Categorieën
Fictie

Gedeeld

Tine plukte een grashalm, keek even rond en liep tot aan de schaduwgrens van het grasveld, het alles verhullende zonlicht vermijdend. De kleurrijke pofmouw werd op de bovenarm gedrapeerd waarna de donkere voorzijde van de jurk, die belette er te vrolijk uit te zien, met de handen gladgestreken werd. Ze nam een houding aan die niet zou misstaan in de heruitgave van haar schooljaarboek 1999-2000. Het tegenlicht zorgde voor de gewenste gloed in het haar maar kon haar ogen niet doen stralen. De mondhoeken bogen rouwend om het verlies.
‘Laat even zien’, zei ze, terwijl ze de grashalm achteloos in het gras gooide. Ze nam de camera uit zijn handen, draaide het scherm weg van het zonlicht en inspecteerde de foto. ‘Maak je straks ook wat foto’s van de bloemen op tafel, dan gooi ik alles op facebook.’

De eerste gasten die arriveerden waren hartsvriendin Els en haar man Dirk. Els had ingegrepen. Dirk had zijn onafscheidelijke donkerblauwe T-shirt ingeruild voor een modieus hemd. Zijn pizzaiolo-baardje was verdwenen. Dat liet hij groeien toen hij, werkloos thuiszittend, verveling verdreef door te bakken. De zware wenkbrauwen leken getrimd. Onhandig hield hij een bruine papieren zak voor zich uit. ‘Voor morgenvroeg, een heerlijk ontbijt met door Els zelfgemaakte confituur van pruimen met rozemarijn. Ikzelf heb mijn volkorenbroodrecept geperfectioneerd’ zei Dirk.
Ze zag Willem opfleuren als hij Els flirterig omhelsde en zijn maatje begroette. Ze opende de zak en zag brood, jam, een pakje thee, een flesje champagne en een doos eieren. ‘Die vijftigers beginnen allemaal brood of potten te bakken’, dacht Tine.
Ze wist dat ze hun vrienden geen plezier deed met dit etentje. Els hield het sociaal zijn maar enkele uren vol. Ook Tine kon zich de laatste tijd moeilijk concentreren in groepen mensen. Willem was altijd de attente gastheer en zou er ook vandaag voor zorgen dat alles vlot verliep. Zelf miste ze het vuur van hun studentenjaren. De geëngageerde gesprekken in kroegen, zonder persoonlijke aanvallen. Toen hadden ze geen backyard. Was huid dikker bij jeugd? Werden woorden kwetsender met de jaren?
Vanavond had iedereen zich voorgenomen beleefd te blijven en enkel te jammeren over luxeproblemen. Dirk beloofde zich te beperken tot smalltalk.
Er werd gebeld. Daar waren de andere gasten.
Even later genoot ze van de verontwaardigde blikken toen Dirk een pleidooi hield voor het uitvaardigen van een huisdierenemissietaks.

Willem sliep nog. Hij leek het feestje na twee dagen nog niet verteerd te hebben. ‘Ik moet nu echt aan de slag’ dacht Tine. Als je al de inkleurplaten die ze de laatste maanden had afgewerkt zou afprinten en naast en boven elkaar zou kleven op één gigantische muur; dan kreeg je een gigantisch psychedelisch kunstwerk waar ze in Praag van zouden opkijken. Ze deed haar rondje om alle zetelkussens netjes te schikken en liep naar de CD-kast waar ze bij de letter “s” vond wat ze zocht. ‘I can’t say that I’m sorry for the things that we done’ zong de vertrouwde stem en Tine miauwde de harmonicastrofe mee. Ze nam snel enkele mails van het werk door. Wat meteen beantwoord kon worden werkte ze af en wat opvolging vroeg kreeg het correcte kleurlabel. Daarna scrolde ze nog snel doorheen de foto’s van het tuinfeestje en selecteerde wat gefiatteerd zou worden op facebook. De bloemen, de vriendinnenselfie en haar portret kregen het onderschrift “zalige zondag” en werden gepost. ‘Wat kan Dirk cassant zijn als hij gedronken heeft’ zuchtte ze en drukte op de ‘delete’-toets.
Zijn besluit om voor te lezen uit de laatste bijdrage in de facebookgroep ‘het kattenkabinet’, omdat de dierenliefhebbers onvoldoende geschoffeerd waren, maakte dat de avond in catastrofe geëindigd was.
– ‘Morice is vermist! Hij is sinds zondagnamiddag niet meer naar zijn huisje gekomen dat in de Driesstraat ligt. Zijn baasjes zijn ongerust. Normaal gezien blijft hij nooit lang weg.’
-‘Morice is een zwarte kater, iets kleiner dan gemiddeld, drie jaar oud en hij draagt normaal gezien een blauw bandje, zoals op de foto. Wie heeft Morice gezien? Delen is lief!’
-‘Gedeeld, drie klavertje vier’
– ‘Oh nee. Dat is toch niet het broertje van ons Marcelleke?’
– ‘Wij zijn in Peutie nog steeds op zoek naar Musette… Omdat ze nieuwsgierig is, houden we er rekening mee dat ze in een auto kan meegereden zijn.’
– ‘Hij is misschien teruggegaan waarvan hij kwam?’
– ‘Kijk eens op de boerderij of in het bos.’
– ‘We loven een beloning uit aan de persoon met de gouden tip, handgeklap, driemaal.’
– ‘Hoop dat hij zelf terug thuiskomt.’
– ‘Ik kan helpen flyeren indien nodig.’
– ‘Misschien vast in een ondergrondse garage?’
– ‘Morice is terug thuis, drie uitroeptekens en lachend engeltje. Hij zat vanmorgen in de tuin van de buren en kwam heel enthousiast miauwend afgelopen, uitroepteken en lachend engeltje.’
– ‘Dank je wel allemaal om te delen en mee uit te kijken, uitroepteken en hartje.’
Toen had Els hem de mond gesnoerd. Haar poging om zijn betoog een parabel te noemen voor ‘de hunkering naar sociaal contact’ stootte op ongeloof.

Tine hield van ochtenden, tijdsnippers met gemijmer zonder tussenkomst.
Ze ging zitten en zong de tweede stem bij “I’m sorry son but no one by that name lives here anymore”. Sinds het verlies – delen niet gewenst, lachend engeltje- volstonden drie mineur-akkoorden om tranen te doen opwellen. Ze hoorde douchewater in de afvoerpijp. Er werd gevloekt toen de douchekop op de grond viel. Geschuif van stoelen waarop kleren hingen. Toen ze het raam hoorde klikken was ze gerustgesteld dat de kamer verlucht zou worden.

Ze bewonderde en haatte Willems veerkracht. Terwijl hij de ontbijttafel dekte en twee eitjes bakte, begeleidde hij in een Carluccio-taaltje elke handeling met commentaren. Gisteren had hij haar portret geprint en op het dressoir gezet. Wat een blinde vlek! Ze begreep niet dat ze haar handen en die klote grashalm voor haar buik had gehouden. Dirk had er op facebook ‘Zwanger?’ bijgeschreven. Zes maanden waren verdampt sinds haar lichaam bewees dat niet alles maakbaar is. Hun huis had nu een kamer te veel. Het grasveld zou gemaaid worden maar nooit bespeeld. Hoe kon Willem gewoon verder gaan, met eieren bakken?
‘Er moet iets in onze genen geprogrammeerd zijn dat we een ei zo lekker vinden; het is meer dan ‘lekker’…alsof we terug rond een vuurtje zitten… in de geborgenheid van een grot.’, sprak Willem tegen zijn bord terwijl hij geconcentreerd wat geel en wit op zijn brood nappeerde. ‘Heb je de jam al uitgeprobeerd?’, hield hij vol.
‘Vannamiddag hebben we partijvergadering’ zuchtte ze nippend van de groene thee. Van de trots toen ze aangesproken werd door de burgemeester bleef niet veel overeind. Die vergaderingen waren meestal één uitgesponnen adoratieritueel voor een clubje mannen dat in café “De Kroon” alles bedisseld had. Ze nam zich voor om de stok in het hanenhok te zijn.