Categorieën
Fictie

De blokkade

Gedachten schieten alle kanten op, drukte in mijn hoofd. Verward staar ik voor mij uit. De stilte overheerst, het pijnigt mijn oren. Mijn lippen openen zich voorzichtig om geluid naar buiten te laten, maar er volgt niets. Ik blokkeer. Zachtjes hoor ik de klok tikken, waarschijnlijk slechts enkele seconden, voelbaar als uren. Twee paar ogen kijken mij afwachtend en vragend aan: “En…? Wat vind je?” vraagt er één. Tja, wat vind ik? Ik probeer de vraag weer in beeld te krijgen en mijzelf te richten op mijn eigen mening. Hoe kan ik mij zo druk maken over een antwoord op een vraag? Kom op! Praat ik mijzelf in, zeg gewoon wat je denkt! Maar eigenlijk is de trieste waarheid dat ik geen mening heb, althans die zal ik wel hebben maar ik herken het niet meer. De meningen en gedachten van anderen zitten in mijn hoofd gegraveerd waardoor mijn eigen gedachtes zijn weggevaagd. Wie ben ik? Wat denk ik? Waarom kan ik niet antwoorden op een simpele vraag? Een simpele vraag waarvan ik weet welk antwoord ze uit mijn mond willen horen, maar… ik kan het niet.

“Ik weet het niet” antwoordde ik. “Je weet toch wel wat je denkt?! Doe niet zo verlegen!”. Verlegen… Dat is wat iedereen dacht over mij, maar het is alles behalve de waarheid. Het probleem is dat ik niet weet wat ik denk. Mijn gedachtes zijn eigenlijk standaard geprogrammeerde antwoorden die zeer wenselijk zijn voor de buitenwereld. Zolang ik de anderen maar te vriend hield, het liefst iedereen. Dit alles gaat ten koste van mijzelf, had ik dit maar eerder ingezien. Een zoute druppel verlaat mijn ogen en vormt zich tot een traan. “Ik weet het gewoon niet, oké?!”. Mijn emoties overrompelen mij en de gedachten vliegen alsmaar sneller. Het voelt alsof op elk moment mijn hoofd uit elkaar knapt. En dit alles door gewoon een simpele vraag waarop elk ander mens een antwoord zou kunnen geven, behalve ik. Ik wil gewoon weg, zakken door de grond, mijn eigen hoofd ontvluchten waarin een blokkade ervoor zorgt dat ik niet bij mijn eigen ‘Ik’ kan. Ik wil gewoon weg, gewoon weg. Ik grijp mijn tas en vlucht de deur uit. Voor het eerst in mijn leven voel ik me echt, zet ik een stap door geen wenselijk antwoord te geven, ik laat emoties toe. Als ik iets niet weet, dan is dat toch ook een antwoord?

Even later vind ik mijzelf thuis, neergeploft op de bank met minstens vierentwintig kapotgescheurde doorweekte zakdoekjes die mij omringen. Ik bestempel mijzelf als een totaal emotioneel wrak, meer dan dat zal ik niet zijn. Het gevoel van eenzaamheid beklijft me, als ik niet eens weet wie ik zelf ben… Ik voel een boosheid opkomen, boos op alle mensen die mij dingen hadden opgelegd. Zij die ervoor zorgden dat ik mijn eigen ‘ik’ langzaam kwijtraakte. Zij… Hoe vind ik mijzelf terug? Hoe verwijder ik de ingegraveerde gedachten uit mijn hoofd? Hoe word ik weer ik?