Categorieën
Fictie

Andijviecabaret

Andijviecabaret

‘Godver, niet nu’, denkt Martin de Camargo. Hij legt een hand op zijn buik. Het rommelt een beetje. Net nu hij klaar staat in de coulissen. Klaar voor de grote doorbraak. Hij zal ze eens aan het lachen maken, dat publiek, en hij zal ze eens gaan imponeren, die jury.

Een grappig mannetje, noemden ze hem op de havo. ‘Echt heel droog’, vond men ‘m op de hotelschool. Mooie receptionistes maakte hij erna vaak aan het lachen. Met grollen, imitaties, bewust fysiek gestuntel, woordgrappen. Nooit nam hij er eentje mee naar huis. Corona, de lockdown kwam. Hij raakte zijn job kwijt, zijn humor niet.

Één en één was twee voor Martin. Tijd voor een carrièreswitch. Hij moest en zou cabaretier worden. In de lege en eenzame lockdown-maanden bereidde hij een showtje voor. Analyseerde mimieken en technieken, van Teeuwen, Hermans, Finkers. Flauw en niet te diepzinnig, dat was zijn stijl. Gewoon leuk doen op een podium zonder dat ‘je per se een boodschap hebt’. Overdreven moralistisch, vond hij dat. Hij was een kruising tussen een clown en een lollige, luchtigeverhalenverteller.

Eindelijk ging het beter in de wereld en kroop de theaterwereld uit de schulp. Er werden weer talentenjachten georganiseerd. Hier, in een zaaltje in Roelofarendsveen, waar zo’n honderd man in zat, konden tien geinponems in spé hun talenten laten zien.

,,En dan gaat op een gegeven moment het licht uit, en zeg ik: hallo, geen lamp! En dan gaat er een halogeenlamp aan”, zegt hij met mond gevuld met een stukje Gelderse rookworst omgeven met andijviestamppot. Nog één keer nam hij de avond voor De Grote Doorbraak zijn minishow door aan de eettafel met zijn moeder. Die andijvie maakte ze wel vaker. Martin hield ervan. Maar deze keer proefde hij nét een beetje anders. Niet minder lekker, maar een beetje anders. Had ze nu geëxperimenteerd met kruiden? Martin liet het maar gaan. Hij was bang dat hij zijn moeder zou kwetsen. Het bezoek van haar enige kind was immers één van de weinige dingen waar ze nog naar uit kon kijken.

De halogeengrap was slechts een van de vele gebbetjes die Martin in zijn show had verstopt. Het begin? Een Italiaans accent. ,,Buongiorno, ikke hebbe jeuk aan mijne ballen”, om vervolgens aan zijn kruis te krabben. ,,Oh wacht, het is hier genitaliën.” Erna zou een komisch verhaal volgen over een reis door Slowakije, waarin hij de vreemdste dingen mee maakte. Zijn relaas doorspekt met spitsvondige grappen.

Er klinkt applaus. ,,Dank jullie!” roept de jonge dame die voor Martin mocht spelen. Zij heeft het publiek wel vermaakt, als je dat enthousiasme zo hoort. Dat liedje over de roaring twenties waar we naartoe gaan, haha, dat was wel goed gevonden, vond hij. Maar een beetje te maatschappelijk betrokken voor Martin.

Toch, haar succes maakt Martin nog wat nerveuzer dan dat hij al was. ,,Prrrrrr”, zegt zijn buik dan. Oh nee, nu beginnen de darmen ook al geluid te maken. Is dit honger? Trek? Nou, aan eten denken hoeft Martin niet. Het is een uur of één ‘s middags – ja, middag, had je verwacht dat mensen hun zaterdagavond zouden offeren voor een tweederangs cabarettalentenjacht in Roelofarendsveen – en Martin heeft net een tosti gegeten. Dat deed hij meerdere keren in de week. Martin probeert het te negeren. Maar nu begint zijn buik ook wel pijn te doen. Het zijn vast de zenuwen, maakt hij zichzelf wijs. Au! Daar volgt een krampaanval. Martin raakt nu lichtelijk in paniek. Nog een seconde of dertig. Hij kan toch zo het podium niet op? Hij begint te zweten. Dit is die andijvie. Godver, mam. Wat heb je gedaan, denkt hij. Dit begint nu toch wel erg nijpend te worden. Zijn darmen zijn nu een glijbaan in een recreatief zwembad in de krokusvakantie. Halverwege zitten een boel venijnige kinderen te zorgen voor een opstopping. Steeds meer water stroomt hen tegemoet. Ze hebben steeds meer moeite om op de kronkelende glijbaan te blijven zitten en gaan zo absoluut allemaal, met al het water, het zwembad in glijden.

Diep ademhalen, denkt Martin. Dit kun je. Je hebt dit eerder gedaan, pept hij zichzelf op. Denk aan die keer dat je een weekend lang bij Jasper ging spelen en slapen. Hij durfde niet aan de moeder van Jasper te vragen of hij naar de wc mocht. Hij hield zijn drollen het hele weekend op. Maandag zat hij met zijn andijviemoeder bij de dokter vanwege obstipatie. Dat was vorige week. Haha, nee, Martin was toen 5.

,,En dan nu, dames en heren, een warm applaus voor… Martin de Camargo!”, roept de Roelofarendsveense gastheer met een iets te groot glitterjasje.

Opnieuw een diepe zucht. Martin was nog even snel op een stoel gaan zitten. Zo op het hoekje van de stoel. Hee, dat helpt. De kramp ebt weg. De gigantische druk op zijn sluitspier vermindert. Pfoe, wat een opluchting. Plots heeft hij frisse moed. Hij is helemaal blij. Zoveel zin en vertrouwen in de show als nu had hij eigenlijk niet eerder. Met een triomfantelijk hupje springt hij het podium op en maakt een enthousiaste buiging naar het publiek. Oh. Dat was niet slim. Die buiging heeft zijn grote vijand weer wakker gemaakt. De krampen zijn terug, en hoe. Dit keer is het écht menens. Als hij één moment die spier niet aanspant… Ze zien je strijden, denkt Martin. Ach, ze denken dat het zenuwen zijn. Het applaus verliest rap aan volume. Na het laatste klapje – vast van een onoplettende oude taart – is het stil. Het woord is nu aan Martin. ,,Buongiorno…” Moet hij nog toch de balkrabgrap doen? Ja, denkt Martin, gewoon doorgaan. Niet opgeven. ,,Ikke hebbe jeuk…” Het verzet is voorbij. De dijk breekt.

Vieze geluiden. De zaal muisstil. De derrie stroomt in een heel rap tempo uit zijn billen. Martin is verstijfd. Halverwege de film op pauze drukken? Geen optie. De bruine stroom is de baas. Heeft de zaal dit door? Het is muisstil. Hij voelt een warme straal langs de benen stromen. Er komt ook wat uit de pijpen van zijn nette pantalon. Nu klinken er walgingsgeluiden uit de zaal. Snel gaat het gordijn dicht.

,,Voor onbepaalde tijd pauze”, zegt de zichtbaar aangeslagen gastheer met zijn hoofd door de gordijnen. Het licht gaat uit. Geen halogeengrap, maar het allergênantse moment uit het leven van Martin.

Hij ging viraal. Maar iedereen verdient een tweede kans. Zes jaar later zou hij een Poelifinario winnen.