Categorieën
Fictie

AFDRONK

AFDRONK

‘We kijken toch allemaal graag naar een lekker wijf? Als de TROS de grootste familie van Nederland wil zijn moeten ze op primetime porno uitzenden.’
‘Ja, Michel moet de nieuwe premier worden,’ brult Hans en gooit het laatste blikje bier naar Michel. In het licht van de vlammen zie ik hoe hij het blikje soepel opvangt.
Ik sta op en loop richting de waterkant. ‘Ik haal nog wat bier mannen.’
Ik haal de tas omhoog en zie de contouren van Michel’s boot op het water. Die eikel heeft het goed voor elkaar. Vlotte babbel, net aangenomen en al bezig partner te worden. En dan Rebecca, ik snap niet wat ze ziet in die kwallebal. Met Michel omgaan is voorlopig de enige manier om in haar buurt te zijn.
Bij het kampvuur orakelt Michel nog steeds tegen zijn sidekick Hans. ‘Neem nou de Bonobo aapjes, die lossen ruzie op door met elkaar te neuken.’
Hans maakt aap geluiden en lazert met veel kabaal achterover van zijn boomstronk.
‘Dannyboy, ben je aan het rukken? Waar blijft je,’ roept Michel.
Ik pak drie blikjes, loop terug naar het kampvuur en zie dat Hans onder zeil is. Michel zit met zijn rug naar me toe. Ik knijp in een van de blikjes, koud en hard. Ik moet hem in een keer goed raken. Ik vertraag mijn pas en breng mijn arm omhoog, verstevig mijn greep en op dat moment draait Michel zich om. ‘Schiet eens op pik.’
‘Hier,’ zeg ik en werp het blikje. Omdat ik vanuit mijn pols gooi ziet de beweging er verwijft uit. Hij grijpt het blikje uit de lucht en zet het op de grond. ‘Kom, we gooien eerst Hans in zijn tent.’

***

Zwijgend ligt hij daar, omgeven door zoemende apparaten, zijn zonnebankbruine gezicht net zo bleek als de lakens. Dood was je beter af geweest. Maar Hans moest zo nodig de held uithangen.
‘Meneer?’
Ik schrik van de verpleegster.
‘Sorry, u heeft nog vijf minuten. Het spijt me. Is meneer de Jong familie van u?’
‘Nee, een collega, ik was er bij.’
‘Veel sterkte er mee.’
Ik blijf bij het voeteind staan. Rebecca zal wel niet meer komen. Ik loop naar het nachtkastje en knip de lamp uit. De kamer wordt nu alleen nog verlicht door de rode, gele en groene lampjes van de apparaten die Michel in leven houden.

***

Rebecca staat me op te wachten. ‘Gewonnen,’ juicht ze. ‘Jij trakteert op het terras vanmiddag.’
Hoestend zet ik mijn handen op mijn knieën. Ze geeft me een duwtje. ‘Je moet vaker gaan rennen, je verliest gewoon van een meisje.’ Zweetpareltjes twinkelen op haar neus en boven lip. Met beide handen knoopt ze haar krullen los waardoor haar trainingsjasje omhoog kruipt, ook haar buik glanst van het zweet.
‘Ga je mee naar binnen voor wat verkoeling?’ vraagt ze.
Tijdens het hardlopen hebben we niet echt gesproken. Ze lacht en heeft plezier maar ik kan het niet van me afzetten dat ze mij als een verdachte beschouwd. Ze is al acht jaar met Michel samen en… wat zeur ik nou. Zij belde vanochtend of ik mee ging hardlopen. Het was gewoon een ongeluk en dat snapt Rebecca ook wel, wat Hans ook zegt met zijn zatte kop.
‘Geef je nog antwoord? Heb ik je zo uitgeput?’
‘Je hebt een flink tempo, ik ben doorweekt.’
‘Spring anders even onder de douche. Je kan wel wat kleding van Michel aan.’
Er komt wat gal omhoog, het brandt in mijn slokdarm. Ze zet beide handen tegen mijn borst en duwt me naar binnen. ‘Ga douchen, kom op.’
Het water klettert op mijn gezicht. Ik pak doucheschuim en zeep me helemaal in. Ik ruik Michel’s geur en huiver. Het was een ongeluk. Ik spoel me af en zie het schuim door het putje verdwijnen.

***

Rebecca legt haar zonnebril op tafel. Ze ziet er vermoeid maar onweerstaanbaar uit. Zou ze me er in willen luizen, met me omgaan tot ik mijn mond voorbij praat? Hans is al jaren bevriend met Michel dus waarom zou ze hem niet geloven.
‘Laat je wat nootjes voor mij over?’ Ze slaat tegen mijn hand en de nootjes kletteren op tafel.
‘Waar zat je aan te denken?’
Als ik het gewoon zou vragen, of ze vindt dat ik schuld heb. Of maak ik me dan juist verdacht?
‘Denk jij…’ Begin ik, maar wordt onderbroken door een luide, bekende stem. De haren in mijn nek springen overeind, Hans. Ik zet mijn zonnebril op en prik met het pootje in mijn oog. Mijn klamme handen veeg ik af aan mijn broekspijpen, Michels broekspijpen eigenlijk. Hans negeert me, geeft Rebecca drie zoenen en informeert hoe het gaat. Ze slaat hem op zijn knie en vertelt geanimeerd dat ze mij verslagen heeft met hardlopen. Hij kijkt ons om de beurt aan. ‘Zo, zo, en nu samen op het terras. Je laat je wel inpalmen door die flapdrol.’
Dit gaat fout. Straks gaat hij beginnen over het ongeluk.
‘Het was mijn idee, niet dat van Danny,’ bijt Rebecca hem toe.
Hans buigt zich naar Rebecca. ‘Je gelooft me niet hè?’
Daar gaan we al, Hans moet zijn bek houden.
Rebecca gaat achterover zitten en slaat haar armen over elkaar. ‘Ik heb hier geen zin in.’
‘Heb je het hem gevraagd, nou?’ Hans zijn hoofd is rood aangelopen.
‘Ik heb hier geen zin in! Hier krijg ik Michel niet mee terug.’
Mijn hart bonst in mijn keel maar maakt ook een klein sprongetje. Het lijkt er op dat ze het wil laten rusten, dat ze mij misschien geloofd.
Hans priemt met zijn vinger naar mij. ‘Wat heb je haar wijs gemaakt?’ Zijn speeksel spettert op mijn zonnebril. ‘Je had hem kunnen redden, maar je deed niks!’
Hij begint harder te praten en mensen stoten elkaar aan. Ik schuif ongemakkelijk heen en weer. Hij heeft gelijk, ik deed niets.
‘Je lult uit je nek Hans. Je lag knock-out in je tent. Ik kan jou ook wel de schuld geven.’
Hans komt uit zijn stoel en grijpt mijn kraag.
‘Kappen,’ sist Rebecca.
‘Michel was mijn beste vriend en…’
Hij laat los en bekijkt me van top tot teen. ‘Het is echt niet te geloven. Dat shirt… is van Michel!’ Met een wit gezicht draait hij zich om naar Rebecca.
Ik laat me terugvallen in de stoel. Het terras zwijgt en kijkt hoe Hans met een schuddend hoofd wegmarcheert. Aan de overkant draait hij zich om. ‘Dat was mijn cadeau voor Michel,’ roept hij en trek de voorkant van zijn shirt heen en weer.
Rebecca smijt haar zonnebril op tafel en wrijft in haar ogen. ‘Wat gebeurd er allemaal? Kun jij mij vertellen wat er allemaal gebeurd?’
‘Kom, dan breng ik je naar huis.’

***

De tafel ligt bezaait met kartonnen bakjes en plastic bekertjes van de Chinees. Rebecca hangt onderuit gezakt naast me. Ze heeft haar benen op de bank getrokken. Ze laat de eetstokjes dromerig tussen haar vingers door glijden en oefent de knijpbeweging. Ze zei dat ze het fijn vond dat ik bleef maar ik vraag me af wat ik hier doe. Over Hans hebben we het niet meer gehad.
‘Ik moet ineens denken aan het werkstuk dat ik op de academie heb gemaakt, een sculptuur, helemaal van ijsstokjes.’
‘Dat was dus ijs eten geblazen.’
‘Michel wist altijd wel wat te regelen,’ glimlacht ze. ‘De cultuurbarbaar snapte geen reet van waar ik mee bezig was, maar hielp me altijd wel.’
En daar is Michel weer. Had ik die bewuste avond het karwei maar afgemaakt.
‘We zijn elkaars tegenpolen, hij de commerciële, ik de artistieke. Daarom passen we zo goed bij elkaar.’
Ik pas veel beter bij haar dan die lul.
‘Je kunt altijd bij mij terecht.’ Ik sla mijn arm om haar heen. Ze legt haar hoofd op mijn schouder.

Het is Rebecca die de stilte doorbreekt. Ze praat zacht maar de woorden klinken oorverdovend.
‘Michel en ik krijgen en baby. Toen jullie gingen zeilen heb ik een test gedaan.’
Ze slaat haar handen voor haar gezicht en gaat voorover zitten. Haar lichaam schokt. ‘Ik mis hem zo.’
Als een stuk wrakhout lig ik naast haar op de bank, gestrand.
Ze staat op en strekt haar hand uit. Ik volg haar naar een kamer aan het einde van de gang. Ze gaat op een schommelstoel zitten die naast een commode staat. Ze kijkt me met natte ogen aan. ‘Je zal wel denken, beetje voorbarig.’
Ik bekijk het behang, het wiegje en weer naar haar.
‘Eerder is het mis gegaan.’ Ze schommelt heen en weer. ‘Damien werd dood geboren.’ Ze begint opnieuw te huilen. ‘De kamer hebben we zo gelaten en zijn het opnieuw gaan proberen. We waren zo gelukkig.’

Steunend tegen de muur wankel ik naar buiten. In de ruit van de voordeur mijn spiegelbeeld. Ik knijp mijn ogen stijf dicht, bang voor wat ik zie. Nog erger dan blind zijn is dat je dingen ziet die er helemaal niet zijn.

Buiten kots ik Chinees.