Categorieën
Fictie

ESCAPISME

17 Maart 2017
“Escapisme”

Escapisme, we stappen even eruit…
We creëren een nieuwe wereld, eentje die veel makkelijker verteerbaar is.
Eentje waarbij ik zelf bepaal hoe ik me voel en welke outfit daarbij hoort.
De broek die ik draag is lekker luchtig, van een licht geweven stof en danst om mijn welgevormde been. Als de zon erdoor schijnt zie je dat mijn bovenbenen en kuiten gewend zijn om lange afstanden af te leggen. Ze brengen mij daar waar ik verder kan ontdekken met mijn handen die gevoelig en fijntjes zijn. Ze beroeren de oppervlakten en voelen de structuur en deze prikkelt me en brengt vele associaties op. 
Ik sluit mijn ogen en inhaleer de buitenlucht. De zon kust de plekken van mijn gezicht waar de schaduw van mijn haar niet valt. Met gesloten ogen probeer ik de vitamine D te absorberen, even opladen. 
Mijn bloesje is los en mijn topje nauw aansluitend, als een warme omhelzing van mijn bovenlichaam. Het is een gebreide stof en de materialiteit is heel zacht en glad. De wind waait mijn haren en blouse in de tegenovergestelde richting zodat het lijkt alsof ik zomaar achterover kan vallen… Ik kijk naar mijn tenen, mijn voeten slank en klein, bieden zij mij wel de stabiliteit die ik zo nodig heb met mijn wankele hoofd? Dan stap ik op het wateroppervlak en zak er langzaam door.
De vloeibare watermoleculen omsluiten mijn enkel. “Ik heb je en ik laat je niet meer gaan…”
Rustig waad ik verder, dieper het water in, zolang het transparant blijft durf ik wel. Bij mijn knieholtes stop ik. “Zal ik knielen?”
Nee nog niet, we kunnen verder al wordt de weerstand wel steeds meer. Het water moet gewoon schuiven. Ik duw het opzij en met mijn armen dans ik erin hoppakee tot aan mijn kin. Zover ik weet heb ik geen kieuwen maar even kopje onder zou verfrissend zijn. Ook worden mijn zoute tranen zoeter door de onderdompeling en of ze nu van geluk, verdriet, frustratie of woede zijn. Ze smaken allen hetzelfde. Alleen de plooi van je wang waar ze van af rollen, kan veranderlijk zijn. 
Krokodillentranen zo “go…ga dan…waan je weg hier in het water en verander in de roofdieren die jullie zijn! Afstammelingen van de dinosaurus.”

Onderwater vloeien mijn kledingstukken als subtiele waterorganismen in het rond. Als ik het water verlaat plakken ze krampachtig aan me alsof ze vergeten zijn om te zwieren. 
Als ik nu de heuvel afren zullen ze sneller drogen. Ik plant mijn blote voeten in het zand en zet me af.
“Daar gaat ze…”
De heerlijke sensaties van de natte plakkende kleding en de schijnbaar open ruimte waar ik doorheen ren. Ik voel de pezen en spieren in mijn lichaam werken, ze zijn wat stroef maar niet vergeten. Ik ren naar de klif en ik weet dat eronder meer water is en de kust dichtbij. Mijn kleding is weer opgedroogd en als ik spring zwiert het om heen en vangt de wind als een ballon.

Vallen lijkt veel langer dan het duurt, soms een slokje van oneindig.