Categorieën
Fictie

Gaar

Ik had voorgesteld om dit jaar met Kerst eens traditioneel een kalkoen klaar te maken. Jacob zei dat het goed was als ik het heft in eigen hand zou nemen. De kalkoen van 4,5 kilo bestelde ik online bij een verantwoorde kalkoenfokker en was aan de prijzige kant. Daarna zocht ik dagenlang online naar het allerbeste Kerstkalkoenrecept. Overal stond vermeld dat het bereiden van een kalkoen valt of staat bij het gebruik van een goede vleesthermometer: ‘Zonder een thermometer, wordt je kalkoen gortdroog en valt je Kerstdiner in duigen.’ Ik nam de tram naar de andere kant van de stad voor een winkel met professioneel keukengereedschap en kocht daar de duurste thermometer die ik kon vinden.
Plaats voor het bereiden van het gevogelte de thermometer in de kern van het gerecht. Verwijder het gerecht wanneer het de juiste gaarheid heeft bereikt.
De thermometer toont niet als gewone thermometers de temperatuur van je gerecht maar toont hoever hij gaar is. De thermometernaald gaat langzaam omhoog totdat het de stand ‘done’ bereikt.
Het was begonnen met koorts. Eerst dacht ik dat het een griepje was, maar toen ik me na een week nog ellendiger begon te voelen en de koorts nog steeds niet was gezakt, sleepte ik mezelf naar de huisarts. Ze vroeg of ik verder nog ergens last van had. Ik vertelde over het nachtelijk zweten, de moeheid en tussen neus en lippen door over de rode plek op mijn borst. Ze verwees me door naar de mammapoli in het ziekenhuis waar ik de volgende dag nog terecht kon.
Twee dagen voor Kerst begon ik met het maken van de vulling van walnoten, oud brood, salie en spek. Een dag voor Kerst deed ik de kalkoen gevuld en wel in de oven. Met mijn Kerstkeukenschort aan, was ik de hele dag in de weer met het bedruipen en controleren of het vel wel voldoende krokant werd. Jacob zat op de bank en bekeek filmpjes van dansende Kerstmannen op zijn telefoon.
‘Het is paarlen voor de zwijnen,’ mompelde hij.
‘Ik wil ook wel eens lekker eten!’ riep ik verhit terug.

Elke dag had ik een nieuwe afspraak, bij een andere afdeling. De ene arts maakte röntgenfoto’s, de andere een echo van mijn hart, de derde hield me op de hoogte van de waardes in mijn bloed. Mijn ouders gingen geen enkele keer mee naar een afspraak. Eerst waren ze druk met de oogst, daarna kwamen de verzendingen en uiteindelijk vroeg ik het maar niet meer.
Op de achterbank ligt de kalkoen in aluminiumfolie. Bij elke hobbel waar we overheen rijden, kijk ik even achterom. Tijdens de dagen van voorbereiding heb ik hem liefkozend een naam gegeven: Ko. Ook Jacob vraagt onderweg hoe het met Ko gaat. We zingen uit volle borst mee met de kerstliedjes op de radio en hebben een grote zak kerstkransjes binnen handbereik.

Eenmaal de snelweg af worden we steeds stiller. Als we de oprit van mijn ouderlijk huis bereiken, zeggen we niets meer. Mijn moeder staat voor het raam met haar armen over elkaar. In de voortuin knipperen de lichtjes in de versierde spar en achter het huis gloeien de kassen. Ik stap uit en kijk naar het raam, waar mijn moeder glimlacht flauwtjes en knikt.
Verwarm de oven voor op 120 ºC. Bent u onzeker of uw oven een precieze temperatuur kan aanhouden? Controleer dit dan door enige tijd een oventhermometer in de oven te plaatsen. Leg de kalkoen op zijn borst op een rooster waar u een braadslede onder kunt zetten. Trek de poten uit elkaar en naar u toe zodat ze gestrekt zijn. Zo zorgt u dat de temperatuur in de kalkoen gelijkmatig stijgt. Controleer na een uur de kerntemperatuur van de kalkoen.
Na een kopje thee en een stukje kersstol, bewonder ik de handgemaakte kerstkaarten van mijn moeder, haar jaarlijkse trots. Jacob luistert naar een uitgebreide uiteenzetting van mijn vader over het nieuw aangeschafte bewateringssystemen. Daarna glip ik er via de keukendeur tussenuit en maak een wandeling door de verlaten kassen die als de ster van Bethlehem de donkere decemberlucht beschijnen. Ik voel voorzichtig aan de vers aangeplante tomatenstekjes, die hard hun best doen om aan de gespannen verwachtingen te voldoen. Groei, produceer, maak waar waarvoor je gemaakt bent. Ik woel met mijn handen door de donkere aarde.
Tussen het voor- en het hoofdgerecht vraag ik het. We zitten aan de lange eettafel in de voorkamer, met daarop het groen-rode kerstafelkleed dat mijn oma nog geborduurd heeft. Mijn moeder heeft het zondagse servies uit de kast gehaald en mijn vader heeft een blauw overhemd aan dat aan de plooien te zien net uit de verpakking komt. Jacob schenkt zichzelf nog een glas wijn in van de fles die we zelf hebben meegenomen. Met een biertje in zijn hand, staat mijn vader op het punt om de televisie aan te zetten.
‘In maart moet ik weer terug voor mijn eerste controle na de behandelingen. Misschien dat één van jullie dan met mij mee zou kunnen gaan, want Jacob kan waarschijnlijk geen uren meer vrij krijgen van zijn werk.’ Mijn vader kucht wat en kijkt naar mijn moeder, die heen en weer schuift op haar stoel.
‘Saar, je weet dat ik niet zomaar weg kan blijven van de tomaten. Zeker nu we die leveringsdeal met Israël bijna rond hebben,’ mompelt mijn vader. Mijn moeder knikt gewillig mee en murmelt iets over verplichtingen en verantwoordelijkheden.
‘Is het niet tijd om de kalkoen aan te snijden?’ zegt Jacob na een lange stilte. ‘Anders wordt hij zo droog. Dat zou zonde zijn, na al die moeite van jou Saar.’ Hij staat op en legt een hand op mijn schouder. Ik negeer hem en kijk van mijn moeder naar mijn vader en weer terug. Dit zijn mijn ouders, denk ik. Deze twee mensen hebben mij gemaakt. Hebben mij gevoed, aangekleed, naar school gebracht, mijn snotneuzen afgeveegd. Mij geleerd wat goed en kwaad is. Ik schuif mijn stoel naar achteren en sta op. Daarna zeg ik zo rustig mogelijk: ‘Ik heb jullie een vraag gesteld. Zouden jullie hier antwoord op kunnen geven?’
‘Ik kijk wel wat ik met mijn werk kan regelen,’ zegt Jacob snel en kijkt me dwingend aan. ‘Zal ik meehelpen met het uitserveren?’
‘Nee.’ Ik ga rechter staan en richt mijn vinger naar de overkant van de tafel. ‘Ik wil dat zij het regelen. Mijn vader en mijn moeder. Ik wil dat jullie begrijpen wat het is om dit mee te maken. Wat het is om als negentwintigjarige elke dag wakker te worden en je af te vragen hoe lang je nog te leven hebt.’
‘Maar Saar, mama is toch in het ziekenhuis langs geweest?’
‘Eén keer kwam ze langs. Eén keer. En toen wist ze niet hoe snel ze weer weg moest komen, toch mam? Dat is toch waar? Wie is hier er nou degene die het zwaar heeft? Dat vraag ik me dan echt serieus af.’
‘Je weet dat je moeder en ik altijd voor je gebeden hebben Saartje. Bij elke behandeling.’
‘Nou dat is een hele geruststelling zeg. En waar waren jullie toen het vergif langzaam in mijn arm sijpelde als een sissende slang op zoek naar zijn prooi? Waar waren jullie toen ik wakker werd na de operatie? Geen enkele keer vroegen jullie hoe ik mij echt voelde, of ik het allemaal wel aankon. Of iets nodig had.’
‘Maar je bent zo sterk Saar. We wisten toch dat je het aan zou kunnen,’ zegt mijn vader. ‘We hebben altijd erop vertrouwd dat het goed zou komen.’
‘Oh vertrouwd? Lekker makkelijk. Wat als ik dood was gegaan? Wat dan?’
‘Dat is niet aan ons Saar, dat ligt in Gods handen,’ zegt mijn moeder nu zachtjes vanaf de andere kant van de tafel.
Is de kalkoen zover, haal hem dan uit de oven en doe in een schaal.
Dek af met aluminiumfolie. Leg daar enkele theedoeken over. Zo koelt de kalkoen langzaam af. Laat de kalkoen minstens 30 minuten rusten. U kunt de kalkoen nu ook prima 1 tot 2 uur laten staan terwijl u ondertussen de bijgerechten bereid.
In een rechte lijn was ik naar het aanrecht gelopen, had Ko opgepakt en hem met theedoeken en al in de grote boodschappentas laten glijden. Mijn vader zei dat ze het niet zo hadden bedoeld. Dat nu het weer zo goed met me ging, ik misschien weer eens in het weekend kon komen meehelpen bij de kassen. Zoals vroeger.
Ik kijk weer achterom naar Ko, op zijn vertrouwde plek op de achterbank. Het voelt goed. We hebben hem niet alleen gelaten. Jacob zoekt op zijn telefoon naar het dichtstbijzijnde adres van het Leger des Heils. Ik rijd ons in het donker ernaartoe met de radio hard aan. Chris Rea zingt dat hij naar huis rijdt met Kerstmis. Bij het fel verlichte gebouw aangekomen, dat volgehangen is met kerstversiering, geef ik Ko met theedoeken en al aan de verbouwereerde gastvrouw die de deur opendoet.
‘Zorgen jullie goed voor Ko? Hij heeft een zware avond achter de rug.’