Categorieën
Fictie

Bij thuiskomst

Zij hokt op zolder, hij woont op de eerste verdieping. Voor het gebruik van de keuken hebben ze een schema opgesteld dat met een magneetje aan de koelkast hangt. Om beurten zullen ze de badkamer schoonmaken, en de gang en de overloop stofzuigen. Alles in goed overleg. Ze eindigen zoals ze begonnen: als vrienden.

In een Excelbestand houdt Maarten de inkomsten en uitgaven bij. Met zijn huidige salaris moet hij nog drie jaar en zeven maanden werken voordat hij haar kon uitkopen. Hij kijkt naar de restschuld. Het sluisteken knippert geduldig achter de komma.

Hij ontmoet haar nieuwe vriend voor het eerst op de trap. Jayjay stapt met drie kartonnen dozen langs hem heen. Maarten drukt zich tegen de leuning.
“Vind je het echt oké?” vraagt Jayjay.
“Ja hoor,” zegt hij.
“Hij vindt het echt oké,” zegt Tessa. “Maarten en ik zijn nu gewoon vrienden.”
Om haar heen hangt een wolk van jasmijn. Als ze hem passeert, moet hij zich beheersen om niet een lok achter haar oor te strijken.

In het Excelbestand maakt hij een aparte kolom voor Jayjay. Maarten markeert zijn naam en zet de verwachte extra kosten onder elkaar. Ook zonder Excelbestand weet hij het wel: Jayjay staat in de min.
De volgende dag spreekt hij Tessa op de overloop aan.
“We moeten het nog eens hebben over de kosten,” zegt hij, “nu we met zijn drieën zijn.”
“De hypotheek hebben we gesplitst,” zegt ze. “Ieder de helft, zo hadden we dat afgesproken.”
“Ik heb het over gas, water en elektriciteit,” zegt hij.
“Jayjay doucht maar heel kort,” zegt ze, “hij is erg van het milieu.”
“Het milieu kost ook geld,” zegt hij.
“Hij is zoekende,” zegt ze.
“Naar werk?” vraagt hij.
“Naar zichzelf,” zegt ze.

Jayjay houdt zich niet aan het schema. Een kwartier voor zijn tijd loopt hij met een tas vol boodschappen de keuken in. Maarten wacht op de ping van de magnetron en trekt het deurtje open.
“Hoe staat het met je zoektocht?” Staand tegen het aanrecht trekt hij aan een part pizza. Gesmolten kaas bungelt als een hangbrug tussen twee stukken.
“Ik zoek niet,” zegt Jayjay. “Ik laat alles organisch ontstaan.”
“Organisch?”
“Op natuurlijke wijze,” zegt Jayjay. “Als in een flow. Als vanzelf.”
Maarten trekt aan de gesmolten kaas. De hangbrug breekt.

Maarten vist de haren van Jayjay uit het afvoerputje van de douche. Hij veegt met wc-papier zijn klodders scheerschuim uit de wasbak en schrobt met de borstel zijn remsporen uit de pot. Uiteindelijk mikt hij ook al hun kleding samen in wastrommel. Achter het glazen ruitje klotsen sokken, broeken en shirts in het sop. Hij kijkt hoe het waswater bruin kleurt, hoe de kledingstukken in elkaar verstrikt raken.

“Maak je niet druk.” Tessa leunt tegen de post van zijn slaapkamerdeur. “Jayjay heeft tijd nodig.”
“Wij hebben geld nodig.” Maarten knikt naar zijn bureau en het Excelbestand.
“Er is geen wij,” zegt ze. “Jij en ik zouden ieder weer een eigen leven opbouwen.”
Hij klapt de laptop dicht.

’s Avonds in bed staart hij in het donker naar het plafond. Boven hem klinkt ritmisch gebonk tegen de muur, steeds sneller. Tessa komt op dezelfde manier klaar, maar wel drie keer achter elkaar. Later hoort hij haar stappen op de overloop, blote voeten op parket. Hij luistert naar het geklater van haar plas, het afscheuren van een velletje wc-papier, het gorgelen van de stortbak die zich na het doortrekken weer vult met water. Even later klinkt op zolder weer gebonk.

Maarten stapt uit bed. Hij schiet zijn kleren aan en trekt de voordeur achter zich dicht. Hij dwaalt door de straten, schopt tegen een leeg blikje dat ratelend in de goot verdwijnt. Achter de gordijnen dansen schaduwen door de huiskamers, tv’s stoten blauw licht uit. Bij thuiskomst blijft hij voor het huis staan. Vanaf de overkant van de straat kijkt hij omhoog naar het verlichte zolderraam. Hij wacht tot ze het bedlampje uit knippen, tot de maan achter de daken verdwijnt en de eerste merels beginnen te fluiten.