Categorieën
Fictie

De sprong in het diepe

Boris
Benen, hij ziet alleen maar benen. De achtjarige Boris staat in de rij voor de kassa van het zwembad en voelt zich gevangen. Zijn vriend Joep staat vrolijk naast hem te stuiteren. Hun moeders staan achter hen en kletsen over dingen die hij niet begrijpt. De zomer heeft haar kookpunt bereikt en na weken van twijfelen, heeft Boris eindelijk ingestemd met een bezoek aan het buitenbad. Nu hij zo in die benauwde rij staat neemt dat bange gevoel weer toe, maar blijft hij vastberaden. Vandaag gaat hij het doen!

Op de grote speelweide kiezen ze een plekje in de schaduw. Boris kijkt om zich heen en neemt de omgeving minutieus in zich op. Drie bomen links van zijn Donald Duck handdoek, daarachter een grote struik en een groep tienermeisjes aan de rechterkant. Eigenlijk heeft hij meer tijd nodig om te wennen, maar Joep kan niet langer wachten en hij wil zijn beste vriend niet teleurstellen.

“Gaan jullie alvast alleen? Wij komen er zo aan” zegt zijn moeder. Alleen? Ja ja, dan kan zij zeker nog lekker verder kletsen, denkt Boris. Hij voelt zich ongemakkelijk, maar wil niet zeuren. Zijn moeder zal trots op hem zijn als hij dit alleen doet. Zij denkt namelijk altijd dat hij overal bang voor is, hij zal haar weleens het tegendeel bewijzen!

Het is vol in het zwembad en hij zoekt een rustig hoekje op. Even wennen en rondkijken. Zoveel kinderen, zoveel gegil. Als hij mocht kiezen, was hij allang op weg naar de uitgang, maar hij moet volhouden. Bovendien zal Joep het niet begrijpen als hij nu al weggaat.
Joep? Zijn ogen speuren het zwembad af, maar hij ziet hem nergens. Rustig aan, niet meteen in paniek raken. Kijk nog eens goed! Hij zoekt overal, maar nog steeds geen spoor van zijn vriend. Zijn hart bonkt in zijn keel. Waar kan Joep nou zijn?

Terug naar de handdoeken dan maar. Boris rent terug en zoekt naar de drie bomen. Ha, daar recht voor hem! Hij ziet de meisjes, de struik, zijn handdoek en haalt opgelucht adem, maar er klopt iets niet. Hij stopt abrupt en kijkt om zich heen. Dit is toch de goede plek, maar waarom ziet hij zijn moeder dan nergens? Hoe kan dat nou? Alles is hetzelfde, maar toch ook weer niet of had hij soms niet goed gekeken?

Hij kan niet meer nadenken en begint te rennen. “Mama!” Joep!” Hij rent de speelweide over en ziet in elke jongen een Joep en in elke vrouw zijn moeder. Waar zijn ze nou? Hij kan hier toch niet alleen achterblijven? Hij weet niet eens de weg naar huis! “Mama!” De paniek stort zich als een lawine over hem uit. Geen lucht, hij krijgt geen lucht. “Mama! Mama!” Hij struikelt en plotseling wordt het zwart voor zijn ogen.

Saskia
Vanachter de papiercontainer tuurt Saskia naar de ingang van het zwembad. Het is nog vroeg in de ochtend, maar al druk bij de kassa. Een goed teken, denkt ze optimistisch. Hoe vaak had ze hier al gestaan? Iedere zomerse dag sinds die tragische elf augustus, drie jaar geleden. Het voelt nog altijd als de dag van gisteren.

Heel even, ze was destijds maar heel even weggelopen om Fruitella’s uit haar zwembadkluisje te halen. Het was Thomas’ lievelingssnoep en hij had er al uren om gezeurd. Met grote tegenzin had ze toegegeven en was het snoep gaan halen. Toen ze terugkwam, was hij verdwenen. Ze hadden afgesproken dat hij rustig op zijn handdoek op haar zou wachten, maar de handdoek was leeg. In paniek was ze gaan rennen en schreeuwen, mensen kwamen haar helpen maar na uren zoeken was Thomas nog altijd niet terecht.

De maanden die volgden waren in een waas aan haar voorbij gegaan. Alle sporen liepen dood, de politie tastte volkomen in het duister. Er was geen teken van ontvoering, zijn lichaam werd niet gevonden en niets in het zwembad wees op een misdrijf. Thomas leek van de aardbodem verdwenen. Pas toen de politie bij Saskia thuis kwam om haar te vertellen dat ze de zaak moesten afschalen, werd ze wakker. Als niemand zich meer om haar zoon bekommerde, dan zou ze het zelf wel doen. Alle vezels in haar lichaam vertelden haar tenslotte dat hij nog in leven was.

Maanden werden jaren, maar haar vertrouwen hem ooit terug te vinden bleef onverminderd groot. Steeds meer mensen namen afstand van haar, haar baas aan wie ze altijd zo loyaal was geweest kon niet langer op haar vertrouwen en ontsloeg haar. Het kon haar allemaal niets schelen, ze had tenslotte maar één doel. In de zomer stond ze dagelijks bij de ingang van het zwembad wachtend op Thomas, die een echte waterrat was. In de winter liep ze langs alle scholen in de stad in de hoop hem ergens op een schoolplein te zien spelen. Zoals vandaag had ze zich echter nog niet eerder gevoeld, dit zou wel eens dé dag kunnen worden!

Saskia’s ogen zoeken de wachtenden in de rij af. Hij is inmiddels acht dus groter dan in haar herinnering en is hij nog blond of wordt hij inmiddels donker net zoals zij? Zal ze hem herkennen als hij langsloopt? De kuiltjes in zijn wangen als hij lacht, daar moet ze op letten maar dat is zo moeilijk te zien van deze afstand. Zal ze vandaag eens iets dichterbij de kassa gaan staan? Het positieve gevoel waarmee ze wakker is geworden neemt steeds meer bezit van haar, het overstemt haar verstand en dus loopt ze overmoedig naar voren. Op een muurtje zo’n tien meter voor de kassa gaat ze zitten. Ze ziet de vrolijke kinderen in de rij en denkt weer aan drie jaar geleden. Zo stond hij er destijds ook. Thomas was zo enthousiast toen ze hem ’s ochtends vertelde dat ze naar het buitenzwembad zouden gaan. Eindelijk had ze gehoor gegeven aan zijn smeekbedes. Hij de waterrat, zij de huismus.

Ze schrikt wakker uit haar herinnering, want daar staat hij! Een centimeter of twintig langer dan eerst, iets donkerder blond maar nog steeds dezelfde oogopslag en kuiltjes in zijn wangen! Haar adem stokt en ze wordt overspoeld door een soort gelukzalige angst. Wat nu? Wat moet ze doen? Ze wil naar de kassa rennen, maar struikelt over het kniehoge muurtje. Kom op Sas, scherp blijven nu! Al die jaren zo zorgvuldig en nu het uur van de waarheid is aangebroken, dreig je de enige kans te verpesten. Kop erbij houden!
Snel fatsoeneert ze haar verfomfaaide haar, veegt haar vieze knieën schoon en ademt een paar keer diep in en uit. Ze had zich altijd zo gefocust op de zoektocht, maar nu ze Thomas eindelijk ziet, weet ze niet wat ze moet doen. Zal ze hem direct aanspreken of net zo lang wachten tot hij haar herkent? Eerst maar eens een kaartje kopen.

De rij is lang en het wachten lijkt eindeloos. Thomas staat zo’n tien meter voor haar. Ze ziet hem ongemakkelijk om zich heen kijken, hij lijkt niet erg gelukkig. Zou hij haar ook zo missen? Hoe zijn de afgelopen jaren voor hem geweest? Ze probeert te ontdekken met wie hij naar het zwembad is gekomen. Een jongetje van ongeveer dezelfde leeftijd, een vriendje waarschijnlijk. Achter hen staan twee vrouwen, zou een van hen zich voor doen als zijn moeder? Weet hij eigenlijk wel wie zijn echte moeder is? Allemaal vragen die ze hem straks kan stellen. Eindelijk kan ze hem weer gelukkig maken en al haar opgespaarde moederliefde over hem uitstorten.

Nauwlettend houdt ze Thomas in de gaten. Ze spreidt het picknickkleed uit op het gras, het is hetzelfde kleed als drie jaar geleden. Misschien herkent hij het als hij straks langs haar loopt richting het zwembad. Ze gaat zitten en vanachter haar donkere zonnebril kijkt ze naar elke beweging die hij maakt. Hij lijkt angstiger dan toen ze nog een gezin vormden. Het vriendje gedraagt zich als een normale achtjarige. Blij en onbevangen alsof elke dag een nieuw avontuur in zich herbergt. Thomas niet. Hij is op zijn hoede en lijkt gevangen in zijn eigen angstgedachten. Zie je wel, het is goed dat ze de hoop niet heeft opgegeven. Hij heeft haar nodig.

Hij loopt langs haar naar het zwembad maar komt vijf minuten later alweer terug. Rennend dit keer, volledig over zijn toeren. Hij zoekt en schreeuwt om zijn moeder. Zijn blinde paniek verlamt hem en hij valt hard op de grond. Dit is het moment waarop Saskia heeft gewacht!

Boris & Saskia
Als Boris zijn ogen voorzichtig opent, ziet hij een vrouw over zich heen gebogen staan. Zijn ogen moeten wennen aan het zonlicht, maar al zijn andere zintuigen werken als nooit tevoren. Hij hoort een zachte, warme stem, voelt dezelfde liefdevolle aanraking als van zijn moeder, maar hij ruikt haar onmiskenbare parfum niet. De vrouw troost hem en met een gerust hart, sluit hij zijn ogen weer.

“Bij mij ben je veilig, lieve Thomas.”
Thomas? Verschrikt opent Boris zijn ogen, opeens ziet hij alles glashelder.