Categorieën
Fictie

De man van het Plan

Ben was een hele normale man, je zou hem gemiddeld kunnen noemen. Daar zou je Ben zelfs een groot plezier mee doen. Gemiddeld, voorspelbaar, doorsnee, elk woorden die voor Ben geen belediging waren. Hij had een vrij gemiddeld postuur, een onopvallend en modelloos kort kapsel van een grijsbruine kleur en een klein brilletje met ronde glazen rustte op zijn neus van middelbare leeftijd. Ben liep altijd in een bruin pak met een stropdas. Ook al droeg hij het dagelijks, als je ernaar keek rook je vanzelf de mottenballen. Een man geknipt voor zijn werk. Ben werkte namelijk bij het Bureau voor Structuur Levensloop En Uitvoer Regelmaat. Beter bekend als Bureau SLEUR. Ben was verantwoordelijk voor het behoud van alle middelmatigheid en routine in de wereld om zo het succesvolle verloop van het Grote Plan te waarborgen. In het Grote Plan stond namelijk zorgvuldig uitgestippeld welke mensen er belangrijke zaken zouden verrichten en welke gebeurtenissen van groot belang er zouden plaatsvinden. Zoals wetenschappers die zwarte gaten ontdekten of een tsunami die tienduizenden doden veroorzaakte. Goed en kwaad, een relevante onderscheiding in het Grote Plan, het één was ondenkbaar zonder het ander. Het ging allemaal om de balans en de zorgvuldige bewaring daarvan.

De taak van Ben bestond uit het voorkomen dat mensen buiten het voorgeschreven pad dreigden te treden. De ongewenste uitschieters. Het was niet de bedoeling dat er mensen ontdekkingen deden die zij niet moesten doen, omdat het niet stond beschreven in het Grote Plan. Dat kon al door bijvoorbeeld het voorkomen van een toelating aan een prestigieuze school door een ‘Black Out’ uit te delen tijdens een toelatingsexamen. Hierdoor miste de scholier ‘Het Moment’ en kwam de scholier in de categorie ‘Gemiste Kans’ terecht. Zonder het te merken of daar later in het leven last van te krijgen, zou de scholier verder een gemiddeld bestaan gaan leiden.

Vandaag was zoals gewoonlijk begonnen met een lauw kopje koffie, een niet al te vers beschuitje met belegen kaas, een rustig ritje naar het Bureau en een nietszeggend praatje met een collega. Daarna begaf Ben zich naar de Universiteit. Een frequent bezochte plek door hem en zijn collega’s. Want als er ergens grootheid kon en moest worden tegengehouden dan was het wel op de Universiteit. De campus had een imposant hoofdgebouw dat bestond uit grote witte betonnen stenen die vanaf de onderkant bedekt waren met groene aanslag. Ben stond even stil en keek naar een studente die op een bankje voor het gebouw een broodje at en met haar hoofd in een boek gedoken zat. Hij kon het niet helpen dat hij met een licht gevoel van ongemak naar het ijverige gezicht keek. Als dat maar goed gaat, dacht hij bij zichzelf. Hij wist ook wel dat het onwaarschijnlijk was dat precies deze student daadwerkelijk een genie zou blijken te zijn, maar een prettig gezicht vond hij het allerminst. Ben controleerde nog een keer zijn agenda en keek naar de naam die op de bladzijde van vandaag prijkte. Een behoorlijk gemiddelde naam, dacht hij opgelucht.

Patricia liep net de hoek om, de straat van de campus in. Ze was precies zo’n student waar Ben het niet direct benauwd van zou krijgen. Een gemiddeld figuur, sluik haar in een onduidelijke kleur achter haar hoofd vastgebonden in een staart en loszittende kleding in neutrale kleuren. Patricia was op weg naar het gastcollege dat werd gegeven door Professor Hermans. Een befaamd fysicus en specialist in biochemische stoffen. Zijn colleges waren populair door hun interactieve karakter en hij stond erom bekend dat hij mensen tot nadenken dwong. Het was dan ook Professor Hermans die er verantwoordelijk voor zou zijn dat Patricia een belangrijke ontdekking zou doen door bij haar een zaadje te planten tijdens het gastcollege. In eerste instantie een onschuldig zaadje maar wel een eerste schakel in een kettingbotsing van ideeën die na 16 jaar zouden leiden tot de ontdekking. Nu moest Ben in actie komen. Er moest voorkomen worden dat Patricia en Professor Hermans op die bepaalde dag, dat bepaalde gesprek zouden voeren dat het begin van iets groots zou betekenen. Het was eigenlijk een routine klus voor Ben. Dit was een simpele kwestie van Patricia laten struikelen en, in de drukte van de hal en de stroom studenten op weg naar het college, haar toegangspas wegnemen.
Een harde botsing volgde. Patricia viel op de grond voordat ze zag wie of wat er tegen haar aanbotste. Haar spullen vlogen over de vloer van de gang. Ben griste de toegangspas van de grond.
‘Wat ben jij aan het doen?’
Ben keek recht in het gezicht van een stomverbaasde Patricia die inmiddels weer rechtop zat. Hier had hij niet op gerekend. Normaliter kon hij een zodanige chaos veroorzaken dat hij onopvallend zijn werk kon doen. Maar nu was hij voor het eerst in zijn carrière op heterdaad betrapt. Hij had zich wel eens uit een ‘vreemde’ situatie moeten kletsen, maar nu zag Patricia daadwerkelijk dat hij haar toegangspas had gepakt. Hier was een protocol voor, daar niet van, maar dat was vrij rigoureus. Ben was niet zo van het rigoureuze.
‘Ik help je even met je spullen,’ zei hij, meteen spijt hebbende van zijn zwakke reactie.
‘Ok, mag ik m’n pas dan weer terug?’
Patricia boog zich voorover en stak haar hand uit met een achterdochtige blik in haar ogen.
‘Eh, ja…nee, maar natuurlijk…,’ stamelde Ben, zijn hand met de pas angstvallig vasthoudend. Het hoefde niet lang meer te duren of ‘Het Moment’ was voorbij, maar hij nam liever het zekere voor het onzekere.
‘Nou, ik moet verder dus…,’ zei Patricia, en ze deed een greep naar Ben zijn hand, die hem wegtrok.
‘Eh, nee dat kan niet, nóg niet.’
Er begonnen zich kleine zweetpareltjes te verzamelen op zijn voorhoofd. Hij stond op, Patricia volgde in een reflex, bang dat hij weg zou rennen. Hij keek Patricia aan en besloot het ondenkbare.
‘Je mag je niet naar het gastcollege.’
‘Wat?’
‘Ik moet voorkomen dat je naar het gastcollege gaat.’
Ondertussen zag Patricia dat aan het einde van de gang achter Ben en achter de toegangspoortjes de deuren van de aula, waar het gastcollege plaatsvond, dichtgingen.
‘Was het jou hierom te doen? Wie ben jij? Waar ben jij mee bezig?’ beet ze hem toe.
‘Het spijt me, ik wil het je graag uitleggen.’

Ben was geen enkele uitleg verschuldigd aan Patricia. Maar toch was er iets dat hem bewoog haar te vertellen wat hij daar deed. Was het om zijn geweten te sussen of een lang gekoesterde wens om er met iemand over te praten? Of misschien was het iets in Patricia haar ogen dat hem het gevoel gaf dat hij het moest rechtvaardigen in de hoop dat zij het zou begrijpen.
Hij liet haar zijn agenda zien, met alle opdrachten en personen die hij op een ander pad moest leiden. Hij vertelde haar over het Grote Plan en liet haar inzien dat alles was uitgeschreven. Zaken lagen vast. En het lag vast dat zij niet was voorbestemd om enige ontdekkingen die van belang zouden zijn te doen. Na een lang gesprek liet Ben Patricia gedesillusioneerd en verslagen achter om in stilte zijn waarheid te verwerken. Alle jaren die zij al in haar studie had gestoken, alle jaren ploeteren op school, alle jaren streven naar topprestaties. Het was allemaal niets waard geweest. Het bleek allemaal nutteloos. Het was allemaal nep.

Vijf jaar later liep Ben weer richting de campus. Hij dacht nog af en toe aan Patricia. Patricia was gestopt met haar studie een week na haar ontmoeting met Ben. Ergens voelde hij zich nog steeds schuldig over wat hij Patricia aan had moeten doen. Daar had hij gewoonlijk geen last van. Dat zou zijn werk immers erg onprettig maken. Maar de veelbelovende blik die hij destijds in de ogen van Patricia had zien verdwijnen, had meer indruk op hem gemaakt dan dat hij zou willen.
Plotseling werd hij ruw aan de kant geduwd door haastige studenten. Hoewel hij voor totaal iets anders kwam, kon hij het om onduidelijke redenen niet laten om de meute te volgen. Studenten baanden zich een weg naar de aula. Ben liet zich meevoeren door de massa. In de aula was het donker en luidruchtig. Ben kon het niet goed zien maar des te beter horen dat de aula helemaal vol zat met mensen. De lichten op het podium gingen langzaam aan en een wild applaus en gejuich barstte los. Op het scherm van het podium verschenen de letters ‘Biodestic: Plastic uit de wereld’. Een persoon met gemiddeld figuur liep het podium op en ging achter de katheder staan. Ze veegde haar haar van onduidelijke kleur uit haar gezicht en boog naar de microfoon.
‘Jaren geleden ben ik gestopt met mijn studie hier omdat ik dacht dat het Grote Plan niets voor mij in petto had. Maar vandaag sta ik hier en kan ik zeggen, het enige plan dat je moet volgen is je eigen plan. Fuck het Grote Plan.’