Categorieën
Fictie

De Moederschoot

De laatste jaren werd hij steeds vroeger wakker. Nu, in het logeerbed bij zijn moeder, opende hij zijn ogen nog vroeger dan gewoonlijk.

Gisteravond laat was hij aangekomen. Zijn moeder had verrast gevraagd wat hem naar haar huis had gebracht. Maar hij had zich op de vlakte gehouden. De tv ging aan, en verder hadden ze niet veel meer gezegd.

In de donkere vroegte overdacht hoe hij zijn boodschap het best aan zijn moeder kon vertellen. Verschillende zinnen gingen door zijn hoofd.
Opnieuw in slaap komen lukte niet meer. Op zijn telefoon keek hij naar het laatste nieuws, sinds gisteravond was er niet veel bijzonders gebeurd.
Toen hij de brievenbus hoorde klepperen en de Telegraaf met een plof op de deurmat viel, verliet hij het bed. Ook de artikelen in de Telegraaf voegden weinig toe aan wat hij al wist. Hij ging vast ontbijten, zijn moeder kwam altijd pas stipt om negen uur uit bed.

In de halflege koelkast stonden alle potjes en bakjes in slagorde opgesteld. De afstand tussen elk item was exact hetzelfde. Hij kende het patroon van de rest van het huis. Alle snuisterijen die voor gezelligheid zouden moeten zorgen waren geplaatst als soldaten van een aanmarcherend leger. In de kasten lagen kleding en handdoeken op exact rechte rijen. Alles in zijn moeders huis was smetteloos schoon, nog nooit had hij ergens het kleinste beetje stof gezien.
Na het ontbijt zette hij het bakje smeerkaas en de margarine weer terug in de koelkast. Zoals altijd hield zich niet aan de indeling van zijn moeder, de orde was nu doorbroken. Soms verschoof hij een item dat hij niet eens had gebruikt.
Hij had zijn moeder nooit kunnen betrappen tijdens het herstel van zijn sabotage, maar hij wist dat voor de volgende maaltijd alles weer in het gelid zou staan.

Het was nog steeds vroeg, hij besloot tot een korte wandeling naar de begraafplaats. Op de rechthoekige steen waaronder zijn vader rustte was nog precies genoeg ruimte om een regel met zijn moeders naam, geboorte- en sterfdatum toe te voegen. Hij ging even door de knieën, en tikte met zijn vingers het koude marmer aan.
Dementie had zijn vader na jarenlange achteruitgang geveld. Een ziekte waaraan je niet gewoon fatsoenlijk doodgaat, maar waarbij je langzaam in de tijd oplost.

Toen hij thuiskwam was zijn moeder ook opgestaan. Zoals altijd was ze keurig gekleed. Ze was klein van stuk, maar sinds haar 75ste was ze nog verder gekrompen. Steeds taniger leek ze langzaam voor de eeuwigheid te worden geconserveerd. Het enige teken van achteruitgang was een grijze waas die haar ooit helblauwe ogen flets maakten.
‘Ik ben bij vader langs geweest.’ vertelde hij.
‘Hij ligt er mooi bij, vind je niet jongen.’
Hij knikte instemmend.

Tijdens de thee kwam het eruit. Hij merkte dat hij tussen de zinnen door steeds even naar adem moest happen
‘Moeder, Marjan en ik gaan scheiden. Zij wil dat ik zo snel mogelijk vertrek. Maar ik zit financieel aan de grond.’
Zijn moeder keek hem alleen maar aan.
‘Mijn enige mogelijkheid is om weer bij u in te trekken.’
‘Je vader en ik hebben ook onze problemen gehad, maar we zijn altijd bij elkaar gebleven.’ Hij kon zich niet herinneren dat zijn moeder ooit iets over het huwelijk met zijn vader had gezegd.
Zijn moeder stond op, en pakte de lege theeglazen bij de oortjes om ze naar de keuken te brengen. In het voorbij gaan kneep ze even lichtjes met haar vrije hand in zijn schouder. Hij was haar aanrakingen al lang niet meer gewend, maar het voelde niet onprettig.
‘Maar je bent welkom mijn jongen.’ klonk het terwijl ze hem al voorbijgelopen was.

De dagen regen zich nog monotoner aaneen dan toen hij nog bij Marjan woonde.

’s Ochtends stelde hij het opstaan zo lang mogelijk uit. Na het nieuws keek hij porno op zijn telefoon. Hij deed het geluid uit, door de dunne muur met zijn moeders slaapkamer kon hij soms horen hoe ze zich omdraaide in bed.
Voor de stille strijd in de koelkast had hij zichzelf een limiet gesteld van vier te verschuiven items.
Halverwege de ochtend kreeg hij een boodschappenlijstje. Op weg naar de supermarkt liep hij altijd langs zijn vaders graf.

Om twaalf uur aten ze warm.
Toen hij bij de eerste maaltijd zijn aardappels wilde prakken greep zijn moeder onmiddellijk in.
‘Zo heb ik het je niet geleerd mijn jongen.’
Zijn moeder hanteerde haar mes en vork alsof ze bij haar leeftijdsgenoot prinses Beatrix aan tafel zat. Langzaam en uiterst zorgvuldig vermaalde ze elke hap. Sinds een paar jaar was er iets mis met haar kaak, bij elke kauwbeweging hoorde hij een duidelijk knak.

’s Middags ging hij een stuk fietsen. Soms deed hij in opdracht van zijn moeder een schoonmaakklusje.
‘Mijn geheim is alles altijd goed bijhouden’ had ze hem verschillende keren uitgelegd.
Meestal beoordeelde ze het resultaat van zijn inspanningen als onvoldoende. Dan pakte ze alsnog zelf de poetsdoek om voor hem onzichtbare oneffenheden weg te werken.

Om zes uur aten ze een paar boterhammen, na de afwas ging de tv aan.

’s Nachts ging hij steeds meer dromen.
Al een paar keer was hij wakker geschrokken met dezelfde scene in zijn hoofd. Hij liep naar zijn vaders graf. Toen hij gewoontegetrouw met zijn vingers de deksteen wilde aanraken zag hij dat er op het marmer een nieuwe regel was toegevoegd. Hij kon het eerst moeilijk zien, maar langzaam verdween de mist en ontwaarde hij zijn eigen naam. Nieuwsgierig ging zijn blik naar de sterfdatum, maar voordat hij die had kunnen ontcijferen voelde hij een ijskoude hand op zijn schouder. Hij keek om in Marjan haar gezicht, zijn moeder stond naast zijn vrouw.
‘Jongen, wat lig je er mooi bij’ klonk het. Als hij weer helemaal wakker was twijfelde hij steeds wie van de twee het had gezegd.

Het zal aan het einde van de vierde week van hun opnieuw gedeelde levens zijn geweest dat hij kleddernat van het nachtmerrie zweet ontwaakte.
Hij had de hele koelkast omvergetrokken, zijn moeder had kalm toegekeken en alleen maar gereageerd met ‘Zo heb ik het je niet geleerd mijn jongen.’
Op zijn telefoon zag hij dat het veel later was dan gewoonlijk, nog slaapdronken wankelde hij naar de woonkamer.
Zijn moeder bleek niet in de woonkamer te zitten.
Hij opende de deur van haar slaapkamer. Op de één of andere manier verbaasde het hem niet wat hij zag. De kamer droeg de sporen van een worsteling, het nachtkastje was omgevallen, het beddengoed lag op de grond. Zijn moeder lag geheel ontkleed op het bed, haar romp en hoofd hingen in een rare houding over de rand. Haar ogen waren nog geopend, maar haar blik was leeg.
Hij was een uitzonderlijk grote baby geweest. Aan haar buik kon hij zien dat ze hem gedragen had, en dat hij er op het laatste moment met een keizersnede uitgehaald was.
‘Heb ik mijn moeder wel eens eerder naakt gezien’ vroeg hij zich af.