Categorieën
Fictie

De stoel van de hoop

Vandaag is de dag dat het gebeurt.

Karel Verdonkt is vastbesloten wanneer hij de veters van zijn versleten blauwzwarte schoen losknoopt, terwijl de decembersneeuw in kleine, smeltende plassen zijn entree in de kille inkomhal getuigt. Het schamele Louis XIV bureaumeubel is nu de thuis van zijn aktentas, en dat zal voor altijd zo blijven. Het is meer dan een gewoonte. De aktentas hoort daar. De schoenen, licht gekruld door droge lederplooien, horen op de tweede tegel van rechts. Zijn regenjas aan de tweede haak. De eerste is voor de paraplu. Het is gewoon zo.

Het ellenlange getreiter van de pubers hebben zijn gemoed gevuld en zijn geduld vervormd naar een gelaten weemoed. Leerkracht zijn is altijd een passie geweest, maar de laatste jaren hadden hem geleefd, getergd en verbitterd. Het vuur is getemd tot een waakvlam.

In de deuropening naar de eetplaats blijft hij staan. Hij staart voor zich uit met een blik op de staande klok die de westelijke muur een rijk karakter schenkt. Het dressoir is een erfstuk. Zo eentje die niet stuk te krijgen is. Eentje met dikke, piepende kastdeuren, met een gegraveerd bijbels tafereel, en loodzware schuiflades die bij warm weer met tegenzin hun geheimen prijsgeven.

Het touw ligt er nog. Gisterenavond had hij een uur lang de gerafelde randen bestudeerd. Hij had de textuur beleefd en geïnhaleerd. Met gesloten ogen steeds dezelfde zes centimeter verkend. In zich opgenomen en niet meer laten varen. De schuiflade hoefde niet meer dicht. De rust had hem overmand, de moed was in zijn schoenen gebleven toen hij ze met zorg en precisie op hun laatste rustplaats had achter gelaten.
Hij schuift de stoel achteruit. De rugleuning is open, en de afgebladerde achterkant wordt gesierd door een ruitvormige opening. De jaren hebben hun tol geëist, ook voor de stukjes riet die zijn losgekomen in de zitting. Toch is dit zijn stoel. Zwaar en schijnbaar onbreekbaar. Log en onwrikbaar. De stoel die in de zomer, met korte broek, striemen nalaat in zijn gevoelige huid.

Een wit blad en zijn blauwe pen liggen klaar. De groeven in de tafel zorgen voor een gekarteld handschrift.

Lieve Edith,
Ik hoop dat alles goed met je gaat, waar je ook mag zijn.
Moge de zon altijd voor je schijnen.
Liefs. Papa.

Hij doet er een kwartier over. Twee eenvoudige zinnen. Doordacht. Beredeneerd. Breekbaar. Eenentwintig jaar, drie maand en 2 dagen. Wat is er van jou geworden?

De balk die de eetplaats van de keuken scheidt is stevig. Vorige week had ze alle proeven doorstaan. Het kon niet fout gaan. De stoel laat strepen na op het tapijt terwijl hij met pijnlijke pols de stoel tot onder de balk manoeuvreert. Zijn voetzool voelt een stuk riet als een naald door de dunne kousen priemen terwijl hij zelfverzekerd op de stoel klimt en het touw ruikt. Het ruikt naar touw. Een geur die met niets anders te rijmen valt. Hij hoopt dat de stoel zijn volle gewicht wel houdt.

Het schelle lawaai dat anders de sprankel in zijn gemoed ontwaakt komt nu als een gesel. De deurbel was die naam ook waardig. Het was een bel die hij ooit van priester Maes had gekregen en onhandig aan de bakstenen muur naast zijn voordeur was bevestigd. Net iets te laag naar gangbare normen, maar daar maalde niemand om.

Met de ogen dicht zette hij terug voet aan de grond. Voorzichtig, maar beslist, als de laatste trede van de Eagle op het stof van de maan. De linkerhand op het riet, de rechterhand op de geruite rugleuning. Een zucht. Dit kon er nog wel bij.

Haar ogen waren blauw, haar muts te groot, haar handen rood en fragiel.

Meneer Verdonkt … euhm… goedenavond.

Lies was veertien en de primus van haar klas. Hij hoort haar verhaal met een ijl hoofd. Flarden woorden komen binnen, anderen sterven in de koude asem. Hoe mama haar had gestuurd. Hoe die bijles vitaal was voor haar toekomst.

Kom morgenvroeg terug, Liesje. Lukt dat?

De schoenen op de tweede tegel van rechts vloeien leeg en als een wervelwind omhullen ze zijn hart. Het touw kan nog een dag wachten.

Het is vroeg voor een zaterdag. Donkere nachtnevel wordt de toegang ontzegd als Lies vraagt of ze haar schoenen best achterlaat in de gang.

Niet nodig.

Hij is kort van stof. De uren van de nacht waren dagen, en de ochtend was te stil.

Zonder te vragen schuift ze de stoel achteruit. Op twee achterpoten, want de open rugleuning laat niet toe de knie te gebruiken om het loodzware meubel van de tafel weg te schuiven. De Karel stoel. Hij heeft geen zin om er een punt van te maken.

Als een spons slurpt ze zijn zinnen op. Als een zwemmer die naar adem hapt. Als een bodemloos vat van kennis. Er is geen houden aan. Ze noteert alles nauwgezet met de belofte alles nog eens mooi over te schrijven als ze thuis komt. Met een oprechte glimlacht stelt ze tien A4-tjes op prijs die ze meekrijgt als huiswerk. Een paar toetsen van een paar jaar terug. Wat maakt het eigenlijk nog uit.

Ik hoop maar dat ze niet te moeilijk zijn.

Een geruststelling was de uitnodiging voor de herintrede van zijn rust. Door het raam ziet hij hoe ze haar fiets aan de hand houdt terwijl ze als een flamingo het trottoir met ijs trotseert. Hij staart naar zijn kousen. Zondag is misschien wel de beste keuze. De dag van de Heer die hem met open armen zou ontvangen. Die zijn keuze zou respecteren en in stilzwijgen zijn begrip laten zien.

De klep van de brievenbus verstoort zijn ochtendritueel. Twee boterhammen met kaas en een perzik yoghurt. 14 plakjes kaas, elke maandag. Dat wist Guy al. Hij kende de slager al meer dan dertig jaar. Ze begrepen elkaar, al sinds ze de bank deelden in het derde leerjaar bij zuster Christa. 14 plakjes hesp maakten zijn bestelling compleet.
Karel raapt de envelop op, en dept hem droog met zijn elleboog. Lies was altijd ijverig.

De rugleuning snijdt in zijn schouderbladen als hij omzichtig de envelop opent. Het etui met drie pennen ligt al klaar. De blauwe pen, gekregen van zijn vader. Leraar en stichtend voorbeeld tot die gure september ochtend. De groene pen, gevonden op een rommelmarkt 6 jaar geleden. Zelfde merk, zelfde opschrift. De rode pen. Net iets anders, maar ze schreef toch zo makkelijk. Behendig neemt hij de groene pen tussen zijn duim en wijsvinger. Rood is waarschijnlijk overbodig deze morgen.

Een typisch meisjes geschrift. Zachte rondingen. Altijd een leesteken. Een volmaakte cirkel voor een o en een a. De p en de d met een licht schuine streep. Consistent en rustgevend.
De tien opdrachten worden vergezeld door een begeleidende brief.

Beste meneer Verdonkt,
Ik zie met veel plezier aan hoe Lies zich verliest in uw lessen en hoe gedreven ze is.
Ik wens u te bedanken voor uw goede zorgen, en ik hoop, nee ik ben zeker dat mijn dochter haar optimisme, vuur, levenskracht en vreugde ook u kunnen inspireren. Ze is het zonnetje in huis.
Alles gaat goed.
Groetjes
Edith

Hij leest het zes keer. De traan vermengt zich met de inkt, en laat een vlek achter. Een vlek van hoop. Een vlek van het lot. Een vlek van aanvaarding. De leuning kraakt en barst terwijl Karel zich achteruit laat zakken. De onbreekbare die breekt.