Categorieën
Fictie

DYSLECPIES

‘Noor, lees jij een stukje verder?’
Hier was Noor al bang voor. Het ging altijd mis. Ze concentreerde zich op de bladzijde. De letters bleven verspringen. ‘Stort, nee, torts, nee wacht, trots.’
Ze probeerde zich beter te concentreren. Het lukte niet. Ze zag één grote lettersoep.
Meester Kreukniet tikte ongeduldig met een liniaal op zijn bureau. ‘Nou, komt er nog wat van?’
Noor voelde haar hart in haar keel kloppen. Ze probeerde het opnieuw. ‘Rost, strot, euh…’
Kreukniet stond op en liep langzaam haar kant op. Onderweg schoten zijn felblauwe ogen als lasers over de tafeltjes. Hij controleerde of potloden op kleur in de tekendozen lagen. Of schriftjes kaarsrecht waren opgestapeld. En of je netjes rechtop zat. In de werkhouding zoals hij dat noemde.
Bij Meester Kreukniet moest alles perfect zijn. Hij droeg donkerblauwe pakken met een scherpe vouw in de broek. Schoenen met hoogglanzende neuzen. Zijn haar was in een strakke scheiding gekamd. Zijn snorretje altijd keurig op zijn bovenlip geplakt.
Hij had ook een hobby waarvoor je heel nauwkeurig moest zijn.
Kreukniet verzamelde insecten. Bosbeekjuffers om precies te zijn. De muren in zijn huis waren behangen met deze bijzondere blauwe libellen.
Voorheen vroor hij de Bosbeekjuffers levend in. Tot hij merkte dat de vleugels in het vriesvak een tint verkleurden. Dat was natuurlijk verschrikkelijk. Hij kwam op het idee om een stikpot te gebruiken. Het was een langzamere dood. Maar op deze manier verloren de libellen hun glans niet. Wanneer het beestje zijn laatste adem had uitgeblazen moest je het zo snel mogelijk doorboren met een speld. Nu was het lijfje nog soepel. Na drie dagen lukte dit niet meer. Het lijkje werd stijf en de pootjes braken gemakkelijk af.
Vijfentwintig jaar had Meester Kreukniet gewerkt aan deze methode om libellen perfect op te zetten.
Heel soms ging het nog mis en brak hij een bosbeekjuffer. Dagenlang was hij dan sacherijnig. En dat merkte je in de klas. Had je straf? Dan moest je urenlang zijn kapotte libellen repareren. Als een pootje niet precies op de juiste plek was teruggeplakt, sloeg hij de libelle in duizend stukjes. Dan kon je weer helemaal opnieuw beginnen.
‘Noor!’
Voetstappen stopten voor haar tafeltje.
Noor durfde niet omhoog te kijken. De broekspijpen van meester raakten het rood-witte afzetlint.
‘Lees,’ zei hij dwingend.
Noor versteende. Er kwam geen woord uit haar mond.
PATS! De hele klas maakte een sprongetje van schrik. De liniaal van Kreukniet landde vlak naast de vingers van Noor.
Noor trilde nu over haar hele lichaam.
De meester boog voorover. ‘Leesss, stommeling,’ siste hij vlak bij haar oor.
Er werd op de deur geklopt.
Meester Kreukniet keek verstoord op.
Noor zuchtte opgelucht.
Een blonde jongen met een buitenboordbeugel stapte binnen. Zijn haar leek op een vogelnestje dat al een tijdje geen kam had gezien. Hij droeg een sullig brilletje. Op zijn rug had hij een rugzak met vier letters erop.
‘Dit is Justus,’ zei de meester. ‘Hij komt bij ons in de klas. Ga maar naast Noor zitten.’
‘Hoi, ik ben Jussstusss,’ sliste de jongen terwijl hij onder het afzetlint door klom.
‘Wat zit er allemaal in jouw tas?’ fluisterde Noor.
‘Dit is mijn rugzakje voor ADHD.’ Hij wees naar de vier letters. ‘Alle-Dagen-Heel-Druk, betekent dat.’
Hij haalde een pillendoos en een wiebelkussen uit de rugzak. ‘Ik ben van school gestuurd omdat ik niet stil kan zitten,’ fluisterde hij. ‘Nu neem ik deze pillen, daar word je supersloom van. En ik wiebel op dit kussen als de pillen nog niet zijn ingewerkt.’
‘O, vandaar dat je in dit vak zit,’ zei Noor. Ze wees naar het rood-witte lint. ‘In dit vak zitten alle kinderen waar wat mis mee is.’
‘Wat is er mis met jou dan?’
‘Ik heb Dyslexie. Ik noem het ook wel Dyslecpies, want ik pies erop. Ik heb moeite met lezen. Draai letters om. En ik schrijf in spiegelbeeld.’
‘Cool!’
‘Nou niet echt.’ Meester Kreukniet haat kinderen die niet perfect zijn. Daarom heeft hij ons apart gezet. Als we harder werken komen we misschien ooit een keer in de normale klas.
Ze wees naar twee kinderen die aan de andere kant van het lint zaten. ‘Zij halen tienen voor rekenen en taal. Daar gaat het om.’
De meester was met rekenen begonnen. ‘Noor, loop even met Justus naar de gang om een rekenboek te pakken.’
‘Het is wel druk in ons vak,’ zei Justus, toen ze op de gang liepen. ‘Wat is er mis met al die kinderen?’
‘We maken fouten tijdens rekenen en taal en hebben nog andere ziektes.’
‘Welke ziektes dan?’
‘Doris heeft SSLC: Soms-Sacherijnig-Lage-Concentratie. Ellena heeft ATL: Altijd-Te-Laat. Guus heeft TF: Teveel-Fantasie. Olivia heeft TCGD: Te-Creatief-Geen-Discipline. Tijs heeft STIV: Stelt-Teveel-Ingewikkelde-Vragen.’ Noor liep het rijtje af tot nummer twintig.
‘Jeetje,’ zuchtte Justus.

Vanaf die dag liepen Noor en Justus samen naar school. Onderweg losten ze ingewikkelde raadsels op. Vertelden ze elkaar moppen. En kochten van hun zakgeld stiekem zure matten. Het lievelingssnoep van Noor.
Meester Kreukniet was nog steeds de schrik van de school. Maar met Justus in de buurt was het voor Noor iets beter te verdragen. Justus was slim, grappig en kon meester geweldig nadoen.
Op de laatste dag van het schooljaar was het doodstil in het klaslokaal. Kreukniet deelde de blaadjes van de eindtoets begrijpend lezen uit.
Noor keek ernaar en zuchtte.
‘En start!’ Kreukniet drukte zijn stopwatch in.
Plotseling klonk er een luchtalarm.
Meester Kreukniet kende de regels. Hij liep meteen naar de televisie en schreeuwde: ‘Sluit de ramen!’
In beeld verscheen de politie. In grote letters stond: KONING ONTVOERD
Noor keek geschrokken naar Justus.
‘Beste kijkers, onze koning is al enkele uren vermist. Wij doen een beroep op het volk. De enige aanwijzing die wij tot nu toe gevonden hebben is een onleesbaar briefje. Mocht u meer informatie hebben, laat het ons weten via onderstaand nummer of via WhatsApp.’
De koningin en de prinsesjes stonden met tranen in hun ogen op de achtergrond.
De politie zoomde in op het briefje. Het handschrift was slecht. Er stond: Ⅎⱻⱻᵷ Ⴀⱻ ƧↃⴗꓱꓳꓠ ꜳᴎ ᴇᴇᴝ Ↄיִꓔᴦᴼᴲᴎ.
Noor keek aandachtig en fluisterde zachtjes: ‘Veeg je schoen aan een citroen.’
Justus keek haar verbaasd aan. ‘Kun jij dat lezen?’
‘Kun jij dat niet dan?’
‘Nee, ik zie alleen maar rare letters.’
‘O, de letters staan denk ik door elkaar, gedraaid of in spiegelbeeld. De ontvoerder is waarschijnlijk dyslectisch,’ grinnikte Noor.
‘Citroen… Ze bedoelen vast iets zuurs. Veeg je schoen…’ Noor dacht hard na. ‘Je veegt je schoen aan een mat! Het is zure mat! Ze houden hem vast in de zure matten fabriek.’
Justus pakte stiekem zijn telefoon en maakte snel een foto van Noor. Hij verstuurde via Whatsapp: Dit is mijn vriendin Noor en zij zegt dat de koning in de zure matten fabriek wordt vastgehouden.
Meester Kreukniet zette de TV uit. Hij keek bezorgd. ‘Noor, Justus aan het werk. Ik denk niet dat jullie deze ontvoeringszaak gaan oplossen.’
Justus grijnsde naar Noor.
Na een uur hard werken hoorden ze gestommel op de gang. De deur zwiepte open. ‘Wie is Noor?!’ schreeuwde de politie.
Noor stak voorzichtig haar vinger op.
‘Gefeliciteerd! Jij hebt de koning gered. We hebben hem gevonden en de ontvoerders opgepakt. Hij wil je graag persoonlijk bedanken.’
De koning stapte het lokaal binnen.
De mond van meester Kreukniet viel open van verbazing.
‘Noor ik wil je hartelijk bedanken. Je hebt mijn raadsel razendsnel opgelost.’
‘Maar koning, was dat uw briefje?’ zei Noor verbaasd.
‘Ja, ik hoorde waar ze me wilden opsluiten. Dus ik heb het in een ingewikkeld raadsel opgeschreven en onderweg uit het raam gegooid. Mochten mijn ontvoerders het briefje vinden, dan zouden ze er niets achter zoeken.’
‘Maar koning, dat betekent dat u ook dyslectisch bent?’
‘Dat klopt, ik heb nog steeds moeite met spelling. Wat niet betekent dat ik geen land kan regeren,’ zei hij trots.
‘Helemaal waar,’ zei Justus, terwijl hij vals naar Kreukniet keek.
‘Meester Kreukniet, wat doet dat lint hier in de klas?’ vroeg de koning.
‘Dat is het vak voor domme kinderen,’ zei Noor.
De koning keek geschokt naar Kreukniet. ‘Dus u vindt mensen met dyslexie dom?’
‘Nee, nee, natuurlijk niet, majesteit,’ hakkelde de meester. Zweetdruppeltjes stonden op zijn voorhoofd. ‘Het is gewoon handig om te weten wie ziektes hebben.’
‘Ziektes?’ De koning liep rood aan van woede. ‘Kreukniet, knip het lint door, nu! Geen enkel kind wordt in een vak geplaatst.’
De meester, pakte trillend een schaar. Hij liep naar het vak.
Justus zag vanuit zijn ooghoeken een doos kapotte bosbeekjuffers staan en schoof die vliegensvlug voor de voeten van de meester.
Meester Kreukniet struikelde en viel op het afzetlint dat meteen losschoot.
De kinderen juichten.
‘Neem hem mee,’ zei de koning. ‘Deze meester heeft duidelijk bijles nodig als hij ooit nog voor de klas wil staan.’
De politie sleepte Kreukniet het lokaal uit.

Wekenlang was Noor de held. Ze stond met de koning in alle kranten, op Youtube, TikTok en Instagram. En ze kreeg de beste beloning ooit: Een jaar lang gratis zure matten.