Categorieën
Fictie

De eerste schifting

De eerste schifting

De criticus had spaghetti gemaakt. Zijn dochter was juist de tafel aan het dekken toen ze hem in de keuken een harde zucht hoorde slaken. Ze vond hem gebogen over zijn laptop, de dampende borden op het aanrecht vergeten. ‘Ik wilde alleen mijn mail even checken,’ zei hij verslagen. ‘De inzendingen blijven maar binnenstromen. Ik had me nooit moeten laten overhalen om in de jury te gaan zitten.’
Met een droogdoek wreef hij zijn beslagen brillenglazen droog. Ze vond hem oud, opeens.
Ze ging hem voor naar de eettafel, beide borden in haar handen. Tegenover elkaar namen ze plaats. Ze had de boeken en manuscripten die de tafel bedekten voor de gelegenheid tegen de muur gestapeld, wijnglazen neergezet en een kaars aangestoken, zodat er zowaar wat sfeer in de kamer ontstond, maar haar vader had er geen oog voor. Afwezig draaide hij de spaghettislierten om zijn vork.
‘Je hoeft ze toch niet allemaal te lezen?’ zei ze. ‘De meeste verhalen vallen vast meteen af als je er even een blik op werpt.’
‘Zelfs vluchtig doorkijken gaat me uren kosten,’ antwoordde de criticus. ‘Hoe moet ik dat combineren met mijn deadline voor de krant?’ Hij staarde mismoedig door het raam.
Er klikte iets in het hoofd van de dochter, die computerwetenschap studeerde. ‘Ik schrijf wel een programmaatje om je te helpen met de eerste schifting,’ zei ze. ‘Maar je moet me wel even helpen. Wat mag er absoluut niet in een verhaal staan?’
De criticus hoefde niet lang na te denken. Op zijn vingers telde hij af.
‘Sentiment, oppervlakkigheid, moderniteiten, ijdeltuiterij en semi-erotisch geleuter.’
‘Daar kan de computer niks mee. Maak het concreet. Wat is voor jou een reden om een verhaal meteen weg te leggen?’
Ze sprak tegen hem alsof ze het tegen een klein kind had, maar wanneer het op technologie aankwam, was dat waarschijnlijk ook wel terecht, dacht hij en hij slikte zijn terechtwijzing in. Ze was tweeëntwintig, hoe lastig het ook was om het begrijpen hoe dat zo snel had kunnen gebeuren. Ze haalde de laptop uit de keuken, schoof haar bord opzij en keek hem verwachtingsvol aan.
‘Ik heb een gruwelijke hekel aan anachronismen en pedant-doenerij,’ begon hij. ‘Laten we zeggen dat alle woorden die je in spreektaal niet of nauwelijks tegenkomt, maar waarvan jonge schrijvers schijnen te denken dat het ze gewiekst doen klinken, een rode vlag opleveren.’
Ze begon te typen.
‘Wat nog meer?’
‘Verkleinwoordjes. Vreselijk. Anglicismen. Niet om doorheen te komen.’
‘En wat bedoel je precies met semi-erotisch geleuter?’
‘Alle woorden die eigenlijk alleen oké zijn als je over een hond praat.’
Hij schonk een glas wijn voor haar in en toen een voor zichzelf. Ze proostten. De criticus raakte op dreef.
‘Columnistengebabbel: dát is pas de dood in de pot voor ieder goed verhaal. Zodra er korte zinnen zonder persoonsvorm aan te pas komen, hoeft het voor mij niet meer. En waarom denken schrijvers dat het geestig is om personages met een hoofdletter aan te duiden? De verloofde, de meneer – Joost mag weten waarom, maar bijna alle debutanten bedienen zich van hetzelfde vrouwenbladenjargon. Kan die computer van jou daar wat mee?’
Ze keek op van het scherm en trok een zuinig mondje. ‘Ik zal zien wat ik kan doen. Zijn er ook onderwerpen die we kunnen uitsluiten? Dingen die je niet meer kan horen?’
‘Het virus waarvan ik de naam niet zal noemen!’ riep hij uit. ‘Eenieder die het wel doet, ligt eruit!’
De dochter klikte ze een paar inzendingen aan.
‘Ze zijn bijna allemaal in de ik-vorm geschreven,’ merkte ze op.
Hij kreunde. ‘De ik-vorm, die vergat ik nog.’
Ze grinnikte. ‘Alle verhalen in de ik-vorm vallen af. Dat schiet lekker op. Is het erg als het verhaal aan alle eisen voldoet, maar verder nergens over gaat?’
Hij dacht even na. ‘Neuh.’
Ze ging aan het werk. Een tijdlang hoorde de criticus niets anders dan het getik van haar vingers op de toetsen. Het ging veel sneller dan wanneer hij schreef. Hij nam een slok wijn en keek naar haar gebogen hoofd met de lange haren die ze gedachteloos achter haar oren schoof, waar ze onmiddellijk weer achter vandaan kwamen. Precies haar moeder.
‘Vergeet niet te eten,’ zei hij met een knikje naar de koud geworden pasta, maar ze ging helemaal op in haar werk en hij wist dat het zinloos was om aan te dringen. Hij nam zelf een paar happen en stelde vast dat hij de kunst van het koken na de scheiding best aardig onder de knie had weten te krijgen. Al met al was zijn leven zo gek nog niet tegenwoordig.
‘Klaar,’ zei ze even later. De code op het beeldscherm scheen hem volkomen onbegrijpelijk toe. Ze deed geen poging om hem uit te leggen wat ze precies had gedaan.
‘Nu eens kijken wat het oplevert.’
Uit de laptop klonk een luid gebrom, alsof het ding protesteerde tegen de zware taak die hem werd opgedrongen. De criticus vulde de wijnglazen bij. Het was donker geworden. Kaarsvet drupte gestaag op de eettafel. Hij dacht aan zijn deadline. De laptop maakte een geluid alsof hij ieder moment kon opstijgen. Ten slotte draaide de dochter het beeldscherm naar hem toe. Het duurde even voordat hij begreep waar hij naar keek.
‘Er blijft nog maar één inzending over.’
‘Komt dat even goed uit.’