Categorieën
Fictie

De Architect

Vanuit de omgedraaide bestuurdersstoel, keek ik hoe David van het kleine tafeltje in de camper binnen twee passen voor het koelkastje stond.
‘Jij ook nog een biertje, Nia?’ vroeg hij, terwijl hij gehurkt de groentelade open trok, die hij voor deze avond een andere bevoegdheid had gegeven.
‘Kom maar door,’ antwoordde ik hees, waarna ik het pakje Gauloises van het verstelbare tafeltje op pakte en Myrthe, tegenover mij, vragend aankeek.
‘Pak maar gewoon, schat,’ antwoordde ze. ‘Je hoeft het niet meer te vragen hoor. Oh, en pak er ook eentje voor mij, dan kom ik met je mee.’ Ik opende het nieuwe pakje en tikte met mijn wijsvinger tegen de onderkant, waardoor er een paar sigaretten naar boven schoven.
Het was een heldere avond in januari en de kou die ermee gepaard ging, deed me besluiten om toch de houtje-touwtjes van mijn jas, vast te knopen. Ik overhandigde Myrthe één van de twee sigaretten, die tussen mijn vingers geklemd zaten. Terwijl Myrthe bezig was om het uiteinde van haar sigaret in het flikkerende vlammetje van haar aansteker te houden, opende ik mijn biertje en zette deze aan mijn mond. Gretig liet ik de koude, bittere drank in mijn mond lopen, waarna ik het met grote slokken liet verdwijnen. Tevreden voelde ik hoe de alcohol mijn straffe mentale restricties deed versoepelen, waarna mijn lichaam, ondanks de kou, ook ontspande, zoals na het uitrekken van knellende wandelschoenen. Ik keek naar Myrthe die een rookwolk uitblies, van een indrukwekkend volume.
‘Hoe is het eigenlijk met je, lieverd?’ Myrthe sprak zachtjes met een bezorgde klank in haar stem, terwijl ze mij de aansteker overhandigde.
‘Ik heb geld geërfd,’ biechtte ik op. ‘Ik twijfel of ik het wel had moeten aannemen.’
Myrthe keek bedenkelijk naar me. Even meende ik medelijden te zien in haar ogen, waarna haar gezichtsuitdrukking verhardde.
‘Dat is dan het enige wat die klootzak goed gedaan heeft. Mensen komen op hun sterfbed wel vaker tot inkeer.’
Als ik Myrthe niet zo goed gekend had, zou ik haar wellicht hebben aangesproken op haar harde woorden, met een nog hardere intonatie. Maar, dit was mijn Myrthe. Ik wist dat haar felheid met betrekking tot mijn vader, gevoed werd door een ondragelijk schuldgevoel. Myrthe nam nog een hijs en glimlachte daarna weer liefdevol naar me.
‘Ik vind het goed dat je het hebt aangenomen. Geld is toch gewoon geld. Verwen jezelf, zou ik zeggen.’
Ik haalde mijn schouders op.
‘Toch is het is niet zo simpel voor mij, Myrthe.’
Ze sloeg verslagen haar ogen naar beneden, waarna ze mij weer voorzichtig aankeek. Ik nam intussen nog een slok van het blikje bier dat, samen met de koude buitenlucht, mijn hand begon te verkleumen.
‘Heb je het al met Vera besproken?’
‘Nee, nog niet,’ bekende ik. ‘Ik zie haar overmorgen.’
De gedachte aan mijn psycholoog activeerde mijn gebruikelijke gejaagdheid. Ik besloot de wrange knoop die zich in mijn maag vormde met flinke teug weg te spoelen.
‘Goed!’ zei ik iets te kordaat. ‘Laten we er nou maar een leuk avondje van maken. Hè?’
Ik glimlachte naar Myrthe en zij grijnsde begripvol naar me terug.

Ik werd de volgende ochtend met lichte hoofdpijn wakker in het logeerbed, dat zich boven de bestuurdersruimte bevond. De lichamelijke retributie van de overmatige alcoholinname viel mij allerzins mee. Ik opende het gordijntje, dat aan het plafond bevestigd was om de slaapruimte af te schermen en voelde agitatie nadat ik zag dat Myrthe haar badjas, twee handdoeken en douchespullen voor mij had neergelegd op het tafeltje. Ik deel te veel met haar, bedacht ik chagrijnig, terwijl ik voorzichtig uit het logeerbed naar beneden klom. Ik trok de badjas over mijn pyjama aan en greep giftig naar de rest.

Via de brede grindpaden liep ik het troosteloze, rechthoekige terrein over, langs de verschillende campers en omgebouwde woonbusjes. Het camperpark, gelegen in een onaantrekkelijke uithoek, had een goede busverbinding met de stad, waar Myrthe, David en ik waren opgegroeid. Mijn pasgehuwde vrienden verhuurden hun appartement en woonden in hun camper om hun reiswens te verwezenlijken. Om de zoveel maanden maakten ze van het camperpark hun woonplaats om vrienden en familie te bezoeken. Ondanks het uiterst droeve en fantasieloze simplisme van het park, was ik er wel door gecharmeerd. Ik kon niet besluiten of dit kwam door een vorm van conditionering, als gevolg van de leuke avonden die ik hier had, of dat de afwijking van de norm en de vrijheid van woonvorm mij wel beviel. Deze gedachte verliet me, toen ik arriveerde bij de grijze sanitair-containers. Ik observeerde de kleine raampjes aan weerszijden van de sombere constructie en besloot te gaan voor de middelste ruimte, zodat mijn privacy gewaarborgd bleef. Met tegenzin opende ik de massieve deur, die door het zware materiaal waar het van gemaakt was, mij toch van een vleugje geborgenheid voorzag. Ik sloot de deur achter mij en draaide het slot fanatiek dicht, om de fysieke en mentale barrière tegen de buitenwereld te verzekeren. Eenmaal binnen, nam ik de ruimte kort in mij op. Geheel volgens patroon, bestond deze uit goedkoop en inspiratieloos materiaal. Er was een wc, een wasbak met spiegel en een douchecabine, die was afgeschermd met een douchegordijn, gekleurd in hetzelfde asgrauwe grijs als de buitenkant van de containers.
Tot mijn verbazing was er iets aan het hokje wat mij, geheel tegen verwachting in, op me gemak stelde. Het was er aangenaam warm en zonder erbij na te denken trok ik rustig mijn kleren uit. Zodra ik mij bloot naar de douchecabine verplaatste, ontweek ik zoals gewoonlijk de spiegel. Toch voelde ik mij niet opgejaagd of broos. Het ging geleidelijk, kalm zelfs. Voor ik het wist, stond ik onder de douchekop met mijn hand op de zilveren knop, waarvan het midden was voorzien van een rood stipje. Ik drukte in en liet los.

Zodra het water mij raakte, wist ik dat er iets exceptioneels aan de hand was. Het was alsof ik de reinheid van de warme druppels instinctief kon aanvoelen. Het overspoelde mij en bracht me tot een innerlijk conflict, tussen een ongekende overweldiging en pure innerlijke rust. Twee uiterste, die in mijn geest tot een balans kwamen, naar elkaar aantrokken als magneten. Elk druppeltje van de warme stroom leek een inwendig licht te bevatten, dat slechts kon zuiveren. De druppels leken zowel te vallen als te stijgen. Ze leken in hun dimensie geen boodschap te hebben aan de zwaartekracht. Het water omringde en ontfermde zich over mij. Het ritme van de aanraking was als een prettige vibratie. Koesterend, troostend en helend. Wanneer ik mijn ogen sloot, zag ik de druppels in mijn geest, glinsterend als een sterrennevel. Een melkwegstelsel, die zich enkel bevond in de kleine douchecabine. Ik voelde hoe het wonderlijke water mij overal op mijn naakte lichaam raakte. Hoe het over mijn gezicht, lippen, borsten, billen en vagina stroomde, mijn vrouwelijkheid beamend.
Alle kwetsbaarheid, destructiviteit en zelfhaat, huizend in en gericht op mijn feminiene zijn, voortkomend uit mijn toegebrachte gebrokenheid, spoelde van mij af en verdween in het afvoerputje. Ik draaide me naar de straal toe en streelde met mijn handen over mijn heroverde tempel, dat mijn lichaam was. Tranen van opluchting en geluk stroomden met de douchestraal mee, een wordend met het waterballet. De drukknop schoof langzaam naar voren, terug op zijn oude plek. Zo plots als het water was verschenen, verdween het ook weer. Ik drukte niet nogmaals, simpelweg, omdat het niet nodig was. Ik schoof het plastic gordijn opzij en stapte herboren de douche uit.

Mijn uitzonderlijke ervaring had mij veranderd. Dit was direct duidelijk, toen ik mij weer voegde bij het stel dat inmiddels was begonnen aan het ontbijt. Na mijn uitleg over de douche trok David een wenkbrauw op.
‘Lieve Nia, er zijn maar vier deuren. Er is helemaal geen middelste douche. Er staan daar twee containers met een houten schot ertussen.’
David had gelijk. Zodra we met zijn drieën voor de containers stonden, was de middelste douche verdwenen. Of zoals David herhaaldelijk aangaf, er nooit geweest. Het feit bleef dat ik onomkeerbaar veranderd was. Ik hoefde daar geen fysiek bewijs voor, maar was wel geïntrigeerd geraakt door mijn belevenis. Ik had de behoefte gekregen om het met iemand te delen die het begreep, dus besloot ik via het internet opzoek te gaan. Zo kwam ik terecht op een besloten forum met lotgenoten. De ervaringen, die daar beschreven werden, waren verschillend, maar bezaten altijd drie overeenkomsten. Een ruimte, een levens veranderende gebeurtenis en het verdwijnen van de ruimte. Op het forum werd gespeculeerd over een mogelijke schepper van deze ruimtes. Een fenomeen, dat de naam ‘de architect’ had gekregen. Na alle berichten, locaties en ervaringen meerdere malen te hebben doorgelezen, maakte een idee zich van mij meester. Met het geërfde geld kocht ik een klein campertje, waarmee ik inmiddels op het camperpark sta. De reis die voor mij ligt, is nauwkeurig uitgestippeld en gedreven door mijn nieuwgevonden doelstelling: ik ga de architect vinden.