Categorieën
Fictie

De Experience

De Experience

We waren tien minuten te laat, maar Steve stond ons op te wachten met de glimlach van een vastberaden autoverkoper. “Ik ben zo blij dat jullie erbij konden zijn. Dit zijn Brandon en Antonio”- hij wuifde naar de twee kleine mannen die op een afstandje waren blijven staan en elkaars hand vasthielden. “….en dit is Emmy”. Een vrouw in een gebleekte spijkerbroek keek even op van haar telefoon en knikte. Ze stond er zo nonchalant bij dat we meteen begrepen dat Emmy geen echte gast was, maar net als wij door Steve was uitgenodigd om voor een euro mee te doen aan zijn nieuwe Experience, die hij adverteerde via Airbnb. Hij was met ons in contact gekomen via de Facebookgroep ‘Guides in Paris’, waar mensen werkzaam in de toeristische sector advies uitwisselden over de Franse belastingdienst, over het omgaan met veeleisende klanten en vooral over het bespelen van de ongrijpbare algoritmes van Airbnb en Tripadvisor. Dat we Steve een euro betaalden was dan ook noodzakelijk, want zonder betaling telde de site ons niet mee als gast en konden we geen recensie achterlaten. “En jullie weten hoe belangrijk vijfsterrenrecensies zijn voor de zichtbaarheid”, had Steve schuldbewust gezegd.

Die ochtend hadden we een bericht van hem ontvangen, een ademloze aankondiging van wat ons die dag te wachten zou staan:

I’m so excited to show you around the Marais today. We’re meeting at 10am in front of MAISON PLISSON (93 Boulevard Beaumarchais). Together, we will choose our picnic supplies, before setting off to discover the most beautiful neighborhood of Paris. Looking forward! Steve

Steve dirigeerde ons Maison Plisson in, een delicatessenwinkel waar we kaas te proeven kregen van een Fransman in een leren schort. “Alsof je een koe aan het knuffelen bent”, zei die zonder emotie over rauwmelkse abdijkaas uit Bretagne.
Emmy, die bij alles wat de man in het schort vertelde instemmende geluidjes maakte, stond er op dat er voor de picknick een pond truffelcamembert werd gekocht, veruit de duurste kaas die ertussen lag (“Zonder truffel kán ik niet”). Het was aan Antonio om de wijn uit te kiezen, een taak die hem zichtbaar ongemakkelijk maakte. Aarzelend gaf hij antwoord op alle vragen die Steve en de man in het schort op hem afvuurden (“W-wit? Eh, droog? Fruitig, I guess?”) en wees uiteindelijk op een Sancerre, een keuze die door iedereen uitgebreid geprezen werd.

Buiten rook het naar gesmolten asfalt. “Ze leggen overal nieuwe fietspaden aan”, legden wij uit. “Parijzenaren vinden het vreselijk, maar wij als Hollanders vinden dat natuurlijk fantastisch.” Omdat we niet voor het eten hadden hoeven betalen voelden we ons schuldig, dus probeerden we Brandon en Antonio zo goed mogelijk te vermaken. We stelden ze de vragen waar Amerikanen in Parijs graag antwoord op geven. Ja, het was hun eerste keer in Europa, zeiden ze, dit was hun huwelijksreis. Ze waren vorig jaar al getrouwd, maar toen had Antonio geen vrij kunnen krijgen van zijn werk. Brandon, een software engineer, vertelde dat dit al hun vierde Experience was – ze waren gefotografeerd op de Pont Alexandre III door een semi professionele fotograaf, ze waren afgedaald in een vochtige wijnkelder om daar bij kaarslicht Bordeaux te drinken en ze hadden chouxdeeg leren maken in de krappe keuken van een snel pratende pâtissier met een bekend YouTube-kanaal. “Het is zo’n makkelijke manier van reizen, we leren de
cultuur echt snel kennen,” zei hij, zachtjes hijgend van het lopen. “En je hebt altijd iets te doen.”

Toen de stoep te smal werd om naast elkaar te kunnen lopen, viel het gesprek stil. We herkenden de route die Steve uitgekozen had. Wij kwamen er ook vaak met onze rondleidingen, want het was een uitgelezen plek om toeristen met een beperkt tijdschema het gevoel te geven dat ze Parijs werkelijk hadden gezien. In deze buurt, ooit gebouwd op drassige grond in de oksel van een afgestorven rivierarm, vind je steegjes die zo nauw zijn dat zelfs taxichauffeurs er stapvoets rijden en verzakte panden waarvan de eeuwenoude façades hardnekkig in stand worden gehouden. Zeker in de vroege ochtend, als er weinig verkeer is en de lucht koud en vochtig aanvoelt, hangt er in deze straten een plechtig historische sfeer, alsof je op elk moment tegen een haastig opgeworpen barricade vol hongerige revolutionairen aan kunt lopen. Driekwart van het vastgoed hier, had een collega-gids ons verteld, is het bezit van Amerikaanse eigenaars.

Steve stopte bij de ingang een klein park, ingeklemd tussen gebouwen, en maakte een ta da-gebaar met zijn arm, als teken dat we het tafereel goed in ons op moesten nemen. Op een van de bankjes zat een man tegen de leegte te mompelen, een geopende wijnfles naast zijn voeten. “Dit soort parkjes zijn typisch Europees”, zei Steve. “Hier laten mensen hun kinderen spelen, laten ze hun hond uit, eten ze hun lunch. Niet iedereen heeft een auto, dus lokaal groen is belangrijk. In Rome, daar heb ik een tijdje gezeten, is het precies zo.” Brandon en Antonio luisterden met stille gezichten, nog altijd hand in hand. Emmy was bezig met haar telefoon en was ergens ontsteld over, zagen we. Haar mond hing een stukje open, alsof er elk moment een oh my god uit kon vallen.
“Wat voor soort Experience doe jij?” vroegen we haar zachtjes, om de sfeer goed te houden (een gevoeligheid die we ontwikkeld hadden door het geven van urenlange rondleidingen aan groepen toeristen met wisselende hoeveelheden interesse en energie). Emmy’s uitdrukking veranderde meteen en ze opende Instagram op haar telefoon. “Kijk”, zei ze, en onder haar vinger zagen we een eindeloze rij van picknickmanden voorbij razen, allemaal van bovenaf gefotografeerd en tot over de rand gevuld met bedauwde flessen champagne, stokbroden en losjes bij elkaar gebonden veldbloemen. Ze organiseerde picknicks, inclusief fotosessie, op een door haar geselecteerd grasveld “met het allerbeste uitzicht op de Eiffeltoren”, vertelde ze. Ze wees op een foto van een lachend stel op een picknickkleed, met achter hen de toren die als Godzilla aan de horizon opdoemde. Het liep tot nu toe heel erg goed op Airbnb, zei ze, al was het jammer dat niet iedereen respect had voor originaliteit.

We wilden weten wat ze daarmee bedoelde, maar Steve onderbrak ons met de vraag of hij ons nog iets over het parkje kon vertellen. Hij lachte maar zijn ogen schoten onzeker heen en weer, alsof hij bang was dat we met ons gepraat over andere Experiences een illusie zouden verbreken voor Antonio en Brandon. “Hoeveel parken zijn er eigenlijk in Parijs?” vroegen we. “Bijna vierhonderd”, antwoorde Steve, dankbaar.

De rest van de rondleiding hielden we onze mond, terwijl Emmy ons af en toe veelbetekenend aankeek. In de Rue de Rosiers vertelde Steve over de gefillte fisch die hij daar wel eens had geproefd (“echt heel apart”) en verzekerde hij ons dat de falafel van L’As du Falafel het wachten in de rij waard was (“Lenny Kravitz komt er graag”). Ook hielden we even stil bij de betegelde gevel van wat ooit het restaurant van Jo Goldenberg was, maar voor hij begon te praten leek Steve zich te bedenken en gebaarde hij ons om verder te lopen.“We zijn niet ver meer van de Place du Vosges”, zei hij, opgewekt. “Hebben jullie al honger?”
Hij liet ons even alleen om brood te halen in een drukke bakkerij (“als er een rij staat is dat een goed teken!”) en Emmy draaide zich naar ons toe om haar verhaal af te maken. Ze was er zojuist achter gekomen dat een Russisch meisje net als zij een picknick en fotosessie was gaan aanbieden Airbnb, op precies hetzelfde grasveldje, voor de helft van de prijs. “Ze doet precies hetzelfde als ik, maar dan met brie van fucking Carrefour” zei Emmy nijdig. “Ik wed dat ze de druiven niet eens wast.”

Ineens hoorden we een kreet. We draaiden ons om en zagen Antonio en Brandon, hun gezichten vertrokken van afschuw. Ze staarden naar een figuur, die we onmiddellijk herkenden als de prevelende man uit het parkje. Zijn broek hing op zijn knieën en hij hurkte voorover, terwijl hij midden op straat zijn ontlasting liep lopen. Het kletterde op de kasseien.

Een ogenblik later, aan de andere kant van de straat, kwam Steve tevoorschijn uit de bakkerij. Hij liep naar ons toe met een samenzweerderige glimlach en vier stokbroden onder zijn arm. “Ik ga jullie iets uitleggen”, zei hij. “Weten jullie wat cuite betekent? Dat klopt ja, gebakken. Fransen zijn enorm kieskeurig als het gaat om hun brood. Als je een bakkerij ingaat hoor je gegarandeerd iemand om een stokbrood bien cuite of pas trop cuite vragen. Met een donkere krokante korst, of juist licht en zacht”. Steve keek verwachtingsvol naar Brandon en Antonio, die allebei nog een beetje bleek zagen. “Ik heb twee van elk gekocht”, zei hij, “dan kunnen jullie zometeen bij de picknick het verschil proeven”. Hij stopte de broden, allevier precies even goudbruin, voorzichtig in zijn rugzak. Op de mouw van zijn jasje bleef wat meel achter.