ik in mijn jacuzzi lig met een glas champagne, mediteer in mijn Turkse sauna of gewoon wat lig te zonnen op mijn privéstrand. Toen wilde ik vooral niét tot mezelf komen. Sorry voor mijn taalgebruik, maar dat klote-virus verpestte de boel voor mij, het ruïneerde mijn plannen. Ik was radeloos. Actie had ik nodig. Of op zijn minst een idee van hoe het nu verder met me moest de volgende maanden. Hoe kon ik deze periode doorkomen? Wat nu? Wat nu?
De volgende morgen, na een erg onrustige nacht waarin ik meermaals wakker schoot en steeds weer dacht ‘Wat nu?’, werd ik wakker met een helder hoofd en had ik een plan. Het maakte mij op slag rustig en gedecideerd. Eén uur, meer tijd kostte het me niet om het plan in al zijn details uit te werken.
Het eerste wat ik deed was Sammy bellen. Een lieve man en dokter op de spoedafdeling in AZ Sint Maarten. Ik kreeg hem onmiddellijk aan de lijn. ‘Sammietje, ik heb je hulp nodig,’ zei ik hem met mijn meest onschuldige meisjesstem. Zoals ik had verwacht ging hij zonder veel tegenpruttelen overstag.

Diezelfde avond nog reed ik naar het hospitaal. De bezoekersparking lag er verlaten bij. Zoals Sammy me had opgedragen begaf ik me naar de ingang voor de leveranciers. Een dame met een groen mondmasker en een grote hoornen bril had zich gebarricadeerd achter een balie waarop wat plexiglas gemonteerd was. ‘Ik denk niet dat je hier moet zijn,’ zei ze nog voor ik goedenavond kon zeggen.
‘Toch wel. Dokter De Bruyne heeft een pakket voor mij dat hij me hier zou bezorgen. Kan je hem even bellen?’ Ze keek me vragend aan. Ik antwoordde niet, hield het bij mijn meest hautaine blik. Dat werkte. Ze tikte de naam van Sammy in en belde hem. ‘Hij komt’, zei ze. Nors tikte ze wat verder op haar computer.
Sammy is een schatje en had mooi werk verricht. Hij speelde zijn rol bovendien perfect. Hij kwam de receptie binnen in zijn smetteloos witte doktersjas met pistachegroen mondmasker. ‘Hier mevrouw Vermoten’. Hij overhandigde me een keurig verpakte kartonnen doos met op alle vlakken het blauwwitte logo van Pfizer gedrukt. ‘Ik hoop dat dit je kan helpen bij je onderzoek.’
’Jij bent zó hard bedankt dokter. Reken er maar op dat jij de eerste bent die ik zal bellen als dit tot een positief resultaat leidt. Dan mag je van ons bedrijf zeker een wederdienst verwachten’.
Thuisgekomen trok ik me terug in mijn slaapkamer en opende voorzichtig de doos. Ik vond wat we hadden afgesproken: een felgele veiligheidshelm met plexi beschermkap, blauwe latex handschoenen en een groen plastic schort, kortom al het materiaal waarmee Sammy vandaag zijn corona-patiënten had onderzocht, bepoteld, geïntubeerd en noem maar op wat dokters zoal met hun patiënten uitspoken. Ik stalde het materiaal zorgvuldig uit. Ik begon met de veiligheidshelm. Zorgvuldig likte ik de plexi kap, ik begon bovenaan links en likte me dan een weg tot helemaal onderaan, om dan weer bovenaan te beginnen tot ik helemaal aan de rechterzijde kwam zodat geen plekje ongelikt bleef. Het plexi smaakte naar detergent en broccoli. Ik liet een boertje van tevredenheid en ging dan verder met de plastic handschoenen. Die propte ik, één voor één, volledig in mijn mond en begon er dan geduldig op te kauwen, gedurende 15 seconden. Zolang had ik gehoord moet je je handen wassen. Ik zag er enige logica in om dat kauwen net even lang vol te houden. Tenslotte kleedde ik me uit en wikkelde mijn naakte lichaam in de groene plastic schort en kroop zo in bed. Na de woelige vorige nacht viel ik nu als een blok in slaap.
De volgende dagen verliepen rustig. Ik vijlde en lakte mijn nagels, maakte me een gezichtsmasker van komkommer, banaan en wat honing en met de lente in aantocht schoor ik me een strakke frisse lentepoes. Op het einde van dag zes, net toen ik toch wat begon te twijfelen of mijn missie wel geslaagd was, voelde ik een lichte keelpijn en kreeg wat hoofdpijn. De volgende dag was het helemaal feest: een mooie droge hoest, felle keelpijn, spierpijn. Alles leek op schema.
Ik reed opnieuw naar het hospitaal en begaf me nu regelrecht naar de triage-eenheid die was ondergebracht in een grote witte tent vlak voor de afdeling Spoed. Ik veinsde naast de bestaande symptomen ook kortademigheid zodat ik heel het riedeltje mocht ondergaan: het buisje in de neus voor de corona-test, een bloedafname, een scan van de longen en een auscultatie van het hart door een jonge dokter, vermoedelijk een stagiair. Toen ik me van mijn topje ontdeed en mijn borsten zich in volle glorie toonden, zag ik hoe het scherm van zijn beveiligingshelm aan de binnenkant bewasemde, de arme stakker.
Een uurtje later kon ik bij diezelfde jonge dokter langsgaan voor het resultaat.
‘Mevrouw Vermoten,’ zei hij, ‘ik heb slecht nieuws. Je bent besmet met het corona-virus.’
‘Oei’ zei ik.
‘Maar het niveau van zuurstof in je bloed is goed en we zien geen ernstige beschadiging van je longen. Heb jij vroeger ook al last gehad van kortademigheid?’
‘Wel dokter, het gebeurt wel eens dat wanneer het heel spannend wordt op mijn werk, ik begin te hyperventileren.’
‘Dat vermoedde ik al. In dit geval heb je geen enkele reden om nerveus te zijn. Je bent jonger dan dertig, je longen zijn niet aangetast. Normaal gesproken ga je hier zonder veel erg uit komen. We zouden willen dat je terug naar huis gaat en je voor 14 dagen in quarantaine blijft. Niet buitenkomen, niemand ontvangen. Gaat dat lukken?’
‘Geen probleem dokter. Maar kan je me het resultaat van het onderzoek meegeven. Ik heb een schriftelijk bewijs nodig dat ik corona-positief ben. Ik heb namelijk een lastige werkgever.’
‘Schandalig is het dat werkgevers in dergelijke omstandigheden zo weinig begrip hebben. Ik vraag zo dadelijk aan één van de verpleegkundigen om je een certificaat te bezorgen dat je corona-positief bent bevonden. Voorst is er ook goed nieuws: na die 14 dagen in quarantaine ben jij immuun. Dat wil zeggen dat je niet meer besmet kan worden en jij niemand kan besmetten.’
‘Dat is inderdaad uitstekend nieuws dokter’.

We zijn nu twee weken verder. Nog nooit ben ik zo uitgerust geweest, nog nooit heb ik me zo goed gevoeld. Seffens gaat het berichtje naar al mijn klanten. Ik heb mijn tarieven alvast verdubbeld. Want concurrentie heb ik nu niet. En die heren zitten al een kleine maand op, hoe moet ik het zeggen, te veel zaad. Na 4 weken onthouding staat het allemaal op springen, dan mag het best iets meer kosten. Dit is het berichtje dat ik zal verzenden naar mijn volledige klantenbestand inclusief die jonge dokter waarvan ik nog snel een naamkaartje had zien te bemachtigen:

Heet en gereed opent opnieuw haar deuren.
We zijn immuun en volledig corona-vrij.
Zie ook mijn medisch certificaat in bijlage.
Geen social distancing bij Jacqueline!

Ik moet nog één ding doen voor ik dat berichtje verstuur. Even met dokter Sammy bellen. Of hij er de tijd voor heeft weet ik niet, maar als het voor hem past wordt hij mijn eerste klant bij deze feestelijke heropening.

Mechelen, 5 april 2020

PS: de avond na het schrijven van een eerste versie van dit stukje las ik dat Red Bull Racing, het formule 1 team van Max Verstappen, overwogen zou hebben om het hele team inclusief de coureurs te besmetten met het corona-virus zodat ze zo snel mogelijk weer de baan op zouden kunnen. Wat nogmaals bewijst dat de realiteit nooit moet onderdoen voor de fantasie.