Categorieën
Fictie

Buitenboordmotor

Buitenboordmotor

Het is begonnen op de dag dat ik met Bernadette op de achterbank was beland van de knalgele Alfa Romeo van haar vader. En route naar Harderwijk, het Dolfinarium, een cadeautje nog voor haar verjaardag, had Harry gezegd. Ik mocht hem Harry noemen, want zo heette hij, en daar viel niets tegen in te brengen.
Bernadette was een stil meisje met volle lippen, gitzwarte krullen en oneindig lange benen waarvan de knieën iets naar binnen stonden. Ze kon zwemmen als een zeemeermin, veel beter en soepeler dan ik. Ik bleef weliswaar boven en genoot van de broeierige sfeer van het binnenbad en van de dikke chloorlucht, maar dat was het dan ook. Bernadette was anders. Vooral onder water was ze een natuurtalent. Met gemak zwom ze anderhalve baan zonder boven te komen en als je het mij vroeg hield ze zich nog in en kon ze er gemakkelijk een of twee bij pakken. Prik me niet vast op een dag of week, maar ongeveer vanaf dat ze vorig jaar op achtentwintig februari veertien was geworden, werd ze clubkampioen bij de Akwamarijn. Volwassen vrouwen en zelfs mannen die al jarenlang elke dag trainden, versloeg ze zonder noemenswaardige inspanning. Alsof ze een buitenboordmotortje tussen haar benen had verstopt dat opstartte zodra haar lichaam het water raakte. Haar armen liet ze voor de show maar wat wapperen, iets wat bij gewone stervelingen, in ieder geval bij mij en mijn vrienden, precies andersom was. Wij moesten het juist hebben van onze armen. Benen waren zompige ledematen die er net zo goed niet hadden kunnen zijn.
We vonden het wel cool om eens een keer niet zelf het water in te hoeven duiken. Om te zien hoe de dolfijnen het deden was veel spannender en we waren opgewonden dat we, dicht bij elkaar op de achterbank, anderhalf uur in de auto konden zitten om vervolgens de onbekende wereld van Flipper binnen te gaan.
Voor mijn part kwamen we helemaal niet aan in Harderwijk. Van dichtbij rook ze heerlijk naar de zee en mijn ogen kwamen niet meer los van haar lange, gebruinde benen. Heel wat anders dan die knokige stelten van mezelf. Kregen we maar een ongeluk, niet heftig natuurlijk, maar wel zo dramatisch dat we in een Van de Valk ofzo moesten overnachten, lekker te eten zouden krijgen en we dan tegen elkaar aan mochten liggen en misschien wel konden zoenen want dat had ik nog steeds niet gedaan. Verder niets, want volgens mijn vader was ik een laatbloeier en was zulke ranzigheid niets voor mij. Toch sloot ik niet uit dat ik dan ook haar benen zou kunnen aanraken, alleen maar om te voelen hoe zacht en gespierd ze waren en stiekem natuurlijk ook om tegen de jongens te kunnen zeggen dat het verdomd weinig had gescheeld of ik had het buitenboordmotortje opgestart.
Waarom we zo saai deden en niet eens even wat zeiden of zongen of desnoods boos werden op elkaar, vroeg Harry op volle snelheid, dan bleef hij tenminste wakker. Zijn ogen priemden in de achteruitkijkspiegel en onze betovering werd bijna verbroken, maar we lieten ons niet van de wijs brengen en dobberden tevreden verder. Ik moet even weg zijn geweest want toen hij een na een tijdje nogal hoekig voor de koepel van het Dolfinarium inparkeerde schrok ik wakker. Bernadette had op mijn schouder liggen slapen. Je kon precies zien waar de lussen van mijn hoodie de zachte huid van haar wang hadden geraakt.

Harry zat twee rijen onder ons.
Met ingehouden adem keken we naar de dolfijnen en de zeehonden die soms hun neuzen tegen elkaar drukten en volop met elkaar in het water aan het stoeien waren. Tussen de spelletjes door kregen ze stukjes vis van jongens en meisjes in blauwe korte broeken en plastic badslippers.
Mijn blik viel op haar tenen. De nagels waren zwart gelakt, maar slordig afgewerkt. Er schenen witte plekjes doorheen die me, als je ze zou vergroten, deden denken aan de schubben van een guppie. Haar waterschoenen – teenslippers kon ze niet aan omdat haar grote teen voor de helft zat vastgegroeid aan de kleinere ernaast (‘maf hè, mama heeft het ook!’) – had ze uitgeschopt. Haar gezicht was rood en glom als een spiegel.
Het publiek werd ineens gek en joelde en floot en net voordat ik mijn hoofd omdraaide zag ik hoe het puntje van haar tong, als in een vertraagd afgespeelde film, tergend langzaam haar bovenlip nat maakte. Ik weet niet wat me bezielde maar ik boog me zomaar ineens naar haar toe en likte traag en geconcentreerd een druppeltje vocht van haar oorlel.
Later begreep ik dat dit het moment was dat het is begonnen. Mijn eerste druppel sterke drank. Het scheelde weinig of ik had het uitgeschreeuwd, rauw, als een bronstige stier.
Het smaakte zout en helemaal niet naar chloor, zoals ik had gedacht. Vanaf het puntje van mijn tong rolde de druppel als een levertraan in mijn keel en explodeerde daar. Toen ik slikte was het alsof ik een golf zeewater binnen kreeg. Heftig begon ik te hoesten. Harry keek zonder iets te zeggen over zijn schouder naar me op en daarna naar zijn dochter. En toen weer naar mij. Zijn brede, zwarte wenkbrauwen gingen omhoog maar hij vroeg niets en tenslotte draaide hij zich hoofdschuddend weer om. Bernadette had alleen maar geglimlacht. Het viel me nu pas op dat ze het laatste half uur helemaal niets had gezegd en zowat elke minuut voorover had gebogen om aan het stukje huid tussen haar tenen te krabben. Steeds piepte er dan een streepje gebruinde huid boven de rand van haar spijkerrokje uit. Ik nam me voor haar later te vertellen dat ze zich moest insmeren want haar rug zat vol kleine schilfertjes maar het is er nooit van gekomen.

Jeffrey’s vingers omklemden mijn hoofd als de armen van een zeester. Hij hield me al minstens een minuut onder, die jaloerse klootzak. Wild maaiden mijn armen langs mijn lijf, fietsend ploegden mijn benen door het water, maar het was zinloos. Het chloor brandde in mijn ogen en ik dacht dat er nu vast tranen uit kwamen maar dat niemand dat gelukkig kon zien. Net toen ik besloot mijn longen vol te laten lopen werd mijn zicht helder als glas en staarde ik in de felle, groenblauwe ogen van Bernadette. Haar donkere haren waaierden loom om haar gezicht. Er borrelde prachtige muziek op. En melodie die ik vaag ergens van kende zoog me langzaam mee de diepte in. Ik gaf me eraan over. Het speet me dat de geluiden langzaam afzwakten om daarna gonzend en echoënd over te gaan in gebonk waarvan ik eerst niet wist wat het was maar al snel begreep dat het niet anders kon zijn dan mijn eigen hartslag. Vanuit mijn nek begon alles op te zwellen en te jeuken en mijn ogen voelden alsof ze elk moment uit hun kassen konden ploppen.
Proestend kwam ik boven. Mijn longen piepten zo hard dat Jules, de
badmeester, die we vanwege zijn blonde manen altijd Julia noemden,
bezorgd aan kwam lopen. ‘Gaat het Benno? Wat is er? Heb je een slok
water binnengekregen?’
‘Het gaat goed met hem, Julia, hij wilde laten zien hoe lang hij onder water kan en dat weten we nu, hè Ben? Jeffrey sloeg een arm om me heen en bracht zijn hoofd dichterbij. ‘Maar zij heeft gewonnen, eikel’ siste hij.
Jules reikte me zijn hand maar ik greep twee keer mis voordat ik voelde hoe hij me op de kant trok en me meteen daarna geschrokken weer los liet. Het plotselinge gegil toen haar lichaam bij de hoge kwam bovendrijven krijg ik tot op de dag van vandaag, twintig jaar later, niet meer uit mijn hoofd.

De meeste meisjes hadden donkere haren en vrijwel altijd krullen, hoewel je dat als ze nat waren niet meer kon zien. Ze droegen een badpak, maar ook wel eens een bikini of alleen een broekje, want ze waren pas veertien en durfden niets te weigeren.
Later, toen ik uitsneden van mijn werk ging maken, werden houdingen overbodig. Close-ups van lichaamsdelen die je vanaf de tribune niet ziet. De foto’s die ik tot mijn beste werken reken, zijn ingezoomde shots van natte voetjes die ik met het grootste diafragma heb genomen, zodat de rest van het glimmende meisjeslichaam troebel de achtergrond vulde.
Eén meermin had ik uitvergroot tot posterformaat en boven mijn bed gespijkerd. Vanaf de onderkant had ik zicht op haar schubbige voetzolen, de robuuste wreef en, in contrast daarmee, haar heerlijke tenen die met water gevuld leken en waarvan aan de kleinste een druppeltje hing. Alsof ze voor me lekte. Wanneer ik naar bed ging knipte ik het schilderijlampje aan, zodat er een schemerachtig schijnsel over haar slijmlijf neerdaalde en het vliesje tussen haar tenen zachtroze werd.
Voordat de ontspanning eindelijk door mijn lijf trok en ik in slaap viel, verkrampte mijn schokkende lichaam en kreeg ik het ijskoud. Een zoute druppel trok een kartelig spoor over mijn wang naar mijn happende, gezwollen lippen.