Categorieën
Fictie

Een ongenode gast

Ik weet niet goed meer wie ik ben. Sinds ze weer bij mij is, heb ik het gevoel dat ik uiteen zal vallen in zoveel stukjes dat ik onmogelijk nog gemaakt kan worden.

Het was een zondagavond. 12 juli om precies te zijn. Ik weet dit nog zo goed, omdat het mijn verjaardag was. Een dag die ik alleen doorbracht, omdat ik iedereen had verteld dat ik ‘niet aan verjaardagen doe’. En trouwens, 31 jaar is voor mij niets bijzonders.
Ik had net mijn bord met pannenkoek op de keukentafel gezet, toen de bel ging.
Daar stond ze, met een grote, groene koffer. Ik heb altijd al een hekel aan groen gehad.
‘Hoi, Isabelle. Dat is lang geleden, hè?’ sprak ze enthousiast.
Ik slikte moeizaam.
‘Dag Anna,’ zei ik zacht.
Ik keek naar mijn blote voeten met fuchsia gelakte teennagels. Er kwamen zoveel woorden tegelijk, dat ik niet wist welke woord ik voorrang moest geven.
Ik richtte mijn blik weer omhoog en keek in Anna’s donkerbruine ogen. Haar jukbeenderen leken nog meer uit te steken dan de laatste keer dat ik haar zag. Haar blik was priemend en tegelijkertijd leeg.
‘Laat je me niet binnen?’
‘Ik stond op het punt te gaan eten.’
‘Dat komt dan mooi uit,’ zei Anna monter.
‘Ik weet niet…,’ begon ik.
‘Ik ben veranderd, Isabelle. Echt.’
Ik wees naar haar koffer.
‘O’ nee, wees niet bang. Gewoon wat spulletjes.’
Ik deed de deur een stukje verder open. Ze stapte binnen.
‘Er is hier niet veel veranderd sinds de laatste keer dat ik hier was.’
Ik schudde mijn hoofd.
Ik hoefde haar niet te vragen of ze iets wilde eten, want ik kende het antwoord al. Ik liep naar de keukentafel terwijl Anna met haar koffer achter me aankwam.
‘Zet ‘m maar in de gang,’ zei ik.
‘O’ nee,’ zei Anna. ‘Ik moet er nog iets uithalen. Het is immers je verjaardag.’
Ik deed karamelstroop op mijn pannenkoek, rolde deze op en sneed hem in zes min of meer gelijke stukken.
‘Ik zie dat je je eetlust weer terug hebt?’ zei Anna poeslief.
Ik knikte met volle mond.
‘Ik zal eerst eens mijn cadeautje voor je pakken.’
Anna deed de koffer open. Ik zag de kleding en de toilettas en ik huiverde.
‘Kijk, deze is voor jou.’ Ze pakte een klein cadeau en stak haar hand uit.
Ik haalde het glimmende papier eraf en hield een klein, donkerblauw plastic doosje in mijn hand.
Anna keek toe terwijl ze aan de andere kant van de tafel stond.
Ik haalde het deksel eraf. Daar lag het. Een zilveren kettinkje met in sierletters ‘Anna’ geschreven.
‘Mooi hè?’ zei ze. ‘Dan kun je me altijd bij je dragen. Kom maar, ik doe ‘m bij je om.’
Nog voor ik kon protesteren, stond Anna achter me en hing het kettinkje om mijn nek.
Ik voelde aan de krullerige letters en wist dat ik vanaf dat moment weer aan haar vastzat.
‘Mooi hè?’ vroeg ze weer.
‘Heel attent,’ zei ik, meer uit beleefdheid dan uit dankbaarheid. Ik wist uit ervaring dat haar cadeaus altijd een schaduwzijde hadden.
Ik nam nog een hap van de pannenkoek en voelde hoe ze naar me keek terwijl ik kauwde.
Anna schoof de stoel tegenover me naar achter en ging zitten.
‘Je weet waarom ik hier ben, toch?’
Dat wist ik maar al te goed.
‘Ik kom je weer op het rechte pad brengen,’ zei ze scherp.
‘Dat is niet nodig. Ik red me prima zo,’ probeerde ik nog.
‘Zo ziet het er niet uit, Isabelle.’ Ze beklemtoonde mijn naam.
Ik wilde het vierde stukje pannenkoek aan mijn vork prikken, maar mijn handen weigerden dienst.
‘Precies, zo heb ik het graag,’ zei ze. ‘Zet je bord maar weg. Je hebt genoeg op voor vandaag.’
Ik wilde niet luisteren naar haar dwingende stem. Ik wilde mijn pannenkoek opeten. Het was immers mijn verjaardag. Toch deed ik wat ze me vroeg. Ik gooide de rest van de pannenkoek in de prullenbak.
Ze knikte tevreden. ‘Is de logeerkamer vrij?’
‘Ja, maar…,’ probeerde ik.
‘Breng je mijn koffer even naar boven? Dankjewel.’

Ik sliep nauwelijks die nacht. Ik moest een manier bedenken om Anna uit mijn huis te krijgen. Ik besloot dat ik haar maar het beste kon zeggen waar het op stond.
De volgende ochtend zat ik met Anna aan de keukentafel. Ik had twee boterhammen met chocoladepasta voor mezelf gesmeerd en een beker melk neergezet.
‘Ga je dat allemaal opeten?’ wilde Anna weten.
‘Ja, natuurlijk.’ Ik was niet van plan om me van mijn stuk te laten brengen en nam een hap van mijn boterham.
Toen ik de volgende hap wilde nemen, greep Anna mijn pols vast. Ze was nog net zo sterk als de vorige keer.
‘Laat me los,’ reageerde ik ferm.
‘Ik dacht het niet,’ zei Anna kalm.
‘Dacht het wel. Dit gaat niet werken. Ik wil dat je je koffer pakt en vertrekt.’ De woorden die ik gisteravond in mijn hoofd geoefend had, kwamen er in een keer uit.
‘Ik ben nog niet klaar hier, Isabelle.’ Anna stond op, griste mijn bord weg en gooide mijn boterhammen in de vuilnisbak. Mijn beker goot ze leeg ze in de gootsteen.
Ik wilde opstaan om nieuwe boterhammen te smeren, maar ik was niet snel genoeg. Anna duwde me bij mijn schouders naar beneden. Ik kon niet omhoog komen.
‘Stop, hou op. Dit wil ik niet.’ Mijn woorden hadden aan kracht ingeboet. De tranen liepen over mijn wangen.
‘Sssttt, stil maar, Isabelle. Het is goed.’ Anna sloeg haar armen om mijn nek.
Ik liet mijn hoofd hangen.

In de weken die volgden, slopen haar regels en restricties terug in mijn leven. Anna heerste. Mijn koelkast werd steeds leger, de nachten werden korter en ik bewoog meer dan ik in de afgelopen twee jaar had gedaan. Ik werd een schim van wie ik werkelijk was. Ik deed wat ze me vroeg. Alles deed ik voor haar. Alles. Ik wilde voorkomen dat ze woedend zou worden of me nog meer zou ontzeggen. Ik voelde me als een soldaat met haar als meedogenloze drilsergeant. Ik marcheerde en salueerde op het pad van destructie. Haar woorden waren als kogels die ik probeerde te ontwijken. Maar, precies drie maanden na mijn verjaardag, raakte ze me hard.

Anna had een beschuitje met light jam voor me neergezet. De jam was nauwelijks te zien. Het waren eerder kleine, rode vegen. Ik had honger, zoveel honger en nam gulzig een hap.
‘Stop maar,’ zei ze.
Ik wilde stoppen, maar ik kon niet. De honger was zo intens. Alles in mij schreeuwde om eten. Elke vezel in mijn lijf wilde gevoed worden. Mijn hersens verlangden naar brandstof. Ik at door.
‘Stoppen, zei ik.’ Ze spuugde de woorden uit.
Ik keek haar recht in haar ogen aan.
‘Nee.’
‘Wat zeg je?’ Anna stond op en voor ik er erg in had, haalde ze uit.
Ik viel van de stoel. Mijn botten bonkten tegen de vloer.
‘Isabelle! Opstaan!’
Ik wilde wel, maar mijn lijf gehoorzaamde niet.
‘Opstaan, zei ik je.’
Met de laatste kracht die ik bezat, pakte ik de stoelpoot vast en trok mezelf omhoog. Ik zat op mijn knieën en keek Anna strak aan.
‘Eruit,’ zei ik. Het klonk veel zachter dan ik wilde.
‘Eruit,’ herhaalde ik. Nu harder.
‘Dat is niet wat je wilt,’ zei ze rustig.
Ik hees mezelf omhoog en ging staan. Ik reikte met mijn handen naar mijn nek, maakte het slotje los en liet de ketting op de grond vallen.
‘Niet doen!’ schreeuwde ze.
Er verscheen een spottende glimlach rond mijn mond.
‘Je begaat een grote fout,’ zei ze fel.
‘Mijn grootste fout is dat ik jou weer heb binnengelaten. Eruit!’
Ze liep op me af. Ik steunde met een hand op de tafel.
‘Ik kom terug,’ sprak ze, terwijl ze richting de voordeur liep.
‘Dag Anna.’
Ik smeet de deur achter haar dicht.