Categorieën
Fictie

De trap

‘Zin in een lekker glaasje?’
Langzaam open ik mijn ogen die ik dicht heb gehad sinds ik mij op mijn stoel in de businessclass heb laten zakken. De meeste passagiers zijn nog druk bezig zich te installeren voor vertrek. Naast mij houdt een stewardess een dienblad, met daarop een glas prosecco, voor mijn neus. Ik herken haar direct als de vrouw die met mij flirtte op de heenreis. Of eigenlijk, ik met haar.
‘Ja, graag, dank je.’
De stewardess is duidelijk van plan een praatje te maken, want ze leunt vertrouwelijk over mij heen.
‘In je eentje deze keer?’
‘Eh, ja, mijn partner blijft nog een paar weken op het eiland om ons huis klaar te maken voor de verhuur.’
‘Ongezellig om alleen naar huis te moeten vliegen, maar ik zal goed voor je zorgen hoor.’ Ze geeft mij een dikke knipoog en loopt verder naar haar andere passagiers.

Ik neem een flinke slok en kijk met een nietsziende blik door het raampje naar buiten. Is dit echt allemaal gebeurd daarnet? Mijn vingers klemmen zich om het glas wanneer ik mij het rare, maar vooral onverwachte, gesprek herinner vlak voor we de hoge trap naar de vertrekhal opgingen. De schijnbaar achteloze boodschap dat ze voorlopig niet naar huis kwam en dat ze na wilde denken of ze nog wel met mij verder wilde. Want ja, ik moest toch toegeven dat we niet hetzelfde dachten over het hebben van een vaste relatie. Alsof ze zelf nooit naar anderen kijkt. Ik voel nog de bijna onbeheersbare hitte die vanuit mijn nek naar boven kroop.

Ik laat mijn ogen over het gebouw in de verte dwalen. Is ze daar nog? De trut.
Met een diepe zucht laat ik mijn hoofd tegen de rugleuning vallen en wil net weer mijn ogen sluiten, wanneer er een stem door de intercom klinkt:
‘Dames en heren, helaas moet ik u mededelen dat ons vertrek, vanwege een calamiteit op het vliegveld, even op zich laat wachten. Wij hopen dat het zo spoedig mogelijk is opgelost en dat we redelijk op tijd kunnen vertrekken. Excuses voor het ongemak. Ladies en gentlemen…’
Direct is er commotie onder de passagiers, mensen verdringen zich bij de raampjes. De stewardess maant iedereen rustig te blijven en terug naar zijn of haar stoel te gaan. Ze komt mijn kant uit en gaat weer dicht bij mij staan. Hmm, lekker luchtje.

‘Kan ik je iets brengen? Eten of drinken of misschien iets anders?’ Haar omfloerste blik doet ook andere beloften.
‘Wat is er aan de hand,’ vraag ik, met een knik naar de vertrekhal.
‘Dat is nog niet helemaal duidelijk, er schijnt een ernstig ongeluk te zijn gebeurd in de vertrekhal, waardoor de doorgang is geblokkeerd en het stagneert bij de gates. Die trap daar is levensgevaarlijk, het zou mij niets verbazen als er weer eens iemand af geduikeld is.’
Ik kijk weer naar buiten, het is een klein vliegveld. De zwaailichten van de politieauto’s en ambulance voor de ingang van het gebouw zijn duidelijk te zien.
‘Ja, daar zouden ze echt iets aan moeten doen, maar wat heeft dat met ons vertrek te maken?’
De boel is afgezet, een paar passagiers die met deze vlucht mee moeten, kunnen nu niet bij de gate komen.’
‘Nou, die waren sowieso wel een beetje laat dan.’
‘Ach ja, je weet toch hoe het gaat op dit eiland, tranquilo, tranquilo. Kan ik nog iets voor je betekenen?’
Ik kijk haar aan, ze is wel heel goed gelukt, goed figuur, prachtige ogen, helemaal mijn type.
‘Nou, doe mij nog maar zo’n glaasje dan.’

Ze schenkt mijn glas vol en fluistert dan in mijn oor: ‘We staan wel stil, maar het toilet is gewoon toegankelijk hoor, mocht je behoefte hebben.’
Haar blik laat niets te raden over en terwijl ze wegloopt, kijkt ze nog even uitnodigend over haar schouder.
Op mijn horloge zie ik een berichtje binnenkomen en graai in mijn tas naar mijn telefoon.
Het is van onze buurvrouw: ‘Zit je al in de lucht? Als je dit nog leest, goeie reis en kom gauw terug! Heel veel kussen en ik zal goed op Maggie passen :-)’
Ik sta op, trek mijn jurk recht en loop richting het toilet. Natuurlijk wil jij wel op Maggie passen, als ik uit de buurt ben, schijnheilige trut. Maar het is echt niet nodig.
Die trap is inderdaad levensgevaarlijk.