Categorieën
Fictie

Duivinnengevecht

‘Hóp, hóp, hóp! kleine stapjes’. Hannah klimt met een regelmatig ritme omhoog. Het zand is zacht en mul, het duin steil… De bodem wordt snel weer vlakker, ‘snel – ler, snel – ler’. Vlot komt Hannah boven en zet de afdaling in. ‘Lekker zo in de zon’ denkt ze. Ze haalt wat deelnemers in, vooral vrouwen, maar ook enkele mannen. ‘Zo meteen komt het bos, dan word het vast kouder’. Haar lijf loopt op de automatische piloot. Een ervaren automatische piloot, die het terrein uitermate goed kent. De duinen op Ameland zijn háar terrein, niemand kent die beter dan zij. Hoeveel uren ze daar al niet gelopen heeft…

Hannah heeft geen idee wie er dit jaar haar tegenstanders zijn. Ze wil het niet weten, gewoon 21,1 kilometer lopen. Eigenlijk zou ze niet eens meedoen, maar plots kon ze toch een paar dagen vrij nemen en zich inschrijven voor deze bijna-thuiswedstrijd. Bijna-thuis, omdat ze hier gewoond heeft, omdat dit eiland haar thuis was, gedurende tien lange jaren. Het begon met droomvakanties, omdat ze hier ’s zomers werkte in de horeca. Zo leerde ze het plaatselijke uitgaansleven kennen en de jongens, later de mannen. Zo werd ze één keer verliefd en nog een keer, net zo vaak als nodig was om serieuze relatie te krijgen met een Amelander.
Dirk heette hij, een gentleman. En een groot liefhebber van duiven. Zij was gek op vogels en nu kon ze er elke dag van genieten. Tja en de duiven fokten beter dan Dirk en zij, want een kind krijgen lukte hen niet. Ondanks de vele bezoeken aan het ziekenhuis aan de wal, hormoonbehandelingen enzovoorts. De relatie werd killer en hij leek het duivenhok in te vluchten. Zij ging hardlopen, eerst de 5 Km, later de 10 en toen de halve marathon. Zo leerde ze alle hoeken en gaten van de duinen kennen, want de cross vond ze het mooiste om te doen. Ze ging vaker naar de wal, voor wedstrijden, terwijl hij thuis moest blijven vanwege de duivenvluchten. En als er geen duivenwedstrijden waren, had hij wel een andere reden om op het eiland te blijven. Totdat ze eens, vanwege een afgelaste wedstrijd, veel eerder thuis kwam en, terwijl ze de trap opliep om zich boven om te kleden, stemmen hoorde vanuit de slaapkamer. Ze spitste haar oren en lette erop dat ze geen geluid maakte. Ze hoorde hoe hij haar ‘duifje’ noemde en dat die vrouw dan kirde.
Ze walgde toen ze het hoorde. Die vrouw in háár slaapkamer, op háár bed noemde zijn naam. Met een gek accent uitgesproken, waardoor het klonk als Doerk. Hannah bleef nog even staan en het werd haar duidelijk dat de vrouw in kwestie Paloma heette en ‘mucha enamorada’ was met haar Dirk. Na nog een paar minuten liefdespraat luisteren slikte ze even. Ze realiseerde zich dat ‘haar Dirk’ was getransformeerd in ‘een Dirk’. Ze besloot zichzelf niet langer te plagen.
Ze klopte eerst zachtjes op de slaapkamerdeur en toen harder. Het werd zeer stil aan de andere kant van de deur, die het liefdespaar scheidde van de bedrogen vrouw. Hannah hoorde geritsel, gestommel en een vloek en even later stonden ze tegenover elkaar.
Het bleek dat de twee lovers elkaar al maanden zagen, bij voorkeur als Hannah een wedstrijd aan de wal had. Of als Dirk naar een zogenaamde extra ingelaste bestuursvergadering van de duivenclub moest. De vrouw heette Paloma, duif in het Spaans en ze werkte in een restaurant. Hannah kende haar van gezicht. En nu stonden ze hier. Paloma keek haar recht aan, met een verveelde uitdrukking op het gezicht. “Voor dat daar zou iek geen moeite doen als iek jou was”, zei Paloma tot Dirk. Hij zweeg en deed geen enkele moeite om die vernederende opmerking te corrigeren. Hannah wist genoeg – in deze relatie ging ze geen energie meer steken.

Een spannende periode van scheiden en een nieuw leven opbouwen volgde. Vanwege haar werk werd het een leven aan de wal. Allerlei veranderingen kwamen op haar pad: verhuizen, het werk, nieuwe vrienden en het kostte veel tijd om zich weer de oude Hannah te voelen. Ze miste de duinen en de zee, haar vrienden op het eiland. Maar één ding was hetzelfde gebleven: het hardlopen, nu bij een vereniging in de stad. Al liep ze er ‘s zomers op de harde bermklei en in de winter op de weg, als de kleiblubber zelfs door grote Friese paardenvoeten gemeden werd. Daarom ging ze regelmatig naar het eiland om op haar hardloopschoenen in de duinen te verdwijnen. Dat deed haar, ondanks alles, goed.

Hannah rent verder oostwaarts. Ze haalt meer lopers in, vooral vrouwen. Het gaat goed vandaag, al weet ze dat het moeilijkste stuk nog moet komen. Maar nu heeft ze de wind nog mee, daar moet ze van profiteren. De minuten verstrijken, de kilometers ook. Dan moeten de lopers een draai maken en lopen ze terug richting het westen. De laatste loodjes zijn begonnen.

De lucht betrekt en de gure wind neemt in kracht toe. Het hele open stuk naar Buren moet ze nog afleggen en dan door naar Nes, waar de finish is. Ze verheugt zich op wat drinken bij hotel De Klok en de muziek op straat. Ze rent door, stap na stap. ‘Hobbelige klinkers, goed opletten!’ Ze kan merken dat ze vermoeid is en kijkt op haar horloge. ‘Mijn gemiddelde tempo ligt hoger dan vorige keren, als dit maar goed gaat. Maar ik haal nog steeds mensen in’. Even stroomt een warm gevoel door haar lijf, wat is ze trots. Het is een goede beslissing geweest om te gaan trainen bij de hardloopvereniging in Leeuwarden.

De verkeersleider bij de ingang van Buren kent ze, ook al ziet ze hem van achterop. Ze roept hem “Hee, Rinse!”. Verrast draait de man om en ze steekt haar hand op. Er verschijnt een grijns op zijn gezicht. “Je vijand loopt 200 meter voor je uit – loop wat je kan! Zet ‘m op!” Ze loopt wat langzamer – “wat bedoel je?” Ondertussen rent ze Rinse voorbij en hoort ze hem achter zich roepen “Duifje!”

Ze wist dat de vrouw van haar ex rende, maar niet dat ze deze afstand zou lopen. ‘En zo snel! Dit moet ik goed aanpakken. Vervelend dat denken nu zo lastig gaat, ik ben moe’. Ze loopt door. ‘Vanaf hier moet het nog zo’n 20-25 minuten zijn tot de finish in Nes’, denkt ze. Dan rent ze Buren in. ‘De beschutting van de huizen is fijn en er staan mensen, leuk als ze je toeroepen’. Dat laatste is een understatement, ze wordt van álle kanten toegeroepen: “Hannah, lópen, die duif is je anders te snel af!” “Hannah, je moét haar inhalen, ze loopt maar een paar honder meter voor je!”, dat was haar vriendin Riemada. “Hannah, jij bent snéller, pák ze!” “Hannah, jaag ze óp, schiet die kleiduif!”, dat was Martin, een jager. Hannah moet lachen en zwaait. ‘Wow, dit geeft nieuwe energie!’ Onder een regen van toejuichingen rent ze het dorp uit, de routebordjes volgend naar het fietspad op de Noordwal. Steeds dichter tot haar vijand, steeds dichter tot de finish.

Op de Noordwal breken de bomen de wind, wat het rennen aangenamer maakt. In de verte ziet Hannah een verontrustende zwarte wolk over het dorp Nes waaien en hoort ze allerlei sirenes. Ze ruikt rook, de wind staat haar kant op. Ze kijkt de Noordwal af, naar de lopers die haar nog voor zijn. Zo’n honderd meter voor haar rent Paloma. Die heeft het zwaar. ‘Daar loopt ze, dat kreng, dat Paloma-ding’. Bij Hannah komt een roofdierinstinct boven drijven, waarvan ze niet wist dat ze het in haar had. Feilloos neemt ze de zwakke punten van haar tegenstander waar: Paloma loopt met een scheve rug en een stijve arm. Ook lijkt ze haar ene been te ontlasten, ze loopt niet regelmatig. Roofdieren hebben geen medelijden en Hannah loopt ondanks haar vermoeidheid in hetzelfde snelle tempo door. ‘Paloma kan ik pakken’, is het enige waar ze nog aan denkt.

Als ze de Noordwal verlaten en het Vleijen park inlopen, worden de lopers verrast door een routewijziging: de laatste kilometers zouden door het dorp gaan, maar nu worden de vermoeide lopers met grote, geïmproviseerde borden en luid roepende verkeersregelaars naar het bos geleid, alwaar de finish bij het oude baken plaats zal vinden. Zo kunnen de hulpdiensten de brand in het dorp gemakkelijk bereiken.

Hannah lacht onzichtbaar. Het bos met zijn duinen is háár terrein. De wind is hier bijna verdwenen en stap voor stap wint ze terrein op haar rivale. Ze springt behendig over een boomwortel, die het nodig vond het pad over te steken en huppelt om Paloma heen, die nu duidelijker dan eerst kreupelt.
‘Hóp, hóp, hóp!’ Het zand is zacht en mul, het duin steil… Dan wordt de bodem weer vlakker. ‘Snel – ler, snel – ler’. En dan is Hannah boven – als eerste vrouw. Er wordt geklapt en gejuicht. De halve marathon is voor haar, deze duivin is vandaag de snelste!