Categorieën
Fictie

Aloha

In het licht van de aankomende vrachtwagen zie ik dat het mistig is. Het beklemt me en een diepgaande melancholie vliegt me naar de keel. Ik ben zwak en ik ben alleen. Waar normaliter mist me een mysterieuze sfeer van avontuur en mogelijkheden geeft beneemt het me nu de zuurstof. Het voelt alsof ik slecht nieuws heb gehad en daar zowel mentaal als fysiek van moet bijkomen. Ook al is dat niet het geval, het was een doodgewone dag met doodgewone dingen. Een dag zonder dood.

Thuis loop ik zonder mijn jas uit te doen naar de wijnkast en zoek ik een goede fles rood. Ik heb geen puf om de kachel aan te maken dus ik zet de verwarming wat hoger, doe mijn jas uit en nestel me met een deken op de bank. Een avond Cabernet Sauvignon in het kille huis van de corona stilte. Geen troostmaaltijd, blokjesverjaardag of een semi-gezellige Raamdez-vous, enkel druiven, tannines en mijn gedachten.

Dit is niet hoe ik het me had voorgesteld, het is niet hoe het hoort te zijn. Ergens is iets misgegaan en is het me ontglipt. Als een verhaal wat niet verteld wil worden is het me gepasseerd. Nu kunnen we ons nooit een voorstellingen maken van hoe iets hoort te zijn, maar naïef als we zijn blijven we het proberen. Ik herinner me mijn vroegere dromen voor de toekomst, geschreven toen ik zestien was. Mijn doel was om de 30 te halen, een riant salaris te verdienen en een fijne huisman te vinden.

Een deel is gelukt: ik ben vorig jaar 30 geworden en verdien een bovenmodaal salaris. De huisman mist en als bonus erop is er een mondiale crisis die het half onmogelijk maakt om iemand te ontmoeten. Die vitale mensen in wat de tijd van hun leven zou moeten zijn beperkt en dwingt om alleen thuis te zitten. Alle tijd om terug te denken aan verloren liefdes, te reflecteren op wat had kunnen zijn. Tussen de regels door leer je de lessen. Als een zzp’er die cursussen doet als het werk wat rustiger is gebruik ik deze tijd om mijn liefdeshistorie onder de loep te nemen.

Jij en ik. We ontmoetten elkaar in de natuur en waren als water en vuur. Jij het stille water, altijd op dezelfde plek – tevreden met waar je bent en met doen wat je altijd deed. Ik het vuur die alles uit het leven wil halen, nieuwe ervaringen wil opdoen en mensen wil doorgronden. Jij het fysieke, ik het mentale. En in bed vonden we elkaar. In bed kreeg jij vuur, werd ik water en waren er als gelijken en blusten we elkaar tot rust. Pas nu het voorbij is, voel ik dat het liefde was.

Weemoed en gemis komt op dus ik pak mijn dagboek en lees de paragraaf die ik voor mezelf heb geschreven. ‘Bij deze een wijze raad aan jezelf. Laat hem gaan, doe er niets meer mee. Hij is niet de moeite waard en heeft op geen enkele manier bewezen ooit de moeite waard te worden. Ook al ben je verliefd en hou je van hem en zou je graag een toekomst willen opbouwen: hij gaat niet voor jou. En als hij niet voor jou gaat zal het nooit goed komen. Hij is te bang om de gok op een lang en gelukkig leven te nemen’.

Ik staar uit het raam, naar de wereld die verboden voor me is en laat mijn eigen wijze raad op me inwerken. De takken lijken naar me te zwaaien, lijken te willen zeggen dat het wel goed komt. Zoals een mistdeken me soms lijkt te bedekken kan een boom een gevoel van geborgenheid geven. Wanneer je binnen bent en buiten de ruis van een storm hoort, als in de herfst de blaadjes met een bijna niet tastbare aanraking op je vallen. Ik hoop dat de dood zoals dat zal voelen. Dat het als een kus van duizenden vlinders zal voelen. Een naakte huid vol kleine aanrakingen. De gedachte geeft me troost.

Naarmate je ouder wordt leer je steeds meer over waar je vandaan komt. Langzaamaan vallen de puzzelstukjes op hun plek. Alsof ik een oude ziel ben geworden die terugkijkt op een lang en roerig leven. Alsof ik niet een jonge vrouw ben die probeert te duiden waar we zijn, wat we doen en hoe de puzzel gelegd dient te worden.

Al jong zei ik dat ik niet oud zou worden. Al vroeg wist ik dat ik geen kinderen wilde. Instinctief wist ik dat het was omdat ik ze niet zou zien opgroeien, maar dat mocht ik niet hardop zeggen. Mensen reageren niet zo goed op zulk soort uitspraken. Ik hoopte dat ik een episch einde zou krijgen zoals geraakt worden door bliksem of meegesleurd worden in een tyfoon. Realistisch gezien dacht ik dat het een ziekte als kanker zou worden. Een verkeersongeluk, die optie heeft ook een tijd hoog gestaan – zeker toen ik net mijn rijbewijs had dacht ik dat ik daardoor zou sterven. Maar, de situatie zoals het nu is had ik nooit kunnen voorspellen. Nooit gedacht dat het door de omstandigheden rondom ziekte zou kunnen komen. Regels die de vrijheid inperken, zorgen dat ik niet eens in de avonduren naar buiten kan, geen vrienden kan knuffelen en me dwingt om een strak keurslijf aan te meten. Die me aan het huilen maakt en me huidhonger geeft. Die me confronteert met de diepste krochten uit mijn ziel.

Ik kijk voor een laatste keer uit het raam en denk zorgvuldig na over mijn aankomende laatste gedachte. Uniek dat ik bewust mijn laatste gedachte kan kiezen, het voelt als een cadeau aan mezelf. Ik wil niet dat mijn laatste gedachte gaat over de handelingen die ik verricht om te zorgen dat het de laatste is en daarom denk ik er bij deze bewust over na. Zal het een dankwoord zijn? Een gevoel van liefde? Een traditioneel ‘Ik heb van jullie gehouden’? Of een intellectueel iets: een mooie quote van Nietzsche? Sterven terwijl je nadenkt over de grot van Plato? Wat is de beste laatste gedachte om te hebben?

Volgens Tibetaanse monniken hangt je hergeboorte af van die laatste gedachte, die filtering kan bepalen of je op een goede of slechte plek terecht komt. Sluit ik iets af of ga ik voor een nieuw begin? Misschien moet ik iets kiezen wat voor beide doeleinden toepasselijk is. Gelijk denk ik aan mijn vroegere reizen en dan specifiek een blauwe zee aan het prachtige Waikiki Beach. De eiland vibe vol liefde en dankbaarheid en de mooie Hawaiiaanse woorden die ik daar heb geleerd. Zij hebben een woord wat dankbaarheid, hallo en doei omvat en nu die gedachte in mijn hoofd is opgekomen kan ik het niet meer los laten. Mijn tijd is gekomen, ik voel het in elke vezel van mijn bestaan. Voor een laatste keer kijk ik uit het raam en maak ik me klaar voor wat komen gaat.

Ik zal niet langer toeschouwer van de futiliteit van het leven zijn, ik heb niet langer huidhonger en weiger om opgesloten te blijven zitten in mijn hoofd. So long, farewell. Aloha.