Categorieën
Fictie

Gevallen

Ze rende en rende, wetend dat ze steeds dichterbij kwamen. De voetstappen klonken harder door het zand en de stenen die de acht mannen onder hun voeten vandaan schopten. Het was een zomeravond, en de lucht was warm. Al voelde het voor haar alsof er helemaal geen lucht was, omdat ze op dit moment stikte. Stikte van de angst, de adrenaline die door haar lichaam gierde. De klif kwam steeds dichterbij, net zoals de felle rode zon. “Vergeet niet dat we haar levend terug moeten brengen”, zei één van de mannen. Ze rilde, ook al was het zo warm. Nog een paar stappen, ze moest afremmen of ze zou het diepe invallen. Ze begon steeds langzamer te rennen, wetend wat ze zou zien als ze zich om zou draaien. Maar er was geen keus meer. De steentjes vielen van de klif af, en er verscheen een grote zandwolk toen ze afremde. Ze draaide zich met een schrik om, en zag de acht mannen in uniform op haar afkomen. Eén van de mannen stak zijn hand op, als signaal dat ze moesten stoppen met rennen. Ook de andere zeven mannen remden nu af, en het meisje maakte oogcontact met de leider van de groep. Waarom doet hij dit? Hij weet waar ze doorheen heeft moeten gaan om zo ver te komen, en nu spant hij tegen haar. De wind waaide door haar haren, ze wist wat ze moest doen. Als ze zich nu over zou geven, zou ze worden opgesloten en haar leven lang marteling ondergaan. Ze zette een stap achteruit, dichterbij de rand. De leider trok zijn rechter wenkbrauw omhoog. Ze zag hem zachtjes en zo ongezien mogelijk nee schudden. Nog een stap naar achter. Nu rolden de steentjes de afgrond in, en stond ze op het puntje van de rots. Hij beet op zijn lip van de zenuwen. Ze wist dat hij het niet wilde, maar hij heeft een kant gekozen. De verkeerde. Opeens kwam er een rustvlaag door haar lichaam. Ze spreidde haar armen en sloot haar ogen. Langzaam liet ze zichzelf naar achter vallen, de vrijheid tegemoet. De zwaartekracht verliet haar. De wind deed haar als een vogel voelen. ‘Het is allemaal goed nu’, dacht ze bij zichzelf. Terwijl ze naar achter viel keek ze nog één keer terug naar de rots, waar ze het groepje mannen nu zag staan, met de leider op zijn knieën voorop. Zijn ogen waren waterig, maar hij probeerde het weg te knipperen. Ze sloot haar ogen weer. Alles kwam naar boven. Hoe hij zijn arm om haar heen sloeg, en haar hand vastpakte. Hoe ze langzaam met hun hoofden dichterbij kwamen, en hun lippen verenigden. Hoe hij haar vertelde dat hij van haar hield. Ze kwam weer terug in de realiteit, waar ze nog maar een paar meter boven de grond zweefde. Er rolde een traan over haar linkerwang. Ze heeft gewonnen. Alles werd zwart.