Categorieën
Fictie

Careful with that Axe, Eugene

Het is de laatste dag van zijn leven, maar dat weet hij nog niet. De plaat van Frank Zappa zwijgt. Hij staat op en draait hem om. Dan gaat hij weer op zijn bureaustoel zitten, rolt een joint, en leunt achterover. Vanochtend schoor hij zich voor het eerst in maanden. Zorgvuldig knipte hij de lange striemen krullend baardhaar af, voordat hij er met de trimmer overheen ging.
Zou hij aan zijn kinderen denken, nu hij daar zo zit, achterovergeleund in die stoel, en het halflege blikje bier op de boekenplank zet? Of zou hij dat niet meer doen, om zichzelf te beschermen? Deze man weet als geen ander dat je gedachten niet kan bedwingen, dus laten we voor het verhaal zeggen dat hij aan hen dacht. Het is mijn waarheid, ik mag kiezen wat er gebeurt.

Als ik het mocht kiezen, de waarheid, dan zou ik hem laten opstaan. Als een marionettenpop aan mijn touwtjes zou ik hem zijn jas laten aandoen en naar de deur lopen. Moet hij ze niet eerst bellen? Nee, hij heeft ze gisteren al gemaild, in mijn waarheid. Niet zo’n verschrikkelijke, smekende, aanhankelijke mail die ze van hem gewend zijn. Nee, het is een aardige mail. Lucide, kan je zeggen. Gewoon een vader die zijn kinderen een seintje geeft voor hij langskomt.
Hij gaat eerst naar Chris, omdat die het dichtstbij woont. De jongen woont in een driekamerappartement vol planten met zijn vriendin Yara. Yara en Chris zijn meer dan drie jaar samen. Ze willen trouwen en kinderen, maar soms barst Chris uit in woedaanvallen die niemand kan voorzien. Meestal wanneer hij dronken is. Vandaag heeft hij niet gedronken. Hij is bang. Hij weet niet waarom hij thuis bleef. Het liefst was hij weggerend, zo angstaanjagend normaal was die mail, maar er was ook iets in die normaliteit dat hem deed blijven.
Hij kwam binnen, Chris’ vader, die we, merk ik nu, nog geen naam hebben gegeven. We noemen hem Leroy, de naam die op het schilderij aan mijn muur staat. Hij geeft Chris een handdruk. Die vraagt of hij een biertje wil. Leroy probeert nee te zeggen, maar knikt ja. Ze gaan zitten. Over een uur komt Yara thuis van werk, zegt Chris. Leroy glimlacht. Wil vragen wanneer hij Yara nog eens mag zien, maar doet het niet. Zoveel van iemand houden als hij van deze jongen houdt, is moeilijk, denkt hij vol zelfmedelijden. Chris ziet hoe Leroys dikke vingers het glas omklemmen en rood worden. Hij ziet hoe diezelfde vingers de gelakte steel vastgrijpen, hoe het blad glinstert in het zonlicht. Leroy vraagt hoe het op school gaat, of hij al bijna kok is, en zegt dat hij dat kooktalent toch echt van hem heeft. Of het echt zo had kunnen gaan, weet ik niet, het karakter van Leroy veranderde continu. Dus hij kan vandaag best de geïnteresseerde vader spelen. Chris gelooft er toch niets van.
Chris had niet begrepen waarom hij kwam, weet Leroy, terwijl hij kiezelsteentjes voor zich uit schopt op het trottoir. Hij is boos op zichzelf omdat hij niet had kunnen zeggen wat hij wilde zeggen en is boos op Chris omdat die het niet gewoon begreep. De hele weg naar Marscha zoekt hij de juiste woorden. Zij begrijpt dingen doorgaans beter, denkt hij als hij het trappenhuis naar haar appartement beklimt. Joep blaft niet bij het geluid van zijn voetstappen in het trappenhuis, waardoor hij weet dat ze er niet is. Op de deur plakt een envelop met zijn naam erop. Leroy vraagt zich af of hij de brief van zijn enige dochter wel wil lezen, terwijl hij met zijn wijsvinger als mes de envelop opensnijdt.

Ze schrijft dat ze het allemaal gezien heeft, door de spijlen van de trap. Hij weet wat papier met waarheden kan doen en smeekt haar in gedachten om het niet te doen met dingen die toch niet veranderd kunnen worden. Vol afschuw leest hij wat ze schrijft. Opnieuw trekt ze een lijn tussen hun twee werelden, tussen hun twee waarheden. Hij weet dat het niet het ene of het andere moet zijn, er ligt nog een heel kleurenpallet aan mogelijkheden tussenin. Als hij daarover gaat nadenken, wordt hij weer gek. In haar waarheid, haar wereld, is hij dat nog steeds – is hij nooit iets anders geweest. Een week later leest Marscha de brief voor tijdens de condoleance, met haar ellebogen steunend op de rug van een stoel, haar wangen nat van de tranen.
Nu zit de brief nog in Leroys borstzak, terwijl hij naar zijn oudste zoon vertrekt. Die woont in een ellendig antikraakcomplex waar schimmel op muren groeit. Misschien moet hij Sander de brief laten lezen, denk hij. Vragen wat waar is en wat niet. Het zou gewoon een mogelijkheid toevoegen aan het verhaal. Hij kan niet meer nadenken over al die mogelijkheden, al die waarheden. Misschien kan hij zijn eigen verhaal vertellen. Misschien zou zijn oudste zoon het begrijpen, of tenminste proberen.

Sander zit achter zijn computer. Naast hem kringelt de rook van een vers gerolde joint omhoog. Als zijn vader aanbelt, hoort hij het niet meteen, want de nieuwe plaat van Arctic Monkeys overstemt elk geluid. Dat heeft hij zichzelf aangeleerd, hij zet muziek luider en luider tot hij geen besef meer heeft van de wereld om zich heen. Een goed excuus om de telefoon niet op te nemen en de deur niet open te doen. De derde keer hoort hij gerinkel door de melodie heen. Hij staat op, hoopt misschien dat ik het ben om alles terug te nemen, en doet de deur open.
Hoe reageert mijn geliefde als hij zijn vader ziet? Ik heb het nooit gezien. Wordt hij weer een klein kind, zoals ik bij mijn ouders, of gedraagt hij zich als de uit de kluiten gewassen man die niemand nodig heeft, die hij in die tijd probeerde te zijn. Ik weet wel dat hij hem moet hebben aangesproken als Leroy, hij noemde hem nooit papa.
Bij het zien van zijn oudste zoon, worden Leroys ogen glazig. De jongen lijkt zo op hemzelf dat het hem angst aanjaagt. Sander ook. Het laatste was hij wil, is zijn zoals Leroy. Maar de man heeft hem gemaakt, zijn bloed stroomt door zijn aderen, probeer daar maar eens onderuit te komen. Sander zet een stap opzij en laat Leroy binnenkomen. Omdat het gangetje naar zijn kamer smal is, raken de schouders van Leroy die van zijn zoon bijna. Leroy voelt de weerstand van de wind tussen hun lichamen en beseft dat hij zijn zoon al twee jaar niet meer heeft aangeraakt.
Sander schuift wat kleding op zijn bed aan de kant en gebaart dat Leroy kan gaan zitten. Zelf gaat hij op zijn bureaustoel zitten, die hij op voorhand omhoog krikte, en draait zich naar zijn vader toe. Hij zakt onderuit, verstrengelt zijn vingers voor zijn onderbuik en staart ernaar. Vroeger zou zijn vader iets van deze houding gezegd hebben, maar daar heeft hij nu het recht niet meer toe.
Leroy zegt alles wat hij tegen Chris niet zei, spreekt de woorden uit die hij onderweg naar Marscha bedacht. Hij vertelt dat het niet zo ging, dat het niet de bedoeling was, maar Sander schudt zijn hoofd terwijl hij naar zijn vingers staart, die nu met het stompje spelen waar ooit zijn duim zat. Af en toe, als het echt moet, mompelt hij een ontkenning. Alsof het woord ‘ja’ uitspreken te veel moeite kost. Zelfs op de vraag of het echt zo erg was, antwoordt hij ‘nee’ en dat jaagt Leroy helemaal op de kast.
Leroy roept dat hij wakker moet woorden en de waarheid onder ogen moest zien, dat hij niet altijd in zijn fantasiewereld kan blijven leven. Hij weet dat hij hier een zwakke plek te pakken heeft. Het is Sanders’ grootste angst net als zijn vader in een zee van illusies te verdrinken. Ach, dit hele verhaal is een illusie, maar dit deel is waar. Of we het nu opschrijven of niet, dat verandert er niets aan. Dat Sander na die woede-uitbarsting zijn vader bij de schouders nam en de deur uit duwde, verandert ook niets. Niets van wat Leroy zegt kan ook maar iets aan het verhaal veranderen.

Als Leroy zijn appartement weer binnenkomt, haalt hij de plaat van Frank Zappa van de speler en vervangt die door Pink Floyd. Terwijl ze Careful with that Axe, Eugene zingen, rolt hij een joint en leunt hij achterover in zijn stoel. Hij rijkt zijn arm uit naar het halflege bierblikje op de boekenplank, helt daarbij iets te ver naar achter, en valt. De koude van de vloer baant zich een weg door zijn schouderbladen. Hij blijft liggen. Een plas verspreidt zich rondom zijn hoofd. De kou voelt als genade. Hij geniet ervan, sluit zijn ogen en vraagt zich af hoe het kan dat zijn kinderen hem nog steeds zo slecht begrijpen, na al die jaren.