Categorieën
Fictie

Als woorden tekort schieten

ALS WOORDEN TEKORT SCHIETEN
Met een zakdoek in de ene en een koud kinderknuistje in de andere hand, probeert Roos te luisteren naar Coens toespraak. Maar het suist in haar hoofd en de woorden van haar broertje klinken ver weg en blikkerig. Als een oude transistorradio waar hij vroeger graag aan prutste. Vroeger, toen er met verjaardagen nog sigaretten in glaasjes op tafel stonden en ‘alles beter was’. Die vroeger, die Roos niet gekend heeft.

Het begon met kleine steken onder water. Letterlijk. Haar moeder was een waterrat en van jongs af aan nam ze de kinderen mee zwemmen. Het uiteindelijke afzwemmen was slechts een formaliteit; zwemmen konden ze lang voordat ze zelfs maar werden aangemeld bij de zwemschool. Maar waar haar moeder de anderen hielp het hoofd boven water te houden, gaf ze Roos een trap, zogenaamd om te leren vechten boven te blijven. Hoe ironisch staat dit voorval symbool voor haar verdere leven. Een leven waarin ze vocht voor zichzelf, vocht tegen het buitensluiten door haar moeder, tegen haar eeuwige afwijzing, tegen het nare gevoel ongewenst te zijn. Een leven waarin ze zich eenzaam voelde, ondanks het grote gezin. Een leven waarin ze moest leren omgaan met constante vernedering door haar moeder, die haar Doornroosje noemde en haar elke dag opnieuw kleineerde. Zo sluw dat niemand het merkte, zelfs haar lieve vader niet. Onbegrijpelijk vond Roos het dat niemand zag dat haar moeder geen liefde voor haar had, in woorden noch in daden. Haar moeder, die haar schijnbaar niet kon liefhebben maar die in ieder anders ogen zo empathisch was. In de familie, en met name door moeder zelf, werd er flink over opgeschept. Over hoe ruimhartig zij wel niet was geweest door te accepteren, zelfs te pushen, hun derde kind te vernoemen naar de grote liefde van haar man. Roos was als kind in verwarring geraakt door de wel niet. Ze zei wel, maar deed niet, bedoelde moeder dat?

Haar vader zag zijn grote liefde bijna 50 jaar geleden teruggaan naar Nieuw-Zeeland, nadat zij hem verliet voor Diane. Maar geen rancune, hij wist dat hij het moeilijk kon winnen van een vrouw. Hij voelde ook niet de behoefte het zinloze gevecht aan te gaan, sloot haar in zijn gebroken hart en Roos’ moeder een paar maanden later in zijn armen. De weg van de minste weerstand, gemakkelijk, gevoelloos, gemakzuchtig, allemaal dingen die hij later naar zijn hoofd geslingerd zou krijgen tijdens de zeldzame ruzies, ontstaan nadat zijn vrouw zoveel had gedronken dat ze haar ware aard niet meer kon verbergen. Maar toch bleef haar vader zijn vrouw vergoelijken. Roos zou dat graag willen begrijpen.
Na de eerste twee kinderen vernoemd te hebben naar hun ouders, opperde haar vader voorzichtig dat hij het derde kind, alweer een meisje, graag zou vernoemen naar de vrouw die nog altijd in zijn hart zat. Hoe zou Roos zelf gereageerd hebben? Vermoedelijk had ze stennis geschopt. Zeker omdat haar moeder overduidelijk tweede keus was. Een klontje kon niet klaarder. Roos dacht op zich dat een tweede grote liefde wel kon bestaan en vermoedelijk wilde haar vader iedereen laten geloven dit het geval was, inclusief zichzelf. Tegen beter weten in. Uit werkelijk alles bleek Rose zijn soulmate, hoe hij over en met haar praatte, de brieven naar en van haar (Roos was een pro in het open stomen van enveloppen), de blikken die ze elkaar wierpen via Skype, waar ze nog vaak bij had gezeten vlak voor haar vaders dood. Uit het eindeloos zwaaien bij het ophangen, daaaag, doeiii …tot uiteindelijk een van de twee de verbinding verbrak. Hoewel, een van de twee, vaak was het haar moeder die Rose wegdrukte op het moment dat de handkusjes kwamen. Hun zielsverwantschap bleek uit alles, de halve woorden, het elkaars zinnen afmaken…alle clichés waren van toepassing. Haar moeder deed krampachtig haar best een vriendschap op te bouwen en te onderhouden met Rose en Diane. Zij ‘dacht’ om de verjaardagen, stuurde honingdrop en stroopwafels. Zo attent, zei iedereen. Zo hypocriet dacht Roos. Zonder haar inmiddels versleten notitieboekje waarin werd bijgehouden wanneer ze wie wat verstuurde zou haar moeder nooit om een verjaardag of dropje hebben gedacht. Die verbeten blik, als ze met haar pakketje naar het postkantoor ging, alles opdat papa bij haar bleef? Nee, Roos zou zelf nooit genoegen nemen met een tweede plek.

Op de verjaardag van Coen had ze te horen had gekregen hoe ze aan haar naam was gekomen. Hij was net 9 geworden, zij 11. De sigaretten stonden op tafel en de bessenjus was ingeschonken. ‘Ja Coen, als Roos een jongetje was geweest, had zíj Coen geheten. En jij Teun.’ ‘Nou, dan ben ik blij dat Roos een meisje is want Teun is echt een stomme naam’. ‘Dat vind ik zielig’, zei Roos. ‘Stel je voor dat papa en mama nog een zoontje krijgen, dan vind jij dat hij een stomme naam heeft en dat is niet leuk voor hem, hoor’. ‘Jullie hoeven niet bang te zijn dat er nog een kindje komt,’ zei haar vader, ‘daar hebben mama en ik een stokje voor gestoken.’ Roos zag het voor zich, een stokje voor mama’s gaatje. Of doos, zoals haar zus ‘dat daaronder’ altijd noemde. ‘Dat snap ik ziet,’ zei Roos dan, ‘Het lijkt toch niet op een doos? Wel op een mossel.’ ‘Nou, dan noem jij ‘m lekker mossel,’ antwoordde Janna steevast. Roos kreeg het onsmakelijke beeld van een rood-witte slagboom voor lellende, behaarde vellen niet van haar netvlies. Haar hoofdje al schuddend in de hoop dat ze het beeld misschien kon wissen, net zoals bij haar magische tekenbord, zag ze opa nog een borrel inschenken en tante Tineke een handje pinda’s pakken. Plotseling ontmoette Roos’ ogen de meest kille, lege blik ooit. Strak, grimmig en verbitterd keek haar moeder haar aan. Op arrogante toon klonk het: ‘Nee hoor, ik vind dat je die dingen moet respecteren en omarmen. Derk zijn wens is mijn wens en de liefde die hij voor Rose voelde doet niets af aan wat hij voor mij voelt’. Iedereen zou later weten dat dit een grote leugen was. De farce van de vorige eeuw. Wat hij voor Rose voelde, zoals haar moeder zei, was niet voorbij. Daar was niets verleden tijds aan en zou hij nooit voor een ander voelen. Met de jaren was Roos erachter gekomen wat ze ermee wilde bereiken, met haar kijk-mij-eens-groothartig-zijn; waardering en erkenning van papa, van anderen, van buitenstaanders. Alleen was Roos hier de dupe van en had erg geleden onder haar moeders vergeldingsdrang. Uiteindelijk was ze er los van gekomen, heette dat. Ze had haar moeder vergeven op aanraden van de psycholoog. Na ruim 20 sessies was het zover, vergeven met als enig doel zelf rust te vinden. Na die berusting was er inderdaad ruimte gekomen om zichzelf en anderen lief te hebben, om aan haar zelfbeeld en -vertrouwen te werken en om er vrede mee te kunnen hebben dat sommige dingen onuitgesproken waren gebleven tussen haar vader en haar.

Roos had hem willen vragen waarom hij zijn ogen had gesloten voor de realiteit maar ook hoe het kon dat zij zo op Rose leek. De gelijkenis met de jonge Rose was bijna eng, bleek tijdens het struinen in zijn bureaulades en ze op oude foto’s stuitte. Later zou ze begrijpen dat het was omdat Rose en papa óók op elkaar leken, qua lichaamshouding, uiterlijk, uitstraling. Bijzonder was ook de connectie die ze met de vrouw voelde. Rose leek haar aan te voelen, wist het juiste te zeggen, stelde haar vragen waaruit oprechte interesse en liefde bleek. Een connectie die ze in de verste verte niet had met haar moeder. Integendeel, sinds die eerste steek onder water voelde Roos een onoverbrugbare kloof. Ze kon het op die leeftijd nog niet goed benoemen maar had het in een opstel omschreven als ‘ze is dichtbij, maar toch ver weg’. Ze kreeg een acht en meester had haar in de pauze even aangeschoten. ‘Weet dat je bij me terecht kunt als het nodig is, hè, Roosje’. Ze had er geen behoefte aan, had haar schouders opgehaald en iets gezegd als ‘Het is toch maar verzonnen?’ Vaak was dat ook zo. Heel vaak ook niet.

En nu zit ze hier afscheid te nemen van de vrouw die zich haar moeder durfde te noemen, wat biologisch gezien waar was. ‘Ongelooflijk triest dat je door zo’n stomme misstap hier nu ligt, mam,’ zei Coen. ‘Zo onnodig.’ De misstap was jaren terug al gemaakt. Dag moeder. Als ze vanavond weer thuis is, zal ze nog een keer haar novelle doorlezen voordat ze het naar de uitgever stuurt.