Categorieën
Fictie

achter de muur

‘Maar hoe kom ik daar?’ vraagt de man. Hij kijkt opzij naar het gezicht van de vreemdeling. ‘Je moet vooruit. Lopend over dit pad’, zegt de vreemdeling. De man kijk naar beneden. Naar de grond waarop zijn voeten staan. Zijn voeten zien er vies uit van de weg die hij inmiddels heeft afgelegd. Het zand is niet mooi zoals je ziet op het strand. Dat is licht van kleur, fijn gekorreld, makkelijk meegaand als je er met je hand doorheen gaat. Het zand onder zijn voeten is donker, dicht van structuur en voelt zwaar aan van de regen. De kou is voelbaar in het zand. Zijn voeten voelen stug en ruw. Zijn teennagels zijn zwart van de modder. De blik van de man gaat van zijn voeten omhoog naar het zicht voor hem. Hij knippert een paar keer met zijn ogen in de hoop daar iets te ontdekken waarover de vreemdeling het heeft. Hij ziet enkel en alleen schemer van de mist dat door de bomen zichtbaar is. Het pad lijkt lang.

De man begint verder te lopen. ‘Hoelang moet ik nog doorlopen?’ vraagt hij aan de vreemdeling. ‘Nog even’, antwoord de vreemdeling, ‘nog even totdat je de muur hebt ontdekt’. ‘Welke muur?’ vraagt de man. ‘De muur die je voor je ziet’, zegt de vreemdeling. ‘Ik zie geen muur’, zegt de man verbaasd terwijl hij weer voor zich kijkt. Hij kijkt zover als hij voor zich uitkijken kan. Hij ziet alleen het smalle pad van mullig zand, dik van structuur. Het ligt verscholen tussen de donkere bomen die een troosteloze blik geven aan het geheel. Het uitzicht voelt triest en neerslachtig aan. De man stapt door. Zijn benen beginnen de tocht op de zware ondergrond te voelen. Hij voelt de pijn maar stapt door. De muur moet daar in de verte liggen volgens de vreemdeling….

‘Weet je waarom je hier loopt?’ vraagt de vreemdeling na een tijdje aan de man. ‘Nee’, antwoord de man. ‘Dit pad is de weg welke jij gekozen hebt om te bewandelen’, laat de vreemdeling hem weten. ‘Dit is het pad waarop je loopt als je nog zoekende bent en nog niet echt geloofd’. De man kijkt de vreemdeling verbaasd aan. ‘Hoezo?’ vraagt de man. ‘Hoezo loop ik hier zoekend en zonder geloof?’ ‘De muur is de grens’, gaat de vreemdeling verder, ‘de grens tussen onwetendheid en vertrouwen. Jij loopt hier aan de kant van onwetendheid’. De man is verbaasd. Hoezo loopt hij hier aan de kant van onwetendheid vraagt hij zich af. En waarom is dit pad zo lang? Waarom ziet hij de muur niet nog niet? En wat bevindt zich precies achter de muur? Al deze vragen komen bij hem op. Maar voordat hij ze aan de vreemdeling kan stellen gaat deze verder. ‘De muur’, zegt de vreemdeling, ‘draagt een gedicht. Ik zal het je vertellen’.
Behind the borders of this wall lies a world full of confidence and joy. It is a world you will only see with enbracing faith en complete infinity. It is the world of your dreams, for others not to see. It is the world that brings you endless power and countless opportunities.

De man laat het gedicht even op zich inwerken. ‘Is dat wat er achter de muur ligt?’ vraagt hij aan de vreemdeling. ‘Ligt daar achter de muur de wereld van vreugde en blijheid? Van kracht en mogelijkheden?’ ‘Als dat is waar jij naar verlangd. Dan is dat wat daar achter de muur ligt’, bevestigd de vreemdeling. De man kijkt hem aan. Hij denkt na. ‘Maar ik zie helemaal geen muur’, zegt de man wanhopig. ‘Dat komt omdat je nog hier loopt op het pad van onwetendheid. Je bent nog te ver verwijderd van de muur van geloof. Je zult door moet lopen met het vertrouwen dat je de muur zult zien’, laat de vreemdeling de man weten. De man twijfelt. Het pad lijkt zwaar en het uitzicht is somber. Hij zucht…. Hij kijkt naar zijn voeten. Ze doen pijn. Zijn lichaam voelt moe. Het liefst wil hij gaan zitten. Maar diep van binnen wil hij heel graag naar de muur. De muur van geloof die op de grens staat van onwetendheid en vertrouwen. Hij haalt een keer diep adem, recht zijn rug en komt weer in beweging. ‘Ik ga door! Door totdat ik de muur heb bereikt!’ zegt de man tegen de vreemdeling. Maar ook vooral tegen zichzelf. Hij tilt zijn voeten stevig op en zet ze bij elke stap krachtig in het zware zand. Hij stapt door.

Na een tijdje vastberaden en met stevige pas zijn voeten vooruit te hebben gezet, lijkt het zand zachter aan te voelen. Het pad voelt minder zwaar om op te lopen. De kleur van het zand is veranderd en komt meer overeen met de kleur van fijn zandstrand. Zijn benen voelen minder zwaar. Hij richt zijn ogen op van het pad en kijkt vooruit. Het schemer van de mist lijkt plaats te hebben gemaakt voor zacht warm licht. Het pad is hier breder en duidelijk zichtbaar voor de man. De bomen staan verder uit elkaar. Hij kijkt verbaasd in het rond. Onopgemerkt is de omgeving gaandeweg veranderd. ‘Loop maar door’, zegt de vreemdeling als hij merkt dat de man in verwarring is gebracht door de ontdekking van verandering. ‘Je bent op de juiste weg’. De woorden geven de man kracht en verlangen. Hij loopt door. Geleidelijk aan wordt het zicht voor hem steeds helderder en is de mist volledig opgegaan in het stralend zonlicht. Hij voelt de warmte in zijn gezicht. Hij stapt stevig door. Na nog enkele stappen te hebben gezet vangen zijn ogen een zee van licht. Voor hem ontwaakt een open veld met meest prachtige intense kleuren die hij ooit heeft gezien. Hij voelt een onmenselijke kracht en warmte door zijn lichaam gaan. Zijn hart lijkt zich te vullen met vreugde en dankbaarheid. Dit veld is het mooiste wat hij ooit heeft gezien. Van ontsteltenis blijft de man abrupt staan, kijkt en neemt het volledig in zich op. ‘Behind the borders of this wall lies a world full of confidence and joy. It is a world you will only see with enbracing faith en full infinity. It is the world of your dreams, for others not to see. It is the world that brings you endless power and countless oppertunities’. Hij hoort het gedicht van de vreemdeling zachtjes in zijn hoofd….