Categorieën
Fictie

Ethergekte

donderdag 16 april 7:13
ringtone: Ground Control to Major Tom
op het scherm: Roos

Ik weet niet hoe snel ik de telefoon van het nachtkastje moet grissen, wanneer ik de naam van mijn tweelingzus zie oplichten. Mijn handen trillen. Ik ben bang dat ik in mijn gretigheid haar handreiking wegdruk en daarmee de basis voor elke wapenstilstand verwerp. Na het eerste geluksgevoel, dat ze eindelijk belt na maanden radiostilte vanwege een idiote woordenwisseling, komt een tweede oprisping waarbij ik alleen maar kan denken dat ze vast belt omdat er iets ergs is met papa.
‘Roos, met Anne,’ schreeuw ik bijna door de telefoon, hopend dat ze geen spijt krijgt en alsnog ophangt. Ik wil zo graag haar stem horen.
‘Haaalloooooo, haaalloo.’
Met daarna een schaterende lach. Ondanks de teleurstelling, weet mijn neefje Tim zo vroeg in de ochtend een grijns op mijn gezicht te toveren. De laatste keer dat ik hem zag kon hij net lopen en nu is hij al in staat tot een telefoongesprek. Nou ja, bijna in staat, er komt in ieder geval geluid uit.
‘Hoi Timmetje, ben je aan het bellen?’
‘Jaaa.’
Ik realiseer me dat Roos me in ieder geval nog niet uit haar contactenlijst heeft geschrapt.
‘Hier is Anne. Tante Anne. Geef de telefoon maar aan mama.’
‘Nee, mama slaapt.’
‘Tim, wat doe je nou, je mag niet aan mama’s telefoon zitten, dat weet je toch,’ hoor ik mijn zus van een afstandje zeggen.
‘Tim foon.’
‘Kom. Ach, je bent nog echt aan bellen ook. Verdorie het is Anne.’
Ze heeft de telefoon overgenomen.
‘Roos?’
Ze heeft me al weggedrukt. Dat is duidelijk. Ze is en blijft de koppigste van ons tweeën. Ik blijf nog een tijdje zitten met de telefoon in mijn handen. Ik hoop op een wonder.

***

Donderdag 16 april 11:32
ringtone: Ground Control to Major Tom
op het scherm: Kevin

Kevin van Inkoop. Vreemd dat hij belt. Ik dacht dat hij nog ziek was. Een van de eersten met het virus.
‘Jeanette? Jeanette, verdomme stel je niet aan. Er is niets gebeurd. Als jij dat jong nou eens bij je houdt, dan kan ik hier verder. Bas, hou op met huilen.’
Gesnik – een zwaar ademen – een kinderstemmetje op de achtergrond – een vrouwenstem. Zou dat Jeanette zijn?
‘Bas liefje, je moet van papa’s spullen afblijven.’
Er valt iets zwaars op de grond.
‘Mama!’ schreeuwt een kinderstemmetje.
Een kind huilt. Een vrouw krijst.
‘Hou allebei jullie kop, zo lukt het me nooit.’
Ik voel dat er een warme gloed langs mijn hoofd omhoogtrekt. Dit is niet voor mij bedoelt. Iets weerhoudt me van het drukken op het rode telefoontje.
‘Schreeuw niet tegen me!’ snerpt een hoge vrouwenstem.
‘Als jullie met zijn tweeën eens opdonderen, dan kan ik hier verder. Ik kan niet eeuwig ziek blijven. Straks moet ik weer aan het werk en is die veranda nog niet af.’
Snel druk ik het gesprek weg. Sommige dingen wil je gewoon niet weten. Ik voel me plaatsvervangend betrapt.

***

Donderdag 16 april 12:55
ringtone: Ground Control to Major Tom
op het scherm: Papa

‘Hoi, pa, met mij.’
Geen antwoord.
‘Pa? Papa?’
Hoor ik het nu goed. Het lijkt wel gesnurk. Dat heb ik zo vaak gehoord. Is hij natuurlijk op de bank op zijn telefoon in slaap gevallen. Ik druk hem weg. Het blijft knagen. Misschien is er wel wat meer aan de hand. Gisteren heb ik hem nog boodschappen gebracht en toen was alles goed. Ik keer me weer naar mijn laptop. Ik bel hem gewoon even op de vaste telefoon. Het duurt even. Als de telefoon opgenomen wordt, maakt mijn hart een sprongetje.
‘Hoi, pa, met mij.’
‘Hoi, lieverd. Je laat me schrikken. Ik deed net een tukje op de bank. Is er wat?’
‘Nee, ik wilde je gewoon even horen.’
‘Nou, je hebt me gisteren nog gezien. Ik heb niets te vertellen.’
‘Is goed. Ik moet ook weer verder met het werk. Ik kom zaterdag weer boodschappen brengen. Heb je ergens zin in?’
‘In zuurkool.’
‘Het is april. Maar het is goed. Ik kijk wel of ze het nog hebben.’
‘Kus.’
‘Kus.’

***

Donderdag 16 april 13:47
ringtone: Ground Control to Major Tom
op het scherm: 0627665544

Een onbekend nummer. In ieder geval iemand die niet in mijn contactenlijst staat.
‘Hallo?’
‘Dat is wel anderhalve meter. Zeur niet, mens.’
Een vrouw van mijn leeftijd. Ik herken de stem niet.
‘Je moet achter me blijven,’ zegt een oudere stem.
Ik vraag me af, wie van de twee me nu belt.
‘Schiet dan op. Er zijn ook nog mensen die moeten werken vandaag. Shit, nu bel ik een moeder van school.’
Het gesprek is beëindigd. De jongere vrouw dus. Ken ik haar van school? Ik zoek het nummer op. De moeder van Feline. Daar speelt Maartje weleens. Die moeder lijkt altijd zo aardig. Toch eens aan Maartje vragen als ze morgenavond weer thuis komt. Nu we de hele dagen thuiszitten, mis ik haar zo. Ik heb nog aan Sam voorgesteld om haar nu bij mij te laten, maar daar wil hij niets van weten. Als die stomme vriendin van hem, haar maar niet besmet met haar eeuwige geknuffel. Het is toevallig wel mijn kind.

***

Donderdag 16 april 16:23
ringtone: Ground Control to …

Voor ik kan kijken wie het is, druk ik de oproep weg. In dit gesprek zitten we helemaal niet op David Bowie te wachten. Ik denk ook niet dat Frits de humor ervan kan inzien. Ik beweeg mijn nek heen en weer, terwijl ik naar zijn monoloog luister. In ieder geval kan ik nu ik thuis werk gewoon mijn nagels onderwijl vijlen.
Vergadering klaar. Dat was een harde dobber. Even kijken wie gebeld heeft. Voicemail van Erik. Ik luister. Eerst een hele tijd niets. Alleen wat vogelgeluiden. Meeuwen. Voetstappen. Het ruisen van de wind. Ik zet het geluid iets harder. Zee. Hij is aan zee. In de verte herken ik een koekoek. Het gaat maar door. Ruim tien minuten duurt de voicemail. Ik blijf luisteren. Als in trance, vergeet ik het gesprek van daarnet met mijn baas. Voel me even terugkomen in mezelf. Alsof de broekzakbeller wist dat ik wel wat mindfulness kon gebruiken. De rust wordt plotsklaps verbroken.
‘Hé, hier Erik. Broekzakgesprekje. Mocht je dit nog horen. Ik zit op Terschelling. Binnenkort weer eens afspreken als het weer mag van de minister-president?’
Ik sms: Ja, lijkt me leuk!
Er komt per omgaande een sms terug: Dat wordt dan na mijn reis. Dat wordt heel tof. Centraal-Azië, langs de zijderoute. Van Iran tot China. Als het doorgaat. Tot bellens.

***

Donderdag 16 april 22:44
ringtone: Ground Control to Major Tom
op het scherm: Joris

‘Hé, broertje.’
Geen antwoord. Ik hoor mensen op de achtergrond. Of is het nou televisie. Gehijg. Het lijkt wel een pornofilm. Als het tot me doordringt begin ik te giechelen. Die broer van me. Met een glimlach op mijn gezicht luister ik nog even mee. Ben ik nu een voyeur? Of is dat alleen als je kijkt. Hoe heet het dan als je luistert? Straks even opzoeken. Het gehijg komt steeds dichterbij. Fuck, dat is niet de bedoeling. Snel druk ik het gesprek weg. Ik loop naar de keuken en drink een paar slokken wijn uit de fles. Ik pak een glas en neem de fles mee naar de kamer. Gedesillusioneerd nestel ik me op de bank.

***

Donderdag 16 april 23:05
ringtone: Ground Control to Major Tom
op het scherm: Tom

Hoeveel broekzaktelefoontjes kan een mens aan op één dag? Bij Tom is het vier op de vijf keer een broekzakgesprek. Ik neem op zonder mijn naam te noemen.
‘Anne, ben jij het?’
‘Ja.’
‘Ik dacht even, ik hoor niets.’
‘Ik ging ervanuit dat het weer een van je broekzakgesprekken was.’
‘Dat kan maar zo. Je staat numero uno in mijn lijst.’
‘Ik heb de indruk dat ik bij veel mensen op nummer één sta, maar alleen op de bellijst, want niemand wil met me praten. Waarom bel je?’
‘Gewoon even lekker kletsen.’
Dat begint goed, eindelijk iemand aan de telefoon, die contact zoekt.

***

Donderdag 16 april 23:55
Uit de speakers: Ground Control to Major Tom …

De klanken van Space Oddity vullen mijn kamer. Ik schenk het laatste restje rode wijn in. Ik mijmer over Tom. In tijden niet zo heerlijk met iemand gesproken. Ik denk dat het niet geheel toevallig is, dat hij me belt net na zijn scheiding. Ik verheug me op zaterdagavond met mijn eigen Major Tom.