Categorieën
Fictie

De prijswinnaar

De prijswinnaar

Het begon allemaal zo onschuldig. Eén e-mail en een paar weken later een mailtje terug: “Gefeliciteerd, u bent de winnaar van twee bioscoopkaartjes”. In het begin was het vooral erg leuk om zo’n bericht te krijgen. Langzamerhand begon ik te geloven dat ik iets wist dat anderen niet wisten. Ik was goed in iets waar anderen van droomden.

Ik kan me niet meer precies herinneren waar het omslagpunt lag. Mijn vrouw had het uiteindelijk eerder door dan ik. Waarschijnlijk wilde ik het ook niet weten. Al die prijzen winnen is toch vooral leuk? Op een gegeven moment stond er twee keer per dag een postbode voor de deur. Met een soeplepel, een reischeque of een weet-ik-veel-wat.

Overal zag ik winkansen. Op internet, in de krant, onderweg bij een bushalte of op het station. Aan alles deed ik mee. En ik won ook vaak. Ik begon me onoverwinnelijk te voelen, een echte prijswinnaar. Een reisje naar Kenia? Prima, kom maar op. Nog een iPad? Oké, even een slagzin verzinnen. Op mijn werk was het inmiddels een running gag geworden. “Waar ga je dit weekend weer heen?”.

Laat ik het maar eerlijk toegeven: het werd een obsessie. Ik kon niet meer normaal denken. Op ieder moment was ik in mijn hoofd met minstens vijf winacties tegelijk bezig. Ieder nieuw jaar moest ik van mezelf weer meer winnen dan het voorgaande jaar. Het ging ook steeds meer tijd kosten.

Ik bleek niet de enige. Bij verschillende prijsuitreikingen ontmoette ik dezelfde mensen. Eén man in het bijzonder. Hij was mijn grootste rivaal. We knikten naar elkaar maar verraadden elkaar niet. In zijn ogen zag ik dezelfde obsessie.

In de loop van de jaren kwam er steeds meer concurrentie. Meer mensen ontdekten de kick van het winnen. Prijzen winnen is een verslaving die niet onderdoet voor roken, drank of drugs. Steeds vaker wonnen anderen. Ik vond het lastig om iedere keer met die teleurstelling om te gaan. Op een gegeven moment ging het niet meer om het winnen, maar om het niet te willen verliezen. Ik ging steeds vaker verzuimen van mijn werk om er nog meer tijd in te steken. Tijd om nieuwe prijsvragen te vinden, creatieve inzendingen te bedenken en in te sturen. Ik gaf steeds meer geld uit aan het opleuken van mijn inzendingen, om op te vallen. Het kostte vaak zelfs meer dan dat het opleverde.

Het moest natuurlijk wel een keer misgaan. Het was een erg leuke actie van een grote reisorganisatie. Ik vertel liever niet welke, dat doet er ook niet toe. De reisorganisatie beloofde een reis voor vier personen naar Australië voor de inzending met de beste motivatie. Dit was echt een kanjerprijs. Hier droomde ik al jaren van. Weken liep ik te piekeren over een originele vondst. Vroeger kwam het meestal vanzelf, op de gekste plaatsen of onverwachte momenten. Maar nu gebeurde er niets. Helemaal niets. ’s Nachts werd ik wakker en bleef malen. De deadline naderde. Ik moest deze reis echt winnen! Ik zag dat anderen niet stil zaten. Op Twitter en Facebook kwamen allerlei inzendingen voorbij. De ene motivatie nog origineler dan de ander.

Het lukte gewoon niet. Ik had het niet meer. De creativiteit was weg. Waar het vandaan kwam weet ik niet, maar ineens had ik een ingeving. “Ik kan me ook op de jury gaan richten. Als ik erachter kom wie dat zijn, ga ik kijken of hen misschien kan beïnvloeden.” Een telefoontje naar de reisorganisatie gaf snel inzicht wie de jury zou zijn. Ik had natuurlijk een valse naam gebruikt. Van mijn rivaal. Van hem.

De jury bestond uit drie mensen, een vrouw van de marketingafdeling, de directeur van het bedrijf en een bekende zanger die hier waarschijnlijk een leuk snoepreisje voor zou krijgen.
Ik meldde me ziek en besloot om me op de directeur te gaan richten om hem in de gaten te kunnen houden. Net als in zo’n B-film. De eerste dagen was het alleen maar oersaai. Ik wist ook niet goed wat ik moest verwachten. De man werkte tien uur per dag en kwam alleen zijn kantoor uit om naar huis te gaan of voor een zakenlunch.
Op de vijfde dag doorbrak hij dit patroon. Hij vertrok halverwege de middag en stopte bij een juwelierszaak. Daar kocht hij iets en reed daarna naar een hotel. Er begon iets te tintelen in mijn achterhoofd. De man ging naar dat hotel vanwege een afspraakje. Ik schaamde me ontzettend dat ik hem zo achtervolgde, maar maakte toch snel een foto toen hij in de lobby een vrouw kuste. Ze verdwenen naar een hotelkamer. Twee uur later kwamen ze, enige tijd na elkaar, weer naar buiten. De directeur keek nog even om zich heen en ik moest snel wegduiken om niet gezien te worden.

Ik had de foto. Ik voelde me ontzettend opgelaten. Waar was ik in godsnaam mee bezig? Tijdens het wachten was ik op een goed idee voor mijn inzending voor de prijsvraag gekomen, dat ik thuis meteen wilde uitwerken. Misschien had ik die foto helemaal niet nodig. Dit idee was weer ouderwets briljant!

Voor ik naar bed ging, keek ik nog even op Facebook. Mijn hart stokte in de keel. Mijn grote rivaal had precies dezelfde ingeving gehad en had zijn inzending al gepost! Nu kon ik nooit meer winnen. Er zat maar één ding op…

Waarom ik dacht dat ik hiermee weg kon komen, weet ik niet. Waarschijnlijk was ik al te ver heen. Het was niet de directeur die aangifte bij de politie deed. maar mijn eigen vrouw. Ze was gebeld door mijn baas die zich afvroeg hoe het met mij ging. Mijn vrouw dacht dat ik op mijn werk was. Ze ging uitzoeken waar ik mee bezig was en ontdekte mijn chantagemail aan de directeur.

Gelukkig mag ik van de psychiater mijn computer weer gebruiken. Ze vindt het belangrijk voor mijn behandeling dat ik mijn eigen verhaal opschrijf. Internet hebben ze hier in de PAAZ helaas niet.

Mario van de Luijtgaarden
30-1-2021