Categorieën
Fictie

De val van het Systeem

De Aarde, was honderden jaren geleden, een plek waar alleen duisternis was overgebleven.
Onze planeet werd ziek, vol radioactieve stralingen die door de lucht dwaalde en weer neerdaalde over de stervende oppervlakte.
Het eten werd volgespoten met gemanipuleerde gene, waar geen van onze voorouders echt informatie over kregen, want toen was het ‘des te groter, des te beter.’
De mensen werden ziek, overal ontstonden er nieuwe ziektes, waar zelfs de aller kleinste kinderen onder bezweken.
Iedereen liet zich volspuiten, als proefkonijnen, in de hoop dat ze deze ziektes zouden overwinnen, maar niemand had enig idee wat voor een troep er door hun bloedbanen gleed.
Alle oceanen stonden op springen om stukken natuur tot zich te nemen, de wind joeg over stad en land om op hun beurt de overige stukken mee te nemen.
De Aarde leefde in angst en afschuw, voor wat haar werd aangedaan.
Op het moment dat de duisternis overheerste en de mens geen kant meer op kon, smeekte de Aarde het Universum om verandering.
Ze zag nog steeds het goede in de mensen. Ze bad dat het licht in de mensheid weer werd aangewakkerd, ze hoopte dat dat kleine beetje licht voldoende zou zijn om de duisternis te overwinnen.
Maar toen het donkerste uur van de planeet werd geslagen, was de Aarde ervan overtuigt dat haar gebeden niet gehoord zouden worden.
En toen, juist toen ontstond er een splitsing tussen de mensheid.
De Aarde zag plots kleine vlammetjes licht branden diep in de harten van sommige mensen.
Een kettingreactie van licht, zorgde er in een seconde voor dat de kleine groep uitgroeide tot grote groepen licht verspreid.
De duisternis kon niet worden verdreven, de zwartste harten absorbeerde het licht zonder zich te vullen, het haalde de mensheid uit elkaar.
Licht tegenover donker.
Families en vrienden stonden tegenover elkaar, geliefde moesten elkaar laten gaan.
Verdriet golfde over de Aarde.
Ondanks de rauwe pijn bleef het licht sterk genoeg om over de planeet te schijnen.
De mensen zagen het licht in de ander en zo vormde een grote groep gelijkgestemde.
Nieuwe liefdes ontstonden, nieuwe families en er werden nieuwetijdskinderen geboren vol van licht en liefde.
Vanuit de groep stonden mensen op die gehoor gaven aan de stem diep.
Ze begonnen aan hun zoektocht, door bossen, over rivieren, langs de hoogste bergen. Maanden gingen voorbij tot ze bij een verscholen ruïne kwamen.
Diep in de oeroude ruïne stond op oude stenen, geschriften geschreven:
‘We moeten het pad volgen om door de duisternis het licht weer te zien.
De gevallen Engel, het verloren wezen, moet in zijn eigen vuur branden voordat wij allen zullen ontwaken en kunnen genezen.’
De zoektocht ging verder naar de duisterste ziel op Aarde, de gevallen Engel.
Ze trokken de duisternis in, om het gevecht met hunzelf aan te gaan.
De testen van de Duivel liet ze twijfelen aan hun licht, het trok ze weer mee in het oude systeem vol leugens en onmenselijkheid.
Het gevecht was begonnen.
De groep dreigde uit elkaar te vallen.
Goed tegen kwaad.
De Duivel riep het Ego in de mensheid naar boven.
Jaloezie, macht en hebzucht, gierden door de mensen heen.
Het licht begon te doven.
Haat vulde de groep.
Slecht één enkele ziel ging verder.
Hij beklom de hoogste berg, ging zitten en bad tot het Universum.
In rust en harmonie sprak het Universum tot hem, het liet hem zien wat hij moest doen.
Vervuld van licht en vertrouwen liep de jongen terug.
Hij erkende ieder die op zijn pad kwam, deelde zijn licht en de boodschap van het Universum.
De gevallen groep, herrees en deed wat hen werd opgedragen.
Een nieuw netwerk licht scheen over de Aarde, alleen op een enkele plek heerste de duisternis.
De jongen stapte uit de groep, betrad de duistere grot en liep alleen verder.
Diep verborgen in de grot stond het kwaadaardigste wezen op hem te wachten.
De Duivel testen hem, drong zijn gedachtes binnen opzoek naar de zwakte waar hij zich mee kon voeden. Maar de jongen straalden in het puurste licht en sprak:
‘U heeft de strijd verloren! Tegen de tijd dat ik mijn boodschap aan u heb overgebracht zal zelfs het kleinste beetje duister verslagen zijn.
U heeft namelijk altijd iets over het hoofd gezien, wij mensen hebben een vrije wil gekregen. Wij hebben de mogelijkheid gekregen om te kiezen tussen goed en slecht.
En geen enkel mens is geboren met de intentie slecht te zijn, geen ene wezen hier is kwaadaardig geboren.
Zelfs U niet.
Want de Engel die opgesloten zit in uw hart, is niet vervuld van haat en wraak, die Engel is geboren met het pure levenslicht. Die Engel wacht al eeuwen op erkenning, op de persoon die ziet wat het werkelijk is.
Ik erken U.
Ik zie wie U werkelijk bent.
Ongeacht wat er is gebeurd en al het kwaad wat U heeft aangericht, het Universum zal U vergeven, de mensen zullen U vergeven, ik vergeef U.’
Het kwaadaardige wezen scheurde open, vlammen rezen op uit zijn gedaante, in een licht explosie spatten hij uit elkaar. Niet lang daarna rees een lichtgedaante op uit de as van het wezen, de ware Engel was bevrijd en bedankte de jongen voor zijn vertrouwen en moed.
Het kwaad was bestreden, het duister was verjaagd.
Nu was het de taak voor de mensheid om de aarde in al haar glorie op te bouwen en beter te maken.

Dankzij onze voorouders, is de Aarde is nu een plek waar wij nu vol harmonie en liefde samen kunnen bestaan. Wij leven nu zonder twijfel, zonder vrezen, in een wereld waar iedereen zichzelf mag wezen.
Wij werken niet zoals hun dat deden, het is geen systeem met het motto “ieder voor zich!”
Wij kennen geen geldsysteem zoals onze voorouders dat deden. Wij leven!
Nadat we honderden jaren bezig zijn geweest met de opbouw van deze planeet, is het ons gelukt de Aarde in weer te genezen. Alle ziektes die er waren zijn uitgedreven, alle oude restjes van de zieke aarde hebben wij verjaagd.
Aan geen van onze kinderen wordt ook maar iets gezegd over de donkere duisteren tijd, wij gunnen zelfs de kleinste donkere zwaktes geen voeding via onze gedachtes.
De enige moleculen die de duisternis in zich heeft is het water wat over de aarde leeft, maar ook daar zenden wij het licht naar toe zodat zelfs die moleculen de slechtheid zal doen vergeten.
Meerdere dagen per jaar vieren het feest van het licht dat nooit zal doven maar altijd zal overmeesteren. Wij offeren onze dankbaarheid aan de goden door middel van een rein geweten.
Mens en dier leven nu volledig samen, wij doden niet om macht of om onze innerlijke ego te strelen. Alleen de Aarde doodt als het tijd is om verder te gaan in een ander bestaan en een ander leven.
Waarna wij afscheid nemen door dankbaar te zijn en de doden liefdevol succes te wensen met hun volgende missie, door de muziek die de aarde ons heeft gegeven.
Het ritme waarin wij ontwaken, de dankbaarheid die wij hebben voor de nieuwe dag, het samenzijn, de eenheid.
Vol vertrouwen, liefde en harmonie op onze prachtige, schone, gezonde moeder Aarde.
De eenheid in ons bestaan is als een oneindige beweging waarin wij ons bevinden.
De oudste leren de kinderen, over de kleinste en belangrijkste dingen, hoe de vruchten zijn zaden afstaat om te zorgen voor nieuwe vruchten.
De bergen die ons voordurend van vers schoon water zal voorzien. De dankbaarheid voor elk wezen waarmee wij samen mogen leven, de dankbaarheid voor elkaar en voor moeder aarde.
De kinderen zullen opgroeien en meegaan in de stroming van de rest van de maatschappij, en ze zullen zorgen dat niemand hier wat tekort krijgt.
Wij leven met overvloed aan eten.
De gehele Aarde voorziet zichzelf, geen enkel wezen kent armoede en hoeft nooit wat te vrezen.
De avond is een ritueel, waarin we de rode gloed van de zon, onze vreugde en dankbaarheid aan elkaar door geven.
Wij sluiten ons in de armen van onze geliefden, onze gezinnen, ons prachtige bestaan.
We nemen de tijd om de kleintjes voor te lezen, onze verhalen gaan dan niet over angsten en verdriet, maar over de mooiste dingen in het leven… de zon die ’s ochtends de regenboog wolken kust, de vogels die speciaal voor ons het mooiste lied zingen, de aarde die ons elke dag weer te met eten en drinken voorziet.
Dit is ons leven, het leven van de toekomst…
Wees niet ongerust als het in een parallel leven nog niet zo is, heb vertrouwen, ooit mogen wij onze moeder Aarde vol liefde met jullie delen.